Recensie

Maar hoe kan ze het hem nu nog vertellen?

Marijke Schermer

Haar tweede roman begint in alle opzichten klassiek en voorbeeldig. Schermer doet denken aan Ian McEwans werk. Maar met het einde bespot ze juist de klassieke vorm en norm. Zie hier, uitmuntende literatuur.

Emilia is statisticus met een bovengemiddelde interesse in het gemiddelde, en heeft haar leven daarnaar ingericht. Getrouwd, twee zoontjes, wonend in een dorp, totdat ze koos voor Bruch: ‘Hij had haar weggelokt van de extremiteiten’, weet ze. ‘Hij had haar onder de klok gelokt, midden in de normaalverdeling.’

De tweede roman van Marijke Schermer (1975), Noodweer, lijkt zich ook af te spelen binnen de normaalverdeling van de roman. De roman voelt in alle opzichten klassiek en voorbeeldig. Er wordt in het eerste hoofdstuk iets losgewoeld in Emilia – de herinnering aan een weggestopte gebeurtenis van vroeger.

Met haar man Bruch bezoekt Emilia een voorstelling van A Streetcar Named Desire en die raakt haar. Ze schrikt zich na afloop wezenloos als ze plotseling bij haar middel gegrepen wordt. En hoe mooi het stuk ook, in de auto terug suggereert ze wel dat de verkrachtingsscène geleden had onder de mannelijke blik van de regisseur. ‘Hoe bedoel je?’, vraagt haar man. ‘Dat hij het ensceneerde als iets min of meer plezierigs.’

Zo kun je betekenisvolle zinnetjes blijven noteren. Er zit zóveel in, meteen al en voortdurend: vooruitwijzingen, motieven, dubbelzinnigheden, intertekstualiteit. En na haar knappe debuut Mensen in de zon (2013) schrijft Schermer opnieuw met grote vastberadenheid en zelfbeheersing over haar vertelling, met zo’n verfijning dat Noodweer associaties met werk van Mensje van Keulen of Ian McEwan oproept. Haar zinnen hebben een snelle, oprechte onnadrukkelijkheid, waardoor ze je vooral dicht bij de gedachten van Emilia brengen. Daar speelt zich het meeste af.

De verkrachting waar zij slachtoffer van was, door een vreemde binnendringer in haar huis, heeft ze altijd voor haar man verzwegen. Hun prille liefde werd er abrupt door onderbroken, maanden van afzondering had ze vervolgens nodig, ze drukte het weg toen ze daarna naar Bruch terugkeerde.

Nu, losgewoeld, is haar geheim niet meer te temmen. Maar hoe kan ze het hem nog vertellen? Hoe moet dat? En zou hij het haar vergeven?

Dat schuldgevoel, dat behalve op het verzwijgen ook terug te voeren zou kunnen zijn op de verkrachting zelf, maakt van Schermers verhaal bovendien een waardevol en relevant geluid. Hoewel het eerder impliciet naar voren komt, kaart het verhaal wel degelijk aan dat de norm wordt bepaald door mannen, in de wereld van Emilia – trouwens ook in de wereld van pussy-grijpers die een rape culture veroorzaken. Zoals de man die Emilia bij haar middel vastpakte als grap, zoals haar baas Eddy die van aanranding beschuldigd wordt en ermee wegkomt (hij zegt dat ‘een beschuldiging van aanranding niet zelden de vorm is waarin een meisje haar spijt giet’). De ervaring van de vrouw wordt daarmee gemarginaliseerd. Maar de outliers, afwijkende waarden die uit statistieken weggefilterd worden, zijn óók deel van de werkelijkheid, realiseert Emilia zich. Haar streven naar het geluk van een gemiddeld leven, zich conformerend aan de norm, wordt er des te tragischer door.

Maar Marijke Schermer dan? Conformeert zij zich ook niet in zekere zin aan ‘hoe het hoort in een roman’, door Noodweer zo’n klassieke vorm te geven, een eenheid waarin alles verknoopt is? Inderdaad lijkt de roman naar het einde toe nog zo’n tragedie-wet te volgen: dat de ontknoping net even anders is dan je zag aankomen en des te tragischer eindigt. Maar het slothoofdstuk, waarin het water Emilia’s huis binnen gulpt en een evacuatie-helikopter haar komt redden, mag gerust gelezen worden als tragische ironie. De hulpeloze vrouw wordt dan weggetakeld door mannen die haar zeggen dat ‘alles goed komt’. We weten wel beter.

Met zo’n einde bespot Schermer de klassieke vorm (en norm) juist, als een constructie die geen soelaas biedt. En tegelijk laat ze ook de macht van de norm zien, die, tragisch genoeg, zo sterk is als een natuurkracht. Dat uiterst opzichtige motief van het wassende water moet je dan ook maar lezen met een ongemakkelijke, holle lach. Als donkere wolken zich samenpakken, ontkom je er immers niet aan nat te worden. Zo stijgt Noodweer uit boven de gemiddelde roman en wordt het uitmuntende literatuur.