Hongarije verliest kritische media

Orbanisering Na andere kranten en tv-stations wordt onder het bewind van premier Orbán nu ook de grootste kwaliteitskrant opgedoekt.

Foto Bernadett Szabo/Reuters

Niet zo lang geleden was Gábor Horváth (58) nog diplomatiek redacteur bij Népszabadság, de grootste kwaliteitskrant van Hongarije. Samen met zestig andere redacteurs had hij op vrijdagavond zijn pc en kantoorspullen ingepakt, klaar voor de verhuizing naar een nieuwe redactieruimte. Op zaterdag 8 oktober zouden ze de verhuizing vieren met een pizzafeest.

Zestien dagen later is de realiteit van Horváth, in dienst sinds 1988, onherkenbaar veranderd. De Népszabadság-website is offline, de drukpersen liggen stil. Hij en zijn collega’s publiceren niet langer op krantenpapier, maar in het daklozenmagazine dat je voor een vrijwillige bijdrage kunt kopen in de straten van Boedapest. Niemand weet of Népszabadság, (‘Volksvrijheid’), een van de laatste linkse tegenwichten tegen het rechtse media-imperium rond premier Viktor Orbán, ooit nog zal verschijnen.

De pizza kwam er niet, die zaterdagochtend. Wel een brief per motorfietskoerier. Daarin kondigde Mediaworks, de eigenaar van Népszabadság, aan de publicatie te staken. De reden die Mediaworks – in handen van een Oostenrijks investeringsfonds en gecontroleerd door een schimmige zakenman met juridische problemen – aanvoerde, is dat het bedrijf sinds 2007 meer dan 5 miljard forint (16,4 miljoen euro) verlies maakte en de oplage met 74 procent daalde. Maar volgens de werknemers was Mediaworks helemaal niet op zoek naar een nieuw zakenmodel. Zij vermoeden dat de sluiting deel uitmaakt van Orbáns mediastrategie.

Vechten tegen de tranen

Gabor Horváth, de Népszabadság-veteraan, vecht herhaaldelijk tegen de tranen terwijl hij in een zaaltje in Boedapest buitenlandse collega’s te woord staat. „Ik was erbij toen de Hongaarse Socialistische Arbeiderspartij op haar laatste congres de controle over de krant [die tot dan verbonden was aan het communistische regime, red.] losliet.” Het optimisme dat hij toen voelde over de nieuw herwonnen vrijheid, is inmiddels omgeslagen in angst voor de toekomst van de Hongaarse onafhankelijke pers.

Zakenlieden uit Orbáns entourage namen sinds 2010 het ene na het andere nieuwsmedium over: van regeringskritische kranten en nieuwssites tot een populair commerciëel tv-station. Dat ging gepaard met drastische zuiveringen bij de redacties en een ommezwaai in de politieke lijn.

De brute manier waarop Mediaworks te werk gaat, voedt de speculaties: is de krant collateral damage in een poging van Orbáns vrienden om andere, meer populaire publicaties uit de Mediaworks-portefeuille over te nemen? Of heeft de timing te maken met pijnlijke onthullingen van de krant over functionarissen uit Orbáns kabinet? Zoals over een stafchef van Orbán die per helikopter naar een celebrity-bruiloft vliegt? Of over de president van de centrale bank die zijn vriendin een riant loon uitkeerde en een flat in bruikleen krijgt van een bankdirecteur op wie hij toezicht moet houden?

Orbáns Fidesz-partij houdt vol dat de sluiting van de krant een kwestie van marktwerking is. Hoe het ook zij: de angst regeert in Boedapest. Dat de publieke omroep fungeert als propagandakanaal, verbaast de Hongaren. Maar de mate waarin ook commerciële media in een politieke greep raakten, geldt in de EU als buitengewoon. Journalisten vrezen hun baan te verliezen. Buitenlandse investeerders zijn uiterst behoedzaam. Het advertentiebudget van de overheid voor kritische media droogde op, regeringsgezinde rivalen worden overspoeld met geld. Kritiek uit de EU of individuele lidstaten maakt nauwelijks indruk op Orbán.

Journalisten zwerven rond

De verbannen Népszabadság-journalisten zwerven voorlopig rond. Op het voetpad voor een kantoorruimte in het centrum van Boedapest verraden kluitjes zenuwachtig rokende en debatterende journalisten de plaats waar de redactie is neergestreken.

Binnen lijkt de situatie – rijen laptops en een drukke vergaderruimte – bijna normaal. Slagen de journalisten erin hun team bijeen te houden? En om geld in te zamelen voor een nieuwe publicatie, wellicht een website? Hun hoop is gevestigd op crowdfunding, zegt Horváth: „De Hongaarse mediamarkt is niet meer te repareren. We zullen zelf het heft in handen moeten nemen.” Het is een strijdlustige boodschap in een land waar oppositie en maatschappelijk middenveld zich vaak passief opstellen.

Tegelijk is Boedapest de Europese kanarie in de kolenmijn, aldus Horváth: „Dit kan ook in andere Europese landen gebeuren. Zij moeten zichzelf hiertegen wapenen.”