Cultuur

Interview

Interview

Foto Andreas Terlaak

Korfballende pakketbezorger maakt Catalonië trots

Interview Jose Álvarez Andrés kwam voor korfbal naar Nederland en hoopt nu met Catalonië een historische medaille te winnen op het EK.

De regendruppels druipen langzaam over het raam naar beneden. De Catalaan neemt een slok van zijn espresso. „Soms vraag ik me af wat ik hier eigenlijk doe”, zegt de 24-jarige korfballer in de sporthal van Bennekom.

Jose Álvarez Andrés liet drie jaar geleden alles achter zich in zijn geliefde Catalonië. Hij wilde zijn droom waarmaken in het walhalla van het korfbal: Nederland. Mensen in zijn omgeving verklaarden hem voor gek. Er is voor de meeste korfballers geen droog brood te verdienen met hun sport. Ook hier niet. „Ze zeiden dat ik niet eens een ei kon koken. Dat was een extra stimulans. Ik ben een vechter. Ik hou van moeilijke dingen.”

Inmiddels is Álvarez uitgegroeid tot de ster van zijn land. Het land dat hem zo trots maakt, maar eigenlijk geen land is. Mede omdat er alleen in de regio Catalonië gekorfbald wordt, komen de mannen en vrouwen niet uit voor Spanje, maar voor Catalonië. Hoewel de sport ook daar erg klein is, heeft het korfbalteam een grote politieke betekenis gekregen. De sporters vertegenwoordigen de regio die zelfstandig wil zijn. Catalonië hoopt deze week op het EK in Dordrecht voor het eerst een korfbalmedaille te behalen. Het eergevoel komt naar boven.

„Toch komt veel familie van mij uit Spanje, zoals mijn grootouders”, vertelt Álvarez in het Engels, met wat Nederlandse woorden ertussendoor. „Ik weet niet zo goed wat ik ben. Een jongen van de wereld, denk ik. Politiek volg ik niet. Als een meerderheid los van Spanje wil, moet dat gebeuren. Maar ik zal niet stemmen. Het is te ingewikkeld. Ik doe mijn ding in de sport. Maar het is geweldig om het Catalaanse volkslied te horen en een idool te zijn voor kleine jochies.”

Dozen verplaatsen

Toen Álvarez drie jaar geleden op eigen initiatief naar OVVO in Maarssen kwam, had hij helemaal niets. Hij sprak amper Engels en moest om rond te komen uren werken in een fabriek. Dozen verplaatsen. Zwaar en geestdodend werk. Maar hij had geen keuze. „Die periode was ontzettend lastig. Ik miste mijn familie en vrienden. ’s Avonds moest ik trainen. Twintig minuten voor het einde had ik het helemaal gehad. Ik was kaput.”

Inmiddels heeft hij de stap gemaakt naar DVO in Bennekom, dat speelt in de grootste competitie ter wereld: de Korfbal League. DVO kan Álvarez geen salaris betalen, maar regelde wel taallessen, een huisje en een baan voor hem. Hij werkt nu als pakketbezorger bij PostNL. Vroeg in de ochtend rijdt de Catalaan in zijn busje door Nederland. Spaanse muziek aan, en soms songs van de Nederlandse rappers Ronnie Flex en Mr. Polska. Na drie zware jaren kan de korfballer nu zeggen dat hij zich thuis voelt in Nederland.

Hoewel zijn stoere uiterlijk en vriendelijke lach anders doen vermoeden, is Álvarez van nature verlegen. Hij had tijd nodig om vrienden te maken. „Ik kom uit Gerona, waar we na het eten bij elkaar op de koffie gaan. Veel tijd doorbrengen met vrienden. Dat mis ik.”

De sleutel van de sporthal zit aan zijn sleutelbos. Soms springt hij zomaar op de fiets en gaat een uur in de hal op de korf schieten. „Ik speel ook graag met teamgenoten op de playstation het voetbalspel FIFA. Het liefst met FC Barcelona. Ik ben niet zo goed, dus als de tegenstander beter is, pak ik Real Madrid. Dan is het niet erg als ik verlies”, zegt hij met een knipoog. „Bij voetbal kun je de bal pakken en alles alleen doen. Het mooie van korfbal is dat we als team moeten werken. Ik snap niet dat een voetballer meer kan verdienen dan een dokter. Het is maar sport.”

Net als Puyol een strijder

Álvarez is een idealist. Hij spiegelt zich graag aan Carles Puyol van Barcelona. Dat is niet zomaar. Er zijn sterke gelijkenissen tussen de voetballer en de korfballer. Strijders in het veld, met passie teamgenoten motiverend. „En een kapitein zijn van het schip. Ik hoop ooit aanvoerder te mogen zijn van Catalonië.”

Hij doet er alles aan om de sport in Catalonië te promoten. Zo heeft hij een eigen korfbalclub opgericht bij de school waar hij op zat: Platja d’Aro Korfbal Club. „Korfbal is aan het veranderen. Nederland is nog altijd onverslaanbaar. Ook dit EK. Saai? Dat denk ik niet. België is misschien al te verslaan. Wij gaan voor de derde plaats. Ik ben hier nog niet klaar. Ik ga pas terug naar de zon als ik mezelf een schouderklopje kan geven en kan zeggen: goed zo, ga maar teroeg.”