Liever 13 directeuren dan betere radio en tv

Regionale publieke omroep

De dertien regiozenders – één per provincie, twee in Zuid-Holland – moeten bezuinigen. Kijkers en luisteraars worden de dupe, omdat de omroepen niet genoeg samenwerken.

Maarten van Rossem is niet alleen het brommende jurylid in de quiz De Slimste Mens (NPO 1). Hij is ook de geschiedenisleraar van Utrecht. In Van Rossem Vertelt op RTV Utrecht wandelt hij door de provincie en vertelt hij over historische plekken. Maar niet lang meer. Het programma is te duur. En dat geldt ook voor Westbroek!, van zanger/presentator Henk Westbroek.

RTV Utrecht moet bezuinigen – net als de andere twaalf publieke regionale omroepen in Nederland. De Utrechtse omroep schrapt daarom programma’s van Van Rossem en Westbroek (maar wil beiden wel behouden voor de omroep). Het nieuws wordt binnenkort door één in plaats van twee mensen gepresenteerd. En het sportprogramma op tv wordt gestaakt. De omroep ontslaat elf mensen.

Zo wil RTV Utrecht 1,1 miljoen euro besparen, 11 procent van het jaarbudget. Ook de andere regiozenders moeten zo’n percentage van hun begroting besparen. Omroep Zeeland een kleine 1 miljoen, Gelderland bijna 2 miljoen. De meeste snijden in hun programma’s. Ze doen minder verslag van evenementen in de buurt. Of ze staken de (gratis) doorgifte per satelliet, ten koste van kijkers in het buitengebied.

Staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) geeft de regionale omroepen vanaf 1 januari 2017 in totaal 17 miljoen euro minder. Samen kregen ze 143,5 miljoen euro. De reorganisaties zouden 150 tot 180 van de 1.300 banen kosten, aldus ROOS, de belangenorganisatie van regio-omroepen.

Maak kennis met de dertien regionale publieke omroepen - een per provincie, twee in Zuid-Holland. Klik op de kaart voor meer informatie, en een bijzonder programma per omroep. De tekst gaat verder onder de kaart.

Dekkers 17 miljoen zijn niet de eerste bezuiniging in deze sector. Het Rijk verdeelt pas sinds 2014 de regionale omroepgelden. Daarvoor kregen de zenders hun subsidie van de provincies. Die schrapten al miljoenen. „De sfeer bij RTV Utrecht is geruime tijd bedrukt”, zegt directeur Paul van der Lugt. „We staan anderhalf jaar in de ‘reorganisatie-stand’.”

NH, de omroep voor Noord-Holland, moest vier jaar geleden al 2 miljoen bezuinigen. Directeur Paul van Gessel: „We zaten er al vreselijk strak bij. Ik ontkwam er nu niet aan ook de redactie voor een deel te offeren.” Bij NH verdwijnen binnenkort 21 banen, een vijfde van het totaal.

„Inhoudelijk is dit een slecht verhaal voor de regiojournalistiek, die het bij de kranten ook al niet florissant doet”, zegt Van Gessel. „En juist in een tijd waarin veel overheidstaken naar de gemeenten gaan is onze aanwezigheid meer dan noodzakelijk. Willen we de communicatie niet laten overheersen door kretologie in 140 tekens [Twitter] of opruiende vlogs.”

Zo schaden de bezuinigingen de journalistieke taken van de omroepen. Het gaat niet alleen om de waakhond-functie, zegt Gerard Schuiteman, directeur van ROOS. „De regionale omroep heeft ook een bindende functie in de samenleving.” RTV Noord en RTV Rijnmond overwegen hun culturele programma’s te schrappen.

Eén directie, geen dertien bazen

Dat had allemaal niet zo hoeven zijn. Het was: óf snijden in programma’s, óf in directeuren, techniek, administratie. Als de omroepen beter hadden samengewerkt en ruzies hadden bijgelegd was de programmering meer buiten schot gebleven. Er waren hoe dan ook ontslagen gevallen, zeggen de meesten, maar het publiek veel minder hoeven merken dan nu.

Wat was het plan? De omroepen en ROOS hebben twee jaar gewerkt aan een voorstel om ondersteunende taken te delen. Er zou één bestuur komen: vijf in plaats van dertien directeuren. Daar had de staatssecretaris wel oren naar. Want zo wil hij het ook in Hilversum, bij de landelijke publieke omroep. Minder bestuur, meer efficiency, minder kosten, betere afstemming van de programmering.

RPO

Bij de nationale omroep in Hilversum geeft Dekker steeds meer macht aan koepelorganisatie Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Die verdeelt budgetten, stelt uitzendschema’s samen, en, zeggen omroepen, praat dwingend mee over de inhoud van programma’s, zoals de keuze van presentatoren en gasten.

Zoiets kan ook werken voor de regio, vindt Dekker. Samenwerking moet, omdat volgens hem het bereik van de dertien omroepen onder druk staat. Kijkcijfers van ROOS bevestigen dat overigens niet.

Een nieuwe omroeporganisatie moest de samenwerking bewerkstelligen. Voor de zomer stelde Dekker de omroepen nog even voor de Mediawet te wijzigen: de in het voorjaar bij wet opgerichte ‘Regionale Publieke Omroep’ moest de enige uitzendlicentie krijgen voor regionale, publieke gefinancierde media. De dertien omroepen – één per pronvincie maar twee in Zuid-Holland – zouden, min of meer, inhoudelijk verantwoordelijk blijven, maar moesten wel hun autonomie inleveren.

Dekkers voorstel spleet de moeizaam verkregen regionale eenheid. Vijf omroepen (Groningen, Noord-Holland, Rijnmond, Utrecht en Flevoland) zijn voor het plan van Dekker. Acht zijn tegen.

„Ik was en blijf een groot voorstander van de RPO”, zegt Van Gessel van NH. „Het was het ideale construct om de bedrijfsvoering meer op elkaar te laten aansluiten.” We hebben een kans laten lopen, zegt directeur Allard Berends (Flevoland). „Dit was de mogelijkheid om de regionale omroep toekomstbestendiger te maken.”

De acht tegenstanders van de RPO (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg, Overijssel, Gelderland, Drenthe, Friesland en RTV West) zijn tegen een centrale aansturing. Zij weigeren hun wettelijke positie van ‘regionale media-instelling’ op te geven. „Een centrale organisatie zou de bedrijfsmatige processen centraal regelen”, zegt Guus van Kleef (Gelderland), namens de acht. „Een inhoudelijke bevoegdheid zou de RPO niet krijgen”. Hij benadrukt dat de acht niet tegen samenwerking zijn, maar twijfelt onder meer aan de voorgerekende opbrengst van de bezuinigingen.

Baarlijke nonsens

Was de journalistieke onafhankelijkheid echt in het geding bij de RPO? „Baarlijke nonsens”, zegt Van Gessel (NH). „Ook nu hebben we het geregeld, via redactiestatuut, hoofdredactionele verantwoordelijkheid, programmaraad. Dat zou in de RPO niet anders zijn. Als je onafhankelijkheid per se in de wet geregeld wilt hebben, zit het blijkbaar niet in je DNA.” Schuiteman (ROOS) nuanceert. „Er was nog teveel onduidelijk rond de RPO. Wie benoemt bijvoorbeeld de hoofdredacteur van een regionale omroep?”

Komende dinsdag, 25 oktober, stemt de Eerste Kamer over de nieuwe Mediawet. Hoewel de regionale omroepen een onderwerp van fel debat was, begin oktober in de senaat, wordt hun toekomst dinsdag niet beslist. Dekker gaf zijn wetsvoorstel rond de regionale samenwerking niet in behandeling: te weinig draagkracht. Voor de verkiezingen, in maart, worden zijn regioplannen niet meer behandeld.

Zo wordt 2017 een jaar van achteruitgang voor de regionale media. Kijkers en luisteraars zijn de dupe. Programma’s verdwijnen, er is nauwelijks geld voor (digitale) innovatie. En Maarten van Rossem moet stoppen met zijn geschiedenislessen.

    • Jan Benjamin