Van country tot honkbal, in Amerika is alles gepolariseerd

Verenigde Staten

De scheiding tussen ‘gewone mensen’ en intellectuelen is in de VS bijna absoluut, net als die tussen Democraten en Republikeinen, schreef Guus Valk onlangs. De verkiezing van Donald Trump tot nieuwe president heeft dat opnieuw bewezen.

Foto istock, bewerking NRC

Hij is 79, maar als Charlie Daniels zijn viool bespeelt, betovert hij de arena. Heupwiegend staat hij op het podium, met zijn karakteristieke cowboyhoed en geruite houthakkersblouse, terwijl de muziek steeds sneller en hoger gaat. De tienduizend bezoekers van de EagleBank Arena in het stadje Fairfax, in de staat Virginia, zijn allemaal gaan staan voor de countrylegende uit de zuidelijke staat North Carolina. Ze stampen mee met zijn opzwepende ritme.

„Weten jullie wat dit land wel wat meer kan gebruiken?” bast Daniels in de microfoon. „Rednecks!” roept de zaal. Hierop zet Daniels, een gedrongen man met grote, witte baard, zijn grote hit in: ‘A few more Rednecks’. Het is een aanstekelijk lied, dat zijn fans vrolijk meezingen. Maar in de tekst klinkt verbitterde woede door. Het gaat over het verdwenen respect voor de arbeiders, en de arrogantie van progressieve hoogopgeleiden.

What most people call a Redneck

Ain’t nothin’ but a workin’ man

And he makes his livin’

By the sweat of his brow

And the calluses on his hands

Dan komt de climax, die Daniels bijna de zaal in schreeuwt:

Now you intellectuals may not like it

But there ain’t nothin’ that you can do

Cause there’s a whole lot more of us common-folks

Then there ever will be of you!

Naast mij, op de tribune, zit een oudere man, Robert Nelson. Hij draagt een rafelig shirt, en heeft een Amerikaanse vlag om zijn hoofd geknoopt. Nelson werkt in de bouw en is al tientallen jaren fan van Daniels, vertelt hij. Maar hij was nog nooit bij een concert geweest. Dat idee kwam pas toen hij ‘De zeepkist’ van Daniels las, een site waar de zanger zijn mening over politiek ventileert. Charlie Daniels is een aanhanger van Donald Trump, net als Nelson. En beide mannen delen een afkeer van de media, de elites in Washington, de islam, illegale migranten.

„Waarom Trump?” schreef Charlie Daniels onlangs. „Nou, omdat Amerikanen het niet langer pikken. Ze zijn er doodziek van dat alles bij het oude blijft, en willen de sleur doorbreken. Ze willen een man van actie, die de taal van de gewone man spreekt.” Die tekst, zegt Robert Nelson, overtuigde hem dat hij naar het concert moest gaan. Hij wilde goede muziek horen, maar vooral politieke geestverwanten ontmoeten. „Zeker 90 procent van de mensen hier is voor Trump”, merkt hij. De Make America Great Again-stickers op de auto’s buiten, de Amerikaanse vlaggen op het podium, de Blue Lives Matter-shirts waarmee bezoekers sympathie voor de politie uitdragen – het geeft Nelson een warm gevoel. „Democraten kom je hier niet tegen. Ik ben een patriot. Ik wil mijn vrije tijd doorbrengen met andere patriotten.”

Door een kat gelikt

Diezelfde avond ontmoeten linkse countryliefhebbers elkaar aan de andere kant van het land, bij een concert van de Dixie Chicks in Los Angeles. De drie vrouwen vormen een van de populairste countrybands van de Verenigde Staten, maar hebben de afgelopen jaren het conservatieve deel van hun publiek van zich vervreemd. In 2003 liet zangeres Natalie Maines zich ontvallen dat ze zich schaamde dat president George W. Bush, net als zij, uit Texas kwam. Het leidde tot boycots en doodsbedreigingen in de overwegend behoudende countrywereld.

De Dixie Chicks vochten zich terug, en hun nieuwste show is politieker dan ooit. Terwijl ze hun oude hit ‘Goodbye Earl’ zingen, over een vrouw die haar man vermoordt, is op de achtergrond een foto van Donald Trump te zien. Trump draagt een snor, een geitensik en twee hoorntjes. Natalie Maines maakt er een sport van conservatieven te beledigen in haar concerten. Op Twitter valt ze Trump aan op zijn kapsel („Door een kat gelikt”) en gebruinde gezicht („Hij moet zijn handen ook bijkleuren”). Dat ze elke dag op haar Facebook-pagina wordt uitgescholden (‘On-Amerikaans!’ ‘Ga maar spelen in Syrië!’), doet haar niets. Haar publiek is progressief, en dat ze conservatieven op de kast krijgt, maakt haar alleen maar populairder.

De countrywereld is, in het klein, even gespleten als Amerika in 2016. Over ruim twee weken kiest het land een nieuwe president, na de meest polariserende campagne in de recente geschiedenis. De beide kandidaten staan model voor het tweestromenland dat Amerika is geworden: buiten hun eigen kring moet bijna niemand ze. Hillary Clinton is geliefd onder circa 40 procent van de bevolking, Donald Trump scoort 37 procent. Er is geen enkele maatschappelijke overlap meer: het percentage Amerikanen dat beide kandidaten acceptabel vindt, is net iets meer dan 0,0.

Amerika’s tweepartijenstelsel is gebouwd op samenwerking. Omdat de Democraten of de Republikeinen zelden alleen een meerderheid in het Congres en het Witte Huis hebben, hebben ze elkaar nodig. Maar samenwerking bestaat al jaren niet meer. De Republikeinen hebben de jaren van Barack Obama geprobeerd te saboteren door in het Congres alles tegen te houden wat de president voorstelde. Obama, op zijn beurt, regeert in grote dossiers per decreet.

Het is het gevolg van een sluipende scheiding tussen beide partijen, die pas goed begon toen de Republikeinen in 1994 de macht in het Congres overnamen. De Republikeinen werden rechtser en dogmatischer. De Democraten werden juist progressiever, met name op sociale thema’s, zoals het homohuwelijk.

Een politiek stelsel dat vastloopt, creëert leiders die niet meer geïnteresseerd zijn in het bereiken van de andere kant. Clinton en Trump preken voor eigen parochie, alleen nog maar hopend dat hun mensen niet thuisblijven.

Regenboogvlag

Maar polarisatie is meer geworden dan alleen een Washington-construct. Het is een manier van leven. Alles is politiek in het Amerika van nu. Waar je woont, met wie je omgaat, welke muziek je luistert. Als ik mijn woonplaats Washington verlaat en Virginia binnenrijd, kom ik vuurwapenwinkels, evangelische kerken, Trump-borden en af en toe een Confederatievlag tegen. In Washington is vrijwel iedereen weer progressief. Ze doen hun biologische boodschappen bij Whole Foods, gaan naar de progressieve Unitarian Church, en hangen de Regenboogvlag uit. Mijn buurtgenoten zijn bijna zonder uitzondering Democraten.

Op een veldje vlak bij mijn huis geeft de goedlachse honkbalcoach Stephen elke vrijdag les aan kinderen van zes jaar. Net als de lokale Washington Nationals eindigt hij altijd met een Presidents Race, waarbij ouders maskers van ex-presidenten opdoen, en hard over het veld hollen. Voor de grap kocht hij ook een Trump- en Clinton-masker. Maar er ontstond onrust onder ouders over het Trump-masker: kunnen we hier wel grappen over maken?

Coach Stephen moest een anonieme internetpeiling houden. „Sommigen zeggen dat we Trump moeten dumpen”, schreef hij de ouders. „Anderen vinden dat Trump mag blijven – hij is immers zijn eigen achilleshiel.” Er kwam uiteindelijk een compromis uit: Trump mag mee blijven doen, als hij maar iedere race als laatste eindigt. „Zo gaat het in het echt ook”, schatert Stephen, als ik naar de uitslag vraag. „Iedereen haat Trump, maar het is ook saai zonder hem.”

In zijn boek The Vanishing Neighbor schrijft historicus Marc Dunkelman dat Amerika altijd bijeen is gehouden doordat mensen met een verschillende sociale achtergrond dicht bij elkaar woonden. Deze ‘sociale middenring’ van buren, collega’s en vrienden loste conflicten in de kiem op, aldus Dunkelman. Die ring is vrijwel volledig verdwenen. Progressief en conservatief Amerika zijn geografisch gescheiden. Jonge hoogopgeleiden trekken naar de steden, waar ze progressieve enclaves vormen. Het platteland veroudert en verrechtst. De fysieke scheiding wordt versterkt door andere tv-programma’s, andere media, en andere feiten. Conservatieven lezen op Facebook conservatief nieuws, deze week vooral over de Wikileaks-onthullingen over de Clinton-campagne. Voor progressieven hebben algoritmen linkse nieuwtjes geselecteerd. Daar is Wikileaks vooral een schandelijke inmenging van de Russen in de Amerikaanse verkiezingen. Zo trekt iedereen zich comfortabel terug in zijn eigen gelijk.

Tekst gaat verder na de video:

Zij is voor, hij tegen

Op donderdagochtend drink ik koffie bij Pete en Eden Hansen. De veertigers wonen met hun twee basisschoolkinderen in een vrijstaand huis in Maryland. Pete is lang en draagt een baard. Hij is jurist, gespecialiseerd in het internationaal recht. Eden, een vrouw met lange zwarte krullen, is fotograaf. Het gezin is volstrekt uniek in mijn vriendenkring: Eden is Democraat, Pete Republikein. Ze zijn het voortdurend oneens. Over het homohuwelijk bijvoorbeeld (zij is voor, hij tegen). Of over een wettelijk verplichte gelijke beloning voor mannen en vrouwen (idem). Hij noemt Democraten „incoherent”. Zij vindt Republikeinse dogmatiek beangstigend. Toch, zeggen ze, kunnen ze goed met elkaars opvattingen leven. Wat is hun geheim?

Pete: „We laten elkaar altijd uitpraten.”

„Bijna altijd”, zegt Eden.

Eden groeide op in een progressief milieu in Kansas City, een linkse stad in een diep-conservatieve omgeving. Pete komt uit een conservatieve familie uit de relatief progressieve staat New Jersey. Ze weten dankzij hun jeugdjaren om te gaan met andersdenkenden. Maar, zeggen ze erbij, dat perspectief wordt steeds zeldzamer.

Over alles is nagedacht bij Eden en Pete, ook over hun mediagebruik. Zij kijkt graag naar PBS, de neutrale publieke omroep. Hij kijkt graag naar Fox News. Maar ze kijken alleen naar de nieuwsprogramma’s van Fox, niet naar een pro-Trump-commentator als Sean Hannity. Pete wantrouwt de publieke omroep, zegt hij. „Ze spreken de taal van de progressieven. Ze bevestigen hen alleen maar in hun vooroordelen over conservatieven. Ze verpakken alles als feitelijk en neutraal. Dat is de grote frustratie van rechtse mensen als ik. We voelen ons door links behandeld alsof we intellectueel minderwaardig zijn.”

Eden: „Ik luister wel eens naar rechtse talk-radio. Dat maakt me echt bang. Ze zeggen dat de wereld in feite ophoudt te bestaan als Hillary Clinton wordt gekozen.”

Pete: „Fox News was nodig als spreekbuis van rechts. Het is ideologisch gekleurd, maar dat is het zogenaamd neutrale nieuws ook.”

Volgens Pete trekken conservatieven als hij zich terug uit het openbare leven. Een Republikein in de wetenschap, de kunst, of de ambtenarij is zeldzaam. Ze vormen in die werelden een minderheid, en denken al snel: laat maar. Maar conservatieven zijn weer oververtegenwoordigd in het bedrijfsleven. Zo verzuilt Amerika alleen nog maar harder, zegt hij.

Pete is kritisch op zijn partij. Hij is vurig aanhanger van de #NeverTrump-beweging, een verzameling intellectuelen die in Trump de grootste bedreiging voor het conservatisme ziet. Hij stemt dit jaar op de onafhankelijke conservatief Evan McMullin. Hij is bang, zegt hij, dat zijn partij na de verkiezingen scheurt.

Hij zegt: „De afgelopen jaren zag ik mijn partij steeds meer in zichzelf gekeerd raken. Ze voerden oorlogjes in eigen kring, over de vraag wie het meest dogmatisch dacht. Dat is met Trump opeens helemaal veranderd. Republikeinen blijken machtswellustelingen te zijn, die zelfs Trump aanbidden om maar terug te keren in het Witte Huis.”

Eden: „Wij willen geen oude politiek, zeiden jullie altijd. Nou, nu hebben jullie je zin met Trump.”

Pete: „Jullie Democraten zijn ook niet blij met Hillary, maar bewaren de lieve vrede. Bij ons is tenminste echt debat.”

Eden: „Daarin heb je gelijk. Ik denk dat Clinton niet echt hard wordt aangepakt om al haar schandalen, omdat niemand het risico op een president Trump wil vergroten.”

Pete en Eden zijn nog moe. De avond ervoor hebben ze het derde tv-debat tussen Trump en Clinton gekeken. Eden zegt: „Hij is nog een beetje optimistisch over het land, ik helemaal niet meer.”

Pete: „Welnee! Ik ben juist ook heel pessimistisch.”

„Dan zijn we allebei somber”, stelt Eden vast. „Het land is op alle fronten geradicaliseerd, maar de meeste mensen willen dit helemaal niet. De Amerikanen die ik ken, zijn gematigd. We keren ons af van politiek, omdat die tot radicale keuzes dwingt. We willen terug naar het midden.”