Recensie

Het ontzaglijke licht dat Hercules Segers was

Tentoonstelling

Zeventiende-eeuwse schilder Hercules Segers verzon hele landschappen. Kunsthistoricus Gijsbert van der Wal liet zich verrassen in het Rijksmuseum, waar zijn complete werk voor het eerst bijeen is gebracht.

Naar alle waarschijnlijkheid heeft de etser en schilder Hercules Segers (geboorte- en sterfjaar onbekend, maar circa 1590 en 1640) nooit een berglandschap gezien. Niet in het echt, tenminste. Wel in de kunst van voorgangers als Joos de Momper, Pieter Bruegel en Hendrick Goltzius, wier getekende en geschilderde bergen hij op zijn minst van reproductieprenten moet hebben gekend. Zijn leermeester in Amsterdam, Gillis van Coninxloo, schilderde ook berglandschappen. En behalve in de kunst van anderen zag Segers bergen in zijn verbeelding.

Hij verzon ze gewoon, en haalde ze tevoorschijn op doek of papier. Rotsachtige vormpjes stapelde hij tekenend met het penseel of de etsnaald op elkaar tot er een massief gebergte lag. Stapelwolken van steen. In gedachten klom hij naar boven en rolde een vergezicht uit, plan na plan.

Hij baande zich bochtige weggetjes in het landschap dat onder zijn handen ontstond, een landschap dat in het begin woest en ledig was, maar waarin hij soms ook huizen, schuren, kastelen en kerktorens plantte. Segers was ‘zwanger van geheele Provinsien, die hy met onmetelijke ruimtens baerde, en in zijne Schilderyen en Printen wonderlijk liet zien’, aldus de schilder en schrijver Samuel van Hoogstraten in 1678.

Die onmetelijke ruimtes wist Segers al op te roepen op heel bescheiden formaten. Zijn etsen zijn vaak niet groter dan een ansichtkaart. Ja, zie het zo: Hercules Segers verzond ansichtkaarten vanuit zijn brein. Hij was, vermoedt kunsthistoricus Eddy de Jongh, een obsessieve geest, ‘die als een alchemist lijkt te hebben geloofd (…) in een bepaalde bezieldheid van de materie, dan wel in de mogelijkheid de materie te bezielen’. Uit verf en drukinkt schiep hij een hele wereld.

John Malkovich vertelt in deze trailer over de unieke blik van Hercules Segers.

Wie Segers’ wereld wil leren kennen, moet nu in Amsterdam zijn. In het Rijksmuseum hangen meer etsen (110) en schilderijen (18) van hem dan er ooit eerder bijeengebracht zijn: het hele oeuvre voor zover bekend, behalve één unieke prent uit Wenen die te broos is om te reizen. Na 8 januari gaat de tentoonstelling naar het Metropolitan Museum in New York.

2210ZATtest_segers3

Tegelijk met het grote overzicht in het Rijks heeft Museum Het Rembrandthuis een tentoonstelling gewijd aan Segers’ invloed op andere kunstenaars. Want zijn ansichtkaarten uit de verbeelding komen al vier eeuwen vooral bij vakgenoten aan, die hun eigen geest herkennen in de zijne of willen kunnen wat hij kon. Het begon met Rembrandt. Die bezat zeker acht schilderijen en ongetwijfeld ook veel etsen van Segers – plus de etsplaat van diens ‘Landschap met Tobias en de engel’ (ca. 1633), die hij omwerkte tot ‘De vlucht naar Egypte’ (ca. 1652). Een postuum duet, hoogst opmerkelijk. Daarna bleef Segers kunstenaars inspireren, van Philips Koninck en Jan Ruyscher – ‘alias de jonge Hercules’ – in de zeventiende eeuw tot Max Ernst en Nicolas de Staël in de twintigste.

Modernist avant la lettre

Kunsthistorica Mireille Cornelis, die onderzoek naar Segers’ invloed deed en de tentoonstelling in het Rembrandthuis samenstelde, maakt in de catalogus duidelijk waarom Segers zo goed lag (en ligt) bij de modernen. Zij zagen in hem een modernist avant la lettre, omdat zijn grillige fantasielandschappen van een tegendraadse persoonlijkheid leken te getuigen en omdat hij ongekende methoden hanteerde. Hij drukte zijn etsen met inkt af maar ook met olieverf, op allerlei soorten papier maar ook op schildersdoek. Hij experimenteerde op de etsplaat en behield toevallig ontstane effecten. Een oplage prenten werd door hem soms zo verschillend met verf opgewerkt dat je nauwelijks kunt geloven dat ze van dezelfde plaat gedrukt zijn. In het Rijksmuseum hangen soms wel acht beschilderde drukken van dezelfde ets naast elkaar – en nooit is er een beste, een definitieve.

Segers zocht kortom de grenzen van de grafiek op. Dat werd in de twintigste eeuw als typisch twintigste-eeuws gezien, en daarom werd hij vereerd als een kunstenaar die zijn tijd ver, heel ver vooruit was. De Utrechtse etser Willem van Leusden (1886-1974), die zich grondig in Segers’ etstechniek verdiepte en er een boek over schreef, zag zijn grote voorbeeld in visioenen als hij aan het werk was: ‘ineens achter me een licht, er is geen woord voor te zeggen, een ontzaggelijk licht, en daarin stond Hercules Seghers (…) en toen in enkele, in tijdloze seconden, gaf hij me de eerste wenk waar ik beginnen moest.’

©

Bergvallei met omheinde velden, ca. 1625-1630. Lijnets en drogenaald in blauw, gekleurd met penseel, 22,5 x 48,9 cm. Rijksmuseum, Amsterdam. ©

Niet miskend

Aan de soms wat al te romantische Segers-literatuur uit het verleden wordt binnenkort een wetenschappelijke oeuvrecatalogus in twee delen toegevoegd, een uitgave van het Rijksmuseum die helaas net niet op tijd af kwam voor de opening van de tentoonstelling. In een biografische schets is alles verzameld wat er over de man zelf te vinden was (niet veel, maar toch meer dan ik altijd dacht). Het eeuwenoude beeld van hem als miskende, arme kunstenaar wordt bijgesteld: zijn etsen waren bij tijdgenoten misschien niet zo in trek, maar zijn schilderijen wel, en hij lijkt pas tegen het einde van zijn leven in financiële nood te hebben verkeerd.

Huigen Leeflang van het Rijksprentenkabinet relativeert het beeld van de onorthodoxe visionair in een hoofdstuk over Segers’ schilderachtige prenten. Het op doek drukken en met verf opwerken van etsen kan, suggereert Leeflang, Segers’ antwoord zijn geweest op de stijgende vraag naar betaalbare geschilderde landschappen in zijn tijd. Van andere kunstenaars is bekend dat ze waterverftekeningen op doek maakten, unica die ook sneller en goedkoper te produceren waren dan landschappen in olieverf. Mogelijk kwamen Segers’ gedrukte schilderijen dus niet (alleen) uit experimenteerzin voort, maar (ook) uit commerciële overwegingen.

Ontnuchterend is verder Leeflangs constatering dat het merendeel van Segers’ prenten uit zijn ateliernalatenschap afkomstig moet zijn en pas na zijn dood in omloop kwam. Het rauwe, experimentele karakter van zijn pure etsen, dat tegenwoordig zo wordt gewaardeerd, moet misschien worden verklaard uit Segers’ gewoonte die etsen te beschilderen. Fouten en slordigheden hoefden niet op de plaat te worden gecorrigeerd, dat kon later nog in verf. Veel van de overgeleverde prenten van Segers zijn waarschijnlijk onaf, aldus Leeflang, ‘een soort halffabricaten’. Het is de vraag of de kunstenaar ze zo modern bedoelde als wij ze nu vinden.

Segers’ oeuvre kan zulke kanttekeningen best hebben. Sterker nog: de nieuwe inzichten in de catalogus leiden tot een beter begrip bij het bekijken van de etsen. Die blijven bezienswaardig, misschien wel juist als je weet dat ze works in progress zijn. We zien de kunstenaar bezig. Vier eeuwen na zijn dood kunnen we nog steeds zijn gedachten lezen.

Hercules Segers. T/m 8 januari 2017 in het Rijksmuseum, Museumstraat 1, Amsterdam. www.rijksmuseum.nl. In de ban van Hercules Segers. Rembrandt en de modernen. T/m 8 januari 2017 in Museum Het Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4, Amsterdam. www.rembrandthuis.nl