Cultuur

Interview

©

Egypte: grootmacht van weleer speelt alleen nog een bijrolletje

Midden-Oosten

Anders dan onder Nasser en Sadat doet het huidige Egypte niet veel meer dan het bewaken van de eigen veiligheid.

De Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi staat tijdens een conferentie in de rij om de hand te schudden van zijn Amerikaanse collega Barack Obama. Die lijkt hem te negeren om eerst zijn Turkse ambtgenoot Erdogan te begroeten. Het is een van de Sisi-bashing videootjes die rondgaan op de sociale media, maar het illustreert de positie waarin Egypte zich internationaal bevindt: het land wil een belangrijke speler zijn, maar heeft de energie noch de middelen om werkelijk van invloed te zijn.

Ooit was Egypte een regionale grootmacht. President Nasser (1918-1970) initieerde oorlogen en megaprojecten, maar leidde ook een pan-Arabische beweging die ver buiten Egypte aansloeg. Later speelde Egypte een voortrekkersrol door als eerste Arabische land vrede te sluiten met Israël – wat de toenmalige president Anwar Sadat met de dood moest bekopen.

Ook president Sisi doet zijn best zich internationaal te profileren. Zo wierp hij zich op als bemiddelaar in het Palestijns-Israëlische conflict en ontmoette hij onlangs in New York beide Amerikaanse presidentskandidaten. Maar al dat internationale handen schudden dient in feite twee binnenlandse doelen: de nationale veiligheid bewaken en geld binnenhalen. In de regio is Egypte links en rechts ingehaald door landen als Saoedi-Arabië, Turkije, Iran en de Verenigde Arabische Emiraten.

Poreuze grens

„Het enige land waar Egypte nog serieus invloed probeert te hebben, is Libië”, zegt politiek analist Timothy Kaldas telefonisch vanuit Washington. Egypte en Libië delen een lange, poreuze grens. „Egypte kan het niet gebruiken om een failed state naast zich te hebben”, zegt Kaldas. „Het is bang dat het conflict overslaat. Ook in Egypte is Islamitische Staat (IS) aanwezig, en wapens komen er makkelijk binnen.”

Daarnaast werken er nog steeds honderdduizenden Egyptenaren in Libië. Toen IS vorig jaar 21 koptische Egyptenaren onthoofdde, reageerde Egypte met een luchtaanval op IS-bases in Libië. Egypte ontkent berichten dat het vaker militair heeft ingegrepen.

„De regionale betrokkenheid van Egypte hangt af van de perceptie van wat Egyptes interne veiligheid bedreigt”, stelt politiek econoom H.A. Hellyer in een email.

„Het establishment in Kairo heeft verschillende vormen van Islamitisch fundamentalisme als dreiging geïdentificeerd, en daar handelt het naar.”

Ondanks de economische problemen koopt Egypte steeds meer wapens, vooral van de VS en Frankrijk. Die worden vooral ingezet in de binnenlandse ‘strijd tegen terrorisme’. In het verdeelde Libië steunt Egypte generaal Khalifa Haftar, die met zijn zelfbenoemde Libische Nationale Leger IS en andere islamitische milities aanvalt en nauw samenwerkt met het parlement in Tobruk. Haftar en het Tobruk-parlement erkennen de in 2015 met VN-steun gevormde regering van nationale eenheid (GNA) in Tripoli niet: er zou daarin te veel ruimte zijn voor fundamentalistische facties en te weinig voor politici uit Oost-Libië.

Egypte erkent formeel de GNA wel, maar blijft intussen Haftar vooruitschuiven als meest geschikte leider. De relatie tussen Tobruk en Egypte wordt volgens de European Council on Foreign Relations, een denktank met bureaus in zeven Europese steden, gekenmerkt door „grote wapenleveranties [en] een gezamenlijk politiek project: het uitroeien van de politieke islam en het versterken van de autonomie van oostelijk Libië.” Toen Haftar in september vier belangrijke oliehavens veroverde, spraken de VN daarover hun bezorgheid uit, maar betitelde Egypte de actie juist als „het veiligstellen van de nationale oliereserves”.

Hoewel er ook aanzienlijke aantallen Soedanezen, Syriërs en Jemenieten in Egypte gevestigd zijn, heeft het conflict in Libië volgens Hellyer „verreweg de meeste invloed” op Egyptes nationale veiligheid. In andere naburige conflicten houdt Egypte zich zo afzijdig mogelijk. Het negeerde de wens van bondgenoot Saoedi-Arabië om grondtroepen in te zetten in Jemen. In de jaren zestig kwamen tienduizend Egyptische soldaten om bij een mislukte militaire interventie door Nasser, nota bene tegen de destijds door Saoedi-Arabië gesteunde Jemenitische troepen. „Jemen was het Vietnam van Egypte”, zegt Kaldas.

„Egypte probeert herhaling van dat drama koste wat kost te voorkomen.”

Toenadering tot Israël

Ook in het Palestijns-Israëlische conflict komt Egypte niet veel verder dan oproepen tot gesprekken. „Egypte was altijd een belangrijke bemiddelaar”, zegt Kaldas, „maar de relaties met Palestijnse groeperingen zijn verslechterd sinds Egypte in 2013 actief meehielp aan de Israëlische blokkade van de Gazastrook.”

Daarentegen zoekt Egypte steeds meer toenadering tot Israël. De Egyptische politicoloog en politicus Amr Hamzawy noemt de Israëlische premier Netanyahu in een telefonisch interview zelfs ‘Sisi’s belangrijkste regionale bondgenoot’. Ook hier gaat het in de eerste plaats om de nationale veiligheid. Acties tegen de lokale IS-tak in de Sinaï-woestijn coördineert Egypte met Israël. Sisi en Netanyahu delen bovendien naast hun afkeer van islamisten ook economische belangen, vooral in de gasvoorziening.

Financiële nood is de tweede motor van Sisi’s internationale vriendschappen. De beste vrienden van Egypte zitten niet meer in het Westen maar in de Arabische Golf. „Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten houden de huidige regering in het zadel”, zegt Hamzawy. De liefde is overigens niet onvoorwaardelijk: begin dit jaar gingen duizenden Egyptenaren de straat op omdat Egypte in onderhandelingen met Saoedi-Arabië twee betwiste eilandjes had ‘weggegeven’.

„Egypte heeft het te druk met zijn interne problemen om nog een regionale rol van betekenis te spelen”, vat Kaldas de situatie samen. Hamzawy beaamt dit. „De nieuwe bondgenoten laten Egypte niet onafhankelijk handelen”, zegt Hamzawy.

„De invloed van Egypte neemt al af sinds 2011, maar nu is Egypte echt aan het verdwijnen als regionale speler.”