‘We zitten niet meer gevangen in het web van geld verdienen’

Spitsuur

Cees Bavius (63) en Petra van Loon (56) wonen samen in een boerderijtje in Dalfsen. Ze hebben veel last gehad van de crisis. „Een paar jaar lang is het echt heel krap geweest.” 

Petra: „De combinatie van veel reizen en dan thuiskomen in de rust van het platteland is heerlijk. Ik vind al dat groen weldadig.” Foto David Galjaard

Petra: „We wonen nu een jaar in dit boerderijtje. Ooit woonde er een boer met drie koeien. De laatste eigenaar is vertrokken omdat de provinciale weg die voor het huis loopt verbreed zou worden. Alle boerderijen langs de weg werden onteigend. Uiteindelijk is het plan afgeketst en staan alle huizen er nog.”

Cees: „We huren volgens de Leegstandswet: qua onderhoud hebben we dezelfde rechten als huurders, alleen kan het gebeuren dat we er binnen drie maanden uit moeten. Maar we verwachten dat we hier nog wel een tijdje kunnen wonen.”

Petra: „Ik weet nog dat ik op Rotterdam Centraal stond en mijn voicemailberichten van de dagen ervoor afluisterde. Daar zat ook een bericht tussen dat we diezelfde middag naar dit huis moesten komen kijken. Maar dat kon ik onmogelijk halen, van Rotterdam naar Dalfsen. Gelukkig was Cees in de buurt voor een theaterproductie. We besloten het te huren.”

Afgesneden van alle cultuur

Cees: „Ik heb, net als Petra, lang in Dordrecht gewoond, maar drie jaar geleden ben ik naar Laag-Zuthem verhuisd, onder Zwolle. Daar kon ik gratis wonen in het gastenverblijf van een vriend. Ik kon mijn huur in Dordrecht namelijk niet meer betalen door alle bezuinigingen in de kunstsector. In Laag-Zuthem was ik afgesneden van mijn hele netwerk en van alle cultuur. Maar met vallen en opstaan heb ik in deze regio weer voet aan de grond gekregen. Ik heb nu weer een eigen theatergroep, de Reizigers, waarmee ik locatietheater maak. We spelen op boerderijen, in het landschap langs de Vecht, in een manege. Ik krijg nu opdrachten van onder andere het waterschap en Natuur en Milieu.”

Petra: „Ik werk al dertig jaar in de zorg- en welzijnssector. Sinds 1998 heb ik een eigen bureau dat wordt ingehuurd door overheden en zorginstellingen. Ik reis het hele land door, met de trein en de bus, want ik heb geen rijbewijs. Ik vind de combinatie van veel reizen en dan thuiskomen in de rust van het platteland heerlijk. Ik vind al dat groen weldadig. Als ik nu terugkom in de straat in Dordrecht waar ik woonde, denk ik: wat een hoop stenen!”

Cees: „Ik vind het bijzonder hoe aardig de buurtbewoners op ons reageren. We voelen ons hier heel welkom.”

Petra: „We hebben ze allemaal uitgenodigd voor een kennismakingsborrel.”

Cees: „Toen ik laatst mijn enkel gebroken had, kwam de buurman het gras maaien. Een toen ik voor controle naar het ziekenhuis moest, is hij meegegaan.”

Petra: „Ze oordelen niet over ons, maar staan open voor onze verhalen.”

Cees: „Ik heb wel vaker op het platteland gewoond, maar nooit zoveel openheid en vriendelijkheid ontmoet als hier.”

Een cadeautje, die tuin

Petra: „Ik heb mijn huis in Dordrecht verkocht omdat we wilden samenwonen. Ik heb nooit eerder op het platteland gewoond en tuinier hier voor het eerst in mijn leven. We hebben een moestuin aangelegd en als verbaasde kinderen hebben we staan kijken naar onze eerste courgette.”

Cees: „Ik heb nu al zin in het voorjaar. We hebben ook een walnotenboom, een appel en een peer. Het is echt een cadeautje, die tuin.”

Petra: „We hebben de hele zomer vol verbazing door onze tuin gelopen, we ontdekten steeds nieuwe dingen.”

Lekke band

Petra: „Voorheen hadden we veel meer te besteden, want we hadden allebei veel werk. Dat maakte dat we ook veel uitgaven, we consumeerden makkelijk. Maar we hebben allebei last gehad van de crisis. We kregen veel minder opdrachten. Dat heeft ons wel geholpen om te bedenken wat echt belangrijk is. We zitten nu niet meer gevangen in het web van geld verdienen.”

Cees: „Een paar jaar lang is het echt heel krap geweest. Als de auto een lekke band had gekregen, hadden we die niet kunnen laten repareren.”

Petra: „Het was niet leuk, maar het duurde maar twee, drie jaar. Er zijn mensen die levenslang armoede lijden.”

Cees: „Ik ben permanente armen tegengekomen toen ik locatietheater maakte in achterstandswijken in Dordrecht en Rotterdam.”

Petra: „We letten nog steeds goed op onze uitgaven: waar is de benzine het goedkoopst, hoeveel geven we uit aan de boodschappen?”

Cees: „Toen ik in het gastenverblijf van die vriend woonde, zag ik het wel even somber in. Ik dacht echt dat ik nooit meer werk zou krijgen. Heel confronterend. Ik had niet eens geld om hout te kopen voor de kachel. Ik heb het gered dankzij Petra.

Petra: „We maken veel bewustere keuzes. En we laten ons financieel niet meer vastzetten. Daarom huren we nu ook.”

Cees: „Stel, we winnen de loterij, dan zouden we weer een huis kunnen kopen. Tegelijkertijd krijg ik het spaans benauwd van het idee, want dan ben ik mijn vrijheid kwijt.”

Petra: „We zien wel waar we over twee jaar wonen. Misschien worden we oud in de moestuin, maar het kan ook dat we hier dan allang weer weg zijn.”

Cees: „Ja, we zijn reizigers.”