Militairen en experts: mandaat Mali dubbelzinnig

Officierenvereniging wil dat VN het mandaat voor de militairen in Mali aanpast

Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken tijdens een bezoek aan Mali in april van dit jaar. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

De VN-missie in Mali, waaraan Nederland deelneemt, heeft grote moeite te opereren als onafhankelijke partij – terwijl dat een doelstelling is van het eigen mandaat. Dit blijkt uit gesprekken die NRC voerde met militairen en deskundigen over de missie in Mali. Zij constateren dat het mandaat dubbelzinnig is. Bovendien zien zij soms gebrekkige communicatie met partnerlanden.

Het kabinet verlengde deze maand de Nederlandse inbreng in Mali tot 2017; het is de grootste Nederlandse missie op dit moment. Er blijven 290 Nederlanders in Mali, op een totaal van 13.000 militairen die er in VN-verband werken. In het land bevechten allerlei bevolkingsgroepen elkaar om politieke, religieuze en etnische redenen. Vorig jaar werd een vredesakkoord getekend, maar dat is volgens het kabinet „broos”. Er worden nog veel terroristische aanslagen gepleegd en miljoenen Malinezen lijden honger.

Srebrenica

De kritiek van de militairen en defensiedeskundigen ligt gevoelig, omdat ‘Mali’ de grootste VN-bijdrage van Nederland is sinds ‘Srebrenica.’ Daar waren Nederlandse blauwhelmen aanwezig toen Bosnisch-Servische soldaten Srebrenica innamen en meer dan 8.000 mannen en jongens vermoordden.

Hoewel dit een volkomen andere missie is, en veel problemen die toen speelden zijn opgelost, wees onderzoeksinstituut NIOD destijds ook op onder meer het onduidelijke mandaat voor de missie en op gebrekkige samenwerking met partnerlanden. Dat zijn problemen, zeggen de deskundigen en militairen, die ook in Mali te zien zijn.

Voormalig jachtvlieger Rob de Rave was voor Nederland betrokken bij de onderhandelingen over het mandaat bij de VN. Hij stelt dat er tegenstrijdigheden in het mandaat staan. Zo moeten de troepen onafhankelijk zijn, maar moeten ze ook de Malinese regering ondersteunen bij de opbouw van de staat. Dat is tegenstrijdig, omdat deze regering banden zou hebben met een deel van de rivaliserende groepen. De Rave: „Als je geweld gebruikt, kies je al snel een kant. Zéker als bepaalde strijders je verdenken van partijdigheid omdat ze denken dat je samenwerkt met de regering. Wanneer mogen deze militairen precies geweld gebruiken? Voor bevelhebbers is dat niet helder.”

Apachepiloot Peter Gordijn, die was gelegerd in Mali, merkte daar dat de VN-troepen werden gezien als partijdig: „Wij waren daar niet onpartijdig, vanwege de samenwerking met de Malinese regering.” Defensiespecialist Dick Zandee van instituut Clingendael zegt dat onpartijdigheid die de VN nastreeft in Mali „onmogelijk” is. Ruud Vermeulen, voorzitter van de Gezamenlijke Officieren Vereniging: „De missie staat niet als neutrale entiteit tussen de partijen, maar behoort tot een van de partijen.”

Het kabinet neemt in een reactie op dit artikel afstand van de (ex-)militairen en deskundigen. „De situatie in Mali is complex, maar er is geen onduidelijkheid over het mandaat. [...] De ontwikkelingen in Mali stroken niet met beeld dat – klaarblijkelijk door onder andere een aantal ex-militairen – wordt geschetst.”

Mali is een van de meest dodelijke VN-missies in de geschiedenis. Er vielen 106 VN-slachtoffers, onder meer bij aanvallen op VN-kampen en konvooien. Onder de slachtoffers zijn vijf Nederlanders; vier van hen kwamen om bij oefeningen, één door een natuurlijke oorzaak.

De officierenvereniging pleit ervoor dat Nederland zijn invloed bij de Verenigde Naties aanwendt om te zorgen dat het mandaat wordt aangepast, zodat de blauwhelmen echt onpartijdig kunnen opereren. Vermeulen: „Dan hebben onze militairen in Mali niet langer het gevoel dat zij op een hopeloze missie zijn gestuurd.”