Niet elke gemeente kan slim én groen én toeristisch zijn

Stad en platteland

Hoe kan je steden sterker maken zonder dat het platteland inzakt? Daartoe presenteren ondernemersclubs deze maandag een nieuw plan.

Noordwijk, waar VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer woont tussen „robuuste duinen” en „weidse bossen”, presenteert zich wegens het ruimtevaartcentrum ook als ‘The Space to Be’. Foto Gemeente Noordwijk / Els Bax

Voor veel internationale toeristen lijkt het kleine Nederland eerder één grote metropool. Je kunt er zelfs een soort metronetwerk van maken, dachten ze bij het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen. Ze maakten een grijze kaart van HollandCity met acht slingerende routes voor buitenlandse bezoekers. Zoals de groene Van Gogh-lijn via Amsterdam en Zundert, de oranje Liberation Route langs Middelburg en Aalten en de roze Shopping-lijn van Schiphol tot Maastricht.

„Het is een mooi voorbeeld van hoe je stad én regio kunt verbinden en beide kunt laten profiteren van het toenemende toerisme”, zegt voorzitter Hans de Boer van ondernemersvereniging VNO-NCW.

Want de kloof ín ‘HollandCity’ groeit. Grote steden worden alleen maar groter, terwijl veel middelgrote steden en dorpen achterblijven of krimpen. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn met zijn vieren goed voor een derde van de Nederlandse bevolkingsgroei tot 2025, volgens prognoses. In krimpgebieden zoals Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen, en Zuid-Limburg daarentegen daalde de werkgelegenheid tijdens de crisis sneller, tot 9 procent in Zuid-Oost-Drenthe.

De ondernemersverenigingen VNO-NCW, MKB en LTO Nederland willen meer profiteren van de verstedelijking en achteruitgang in de regio’s voorkomen. Daarom lanceren ze deze maandag een campagne met een discussiestuk over de toekomst van stad en platteland. Het is onderdeel van een ambitieus investeringsfonds van 100 miljard dat de lobbyclubs met pensioenfondsen en verzekeraars willen oprichten om de economie sterker te maken.

In één uur door heel de Randstad

Het volgende kabinet, dat na de verkiezingen in maart 2017 jaar aantreedt, zal Nederland samen met overheden, ondernemers en grote beleggers moeten transformeren, stellen de ondernemers. „Leegstaande winkels en kantoorpanden moeten sneller worden omgebouwd tot woon- en zorglocaties”, zegt De Boer.

Binnen de Randstad moet je binnen een uur – van deur tot deur – op iedere bestemming kunnen komen. „Er moeten snelle verbindingen komen tussen steden en dorpen, ook binnen steden, voor toeristen en kenniswerkers. Niet alleen openbaar vervoer, denk ook aan het delen van auto’s en Uber-achtige concepten. De nieuwe technologie maakt dat mogelijk.”

Binnensteden moeten aantrekkelijk blijven voor klanten en toeristen door betere samenwerking tussen winkeliers. Kleine steden en dorpen moeten onderling afstemmen hoe ze zich kunnen onderscheiden en profileren om hun lokale economie op peil te houden. „Niet elke gemeente kan straks én slim én groen én toeristisch zijn, of een aantrekkelijk winkelaanbod bieden”, staat in het discussiestuk.

Neem Noordwijk, waar De Boer woont. De gemeente viert ‘150 jaar badplaats’, je kunt er recreëren tussen „robuuste duinen” en „weidse bossen” en het ruimtevaartcentrum maakt het ook „the Space to Be”, volgens de gemeentesite.

pearl2016_bevolkingsontwikkeling_per_gemeente_2015_2040_436x287

Toch weet Noordwijk zich ook aardig te onderscheiden, zegt De Boer. „Ze hebben rond de Tweede Wereldoorlog een hele toeristische strategie bedacht. Er is een Duitse bunker uitgegraven waar nu het Atlantikwall Museum zit. Ze hebben hotelarrangementen voor de musical Soldaat van Oranje in die hangar in Katwijk.”

Verder willen de ondernemers voorkomen dat immigratie leidt tot „gedeelde steden” en „maatschappelijke spanningen”. „Wat we laatst gezien hebben in Zaanstad [de ‘treitervloggers’, red.], dat komt tegenwoordig overal in Nederland voor. We moeten niemand uitsluiten, we willen inclusieve groei van de arbeidsmarkt.”

Minister van Stad en Platteland

Het uitvoeren en afstemmen van zulke grote taken kun je niet alleen overlaten aan gemeenten, vinden de ondernemers. Tegen de trend van decentralisatie in, pleit de vereniging voor meer centrale regie. De ondernemers willen een minister van Stad en Platteland in het volgende kabinet. De Boer: „Het mag ook een staatssecretaris zijn, iemand die aan het ministerie van Economische Zaken hangt. Als er maar een formeel loket is in Den Haag.”

Ook pleiten de ondernemers voor een ‘transformatiefonds’ van het Rijk voor co-financiering van projecten in stad en regio. De overheid zou jaarlijks 250 tot 500 miljoen euro moeten bijdragen aan het programma voor stad en platteland, is de inschatting van VNO-NCW.

„Het klopt dat er geen overkoepelende regie of visie over de ontwikkeling van stad en platteland is”, zegt Otto Raspe van het Planbureau voor de Leefomgeving. „Het lijkt een vergeten onderwerp te zijn.”

Een betere infrastructuur met snellere verbindingen is cruciaal voor de economie, zegt Raspe. „Zowel voor de arbeidsmarkt als het onderwijs. Het grootstedelijke Amsterdam vormt met Brainport Eindhoven een completer geheel om te wonen en werken. Maar het blijft anderhalf uur rijden, dat doe je niet snel.” Het creëren van meer woningen in leegstaande panden is belangrijk voor een dichte binnenstad, zegt hij. „Anders dijen gemeentes uit. Door het ‘verdichten’ van de stad reizen bewoners ook minder: beter voor het milieu.”

Arjan Raatgever, projectleider ruimte en economie bij het onafhankelijke kenniscentrum Platform31 voor stad en regio, onderschrijft de visie van de ondernemers. Als voorbeeld noemt hij de verhitte discussie over het plan voor een groot outletcenter op het TT-terrein in Assen. „Zo’n centrum trekt omzet weg uit de binnenstad en omringende dorpen. Het is kapitaalvernietiging. Echt zoiets wat je niet lokaal, maar in regionaal verband moet bekijken.”

Er is één nadeel aan het concept van één grote stad, zegt Raatgever. „Een deel van de Nederlanders heeft het gevoel dat ze geen grip meer hebben op hun leefomgeving en eigen cultuur. Dat zie je ook in politieke peilingen terug. Als je belangrijke beslissingen gaat opschalen van lokaal naar regionaal of landelijk bestuur, gaan mensen zich afvragen: waar is nog mijn invloed?”