Het gevecht om de ziel van Aleppo

Syrië

De frontlinie van de Syrische burgeroorlog loopt dwars door de stad Aleppo. Het oostelijk deel van de stad wordt vrijwel dagelijks gebombardeerd, het westen is relatief rustig. Hoe raakte de stad zo verscheurd?

De video’s die het Syrische regime de laatste tijd heeft verspreid over het leven in het westen van de stad Aleppo vormen een scherp contrast met de dagelijkse beelden van verwoesting in het oosten van de stad.

Eén video, verspreid door het ministerie van Toerisme, is gemaakt met een drone. We zien parkjes, intacte gebouwen, zwembaden, verkeer. De soundtrack is die van Game of Thrones uitgevoerd op luit. Een andere, verspreid door het persagentschap SANA, toont mooie, hippe jongeren die losgaan op techno-muziek. De boodschap: het is goed toeven in regeringsgebied in Syrië.

Op zich hoeft dat niet te verbazen: oorlog is niet altijd zoals in de videogames. Er zijn pauzes en veilige zones. Tijdens de burgeroorlog in Libanon liet beach resort Summerland ooit Gloria Gaynor overvliegen. Ze zong ‘I will survive’. Libanese christenen gingen skiën in de bergen. Belegerd Sarajevo had een ondergronds nachtleven.

„Ik kan mij voorstellen dat ik ook naar die technoparty was gegaan als ik in West-Aleppo woonde”, zegt AlHakam Shaar in een videogesprek, afkomstig uit Aleppo en nu in Boedapest werkzaam voor The Aleppo Project, een initiatief dat al nadenkt over de wederopbouw van de stad. „Het leven is moeilijk, ook in West-Aleppo, dus waarom zou je je een pleziertje ontzeggen?”

Wissam Zarqa, in Oost-Aleppo, doet de video af als mislukte propaganda. „Sommige mensen hier zijn er boos over. Maar de meesten van ons hebben familie aan de andere kant en weten dat niet iedereen in West-Aleppo het regime steunt, of onverschillig is voor ons leed”, zegt hij in een videogesprek.

Een „hoogopleide dertiger”, bloggend onder het pseudoniem Edward Dark, zegt in een e-mail dat in West-Aleppo goed te leven valt. „In het westen functioneert de staat tenminste nog: de ambtenarij, de politie, scholen en banken zijn open, en de meeste mensen hebben nog een baan. Maar ook hier is het leven een soort Russisch roulette: je weet nooit of de volgende mortiergranaat op jouw hoofd zal vallen. Oost-Aleppo is natuurlijk de hel op aarde. Daar moeten ze niet alleen leven met de bommen van regeringskant, maar ook met de chaos en de anarchie die horen bij een bewind van jihadisten.”

Ring van armoede

Oost- en West-Aleppo zijn symbolen geworden van de opponenten in de Syrische oorlog. Soms lijkt het wel alsof het bij het uitbreken van de oorlog zo geregeld was dat iedereen in Oost-Aleppo tegen dictator Bashar al-Assad was en iedereen in West-Aleppo vóór hem.

Hoe is dat zo gekomen? Als je mensen uit Aleppo vraagt of Oost- en West-Aleppo al vóór de oorlog tegenover elkaar stonden krijg je geen eenduidige antwoorden: nee; heel soms werd er gesproken van de ‘oostelijke wijken’. Maar men was zich wel degelijk sterk bewust van de verschillen tussen Oost en West.

AlHakam Shaar, in Boedapest, omschrijft wat nu Oost-Aleppo is als een ‘ring van armoede’. „Mensen in wat we nu West-Aleppo noemen, kenden Oost-Aleppo niet. Er was geen reden ernaartoe te gaan als je er niet woonde. Er waren geen ministeries of culturele instellingen, die zaten allemaal in West. We zeiden niet ‘Oost-Aleppo’, je noemde eerder de naam van een wijk. Maar in sommige chauvinistische milieus wilde je je dochter niet laten trouwen met iemand uit die wijken. Mensen zeggen soms dat we sinds de opstand tegen Assad delen van de stad hebben opgemerkt waar wij vroeger alleen maar op neerkeken.”

Edward Dark was zo’n zelfverklaard lid van de gegoede burgerij van West-Aleppo die mijlenver afstond van Oost. De confrontatie met die andere wereld heeft gemaakt dat hij de revolutie, waar hij eerst enthousiast aan meedeed, de rug toekeerde. Keerpunt was het moment dat de rebellen in juli 2012 Aleppo binnenvielen.

„Die rebellen kwamen van het platteland en koesterden een intense haat tegen de stadsbevolking. Wat volgde was een orgie van plunderingen, ontvoeringen en geweld. Wij burgeractivisten waren grotendeels goed opgeleide stedelingen die vreedzame hervormingen wilden. Op het platteland en in de armere wijken was de motivatie meer sektarisch; er werd geroepen om een islamitische staat. Die twee moesten vroeg of laat botsen.”

Dezelfde clash, gezien vanaf de andere kant, komt naar voren in een vaak aangehaald citaat van een rebellenleider die zich Abu Hashish liet noemen: „Wij hadden het platteland van Aleppo bevrijd. We wachtten en wachtten tot Aleppo zelf in opstand zou komen. Maar dat deed het niet. We konden niet op hen vertrouwen om het zelf te doen, en dus hebben we de revolutie naar hen toegebracht.”

De analyse van de Syrische oorlog als klassenstrijd is niet nieuw. In een rapport uit 2013 hebben Nate Rosenblatt en David Kilcullen van het Amerikaanse onderzoeksbureau Caerus het over een „gevecht om de ziel van Syrië’s steden”.

De leegloop van het platteland, die de afgelopen decennia in veel Arabische landen heeft plaatsgevonden, werd in Syrië nog versterkt door een vreselijke droogte tussen 2006 en 2010. In die periode verhuisden naar schatting 1,5 miljoen Syriërs van het platteland naar de stad. In Aleppo kwamen ze voornamelijk terecht in illegaal uit de grond gestampte wijken in het oosten van de stad.

„Deze nieuwe, stedelijke armen waren lange tijd geïsoleerd van het kosmopolitische stadsleven”, stellen Rosenblatt en Kilcullen. „Plots zagen zij met eigen ogen hoe de rijken hadden geprofiteerd van een nieuw economisch beleid dat in tien jaar had gezorgd voor een verdrievoudiging van het bruto nationaal product. Hun eigen relatieve ontberingen werden daardoor nog uitvergroot. Deze kloof tussen de haves en de have nots dreef historische spanningen tussen stad en platteland op het spits.”

Edward Dark deelt die analyse. „ Vóór de oorlog blaakte de economie door Assads beleid van economische liberalisering. Dit creëerde een nieuwe, rijke elite en een comfortabele middenklasse. Maar het leidde ook tot afgunst en het versterkte de kloof tussen de stad en het platteland.”

Bashar al-Assad heeft de tegenstelling vergroot, zegt Dark. „Zijn vader Hafez groeide op in een boerenfamilie in een arm alawitisch dorpje. Bashar daarentegen groeide op in het paleis van zijn vader, temidden van de elite van Damascus. Hafez voerde een soort communistisch bewind dat het platteland bevoordeelde; Bashar bevoordeelde de steden en negeerde het platteland.”

Angst voor het vacuüm

Darks oude vrienden bij de revolutie zijn niet mals voor hem. „Hij denkt dat de revolutie hem iets verschuldigd is voor al die uren dat hij heeft zitten tweeten”, zegt ‘Amjad of Arabia’ in een commentaar op een van de columns die Dark in 2015 schreef. „Hij wil aandacht en hij heeft blijkbaar beslist dat het meer oplevert om de boetvaardige ex-activist te spelen die opnieuw in de gunst wil komen van Big Brother.”

Een andere activist, in Istanbul, is zo boos op hem dat hij weigert met zijn naam in hetzelfde artikel te staan. „Hij is een leugenaar en een verrader. Hij heeft zijn contacten met de activisten gebruikt om informatie door te spelen aan het regime.”

Wie Dark tegenwoordig volgt op Twitter, kan hem aanzien voor een aanhanger van Assad. „Terroristen bestoken markt in West-Aleppo, tien doden, media zwijgen”, twittert hij op 6 oktober. „Door het Westen gesteunde terroristen vermoorden studenten aan universiteit Aleppo”, op 4 oktober.

Zelf betwist hij die kwalificatie. „Wanneer je je in een situatie bevindt waarin je alleen twee kwaden ziet, dan is dat geen keuze. Wanneer het alternatief het instorten van de staat is, en een machtsovername door de jihadisten, dan heb je niet de luxe van een keuze. Het is voor jou beslist.” Veel Syriërs lijken versteend in de positie die ze in het begin van de burgeroorlog hebben ingenomen. Peter Harling, Syrië-expert van de International Crisis Group, spreekt in een recent artikel van het ‘Syrische trauma’. „Obsessief gedrag – in het bijzonder het volgen van nieuws dat de eigen opinies en angsten versterkt – is de norm (...) Velen gaan op mechanische wijze door met het witwassen van een regime of een revolutie die al lang geleden alle principes hebben verraden waarvoor ze stonden, puur uit angst voor het vacuüm – het instorten van alles waaraan men zich nog een beetje kan vastklampen.”

Dark zet de anti-Assad-activisten die wel trouw zijn gebleven aan hun zaak weg als „toetsenbord-soldaten die achter een zaak blijven aanlopen die al lang verloren is”. Hij zegt dat hij niemand meer kent in Oost-Aleppo.

„Ja: de meeste mensen in West-Aleppo hopen op een snelle overwinning door het regeringsleger. Maar – en dit snappen de media niet – dat wil niet zeggen dat zij aanhangers zijn van het regime. Het is omdat de mensen de oorlog beu zijn, en omdat de consensus is dat de rebellen geen enkel doel hebben bereikt. Ze hebben alleen dood en verwoesting gebracht. Daar komt nog bij dat ze gezien worden als gestuurd vanuit het buitenland, en dat ze meestal niet uit Aleppo komen.”

Een schok voor veel mensen

AlHakam Shaar verliet Aleppo in april 2012, nadat hij in 2011 even had meegedaan aan betogingen in Aleppo. Hij keerde maar één keer terug, in 2014, maar volgt de situatie op de voet via familie, vrienden en sociale media. Hij is het niet eens met Darks beschrijving van de aankomst van de rebellen in Aleppo. „De plotse aanwezigheid van een gewapende militie in de stad was natuurlijk een schok voor veel mensen. Er waren incidenten. Ik herinner mij de executie van iemand die ervan beschuldigd werd ‘shabih’ te zijn [een lid van de pro-regime-milities]. Maar in het algemeen keerde het geweld zich niet tegen de bevolking. Er was in het begin criminaliteit, door het wegvallen van het gezag. Maar die criminelen kwamen lang niet alleen van het platteland.”

Dat de frontlijn nu grosso modo overeenkomt met de sociaal-economische tegenstellingen in Aleppo, is volgens Shaar ook een samenloop van omstandigheden. „Het is niet zo dat de rebellen alleen Oost-Aleppo wilden hebben. Er is ook zwaar gevochten om wijken die tot West-Aleppo worden gerekend. Maar toen de gewapende opstand begon, heeft het regime zich vrij snel geconcentreerd op het veilig stellen van de steden, dat wat men het ‘nuttige Syrië’ noemt. In Aleppo heeft het zich verdicht tot het ‘nuttige Aleppo’.”

Er is één uitzondering op de splitsing van de stad in arm en rijk, rebellen en regering: de oude stad, waar de frontlijn dwars doorheen loopt. Die hoorde bij het oosten maar beleefde voor de oorlog een opleving. Het ene na het andere boetiekhotel ging open in prachtig gerenoveerde gebouwen. Shaar hielp zijn vader zo’n huis te renoveren nadat die zijn huis in West-Aleppo had verkocht. Er zitten nu vluchtelingen in.

Geen water meer

In de praktijk konden mensen niet kiezen aan welke kant ze belandden. Lange tijd was er ook gewoon verkeer tussen beide stadsdelen. Mensen die in Oost woonden staken over naar West om naar school of naar hun werk te gaan. In periodes dat juist West-Aleppo belegerd werd, gingen de mensen die daar woonden inkopen doen in Oost. De regering bleef ambtenaren die in Oost woonden gewoon doorbetalen.

Dat laatste is nog steeds zo, zegt Shaar, „maar in de praktijk betekent dat weinig meer. De lonen stellen door de inflatie niets meer voor, en je moet je nu fysiek melden in regeringsgebied om het geld te krijgen”. Dat is bijna onmogelijk geworden, tenzij je er een gevaarlijke busrit van wel twaalf uur voor over hebt.

Veel mensen verhuisden van Oost naar West om dichter bij school of werk te zijn. Anderen, zoals Wissam Zarqa, verhuisden in omgekeerde richting.

Zarqa verliet Aleppo eerst helemaal in 2011. Hij zegt dat hij „niet moedig genoeg” was om mee te doen aan de betogingen tegen het regime. In april 2015 keerde hij terug uit Saoedi-Arabië om in Oost-Aleppo te gaan wonen. Hij geeft er les, is er getrouwd en verwacht een kind. „Als dat gek klinkt, ben ik omringd door gekken”, zegt Zarqa. „Wel vijf van mijn vrienden hier hebben pasgeboren baby’s. Ik hoop alleen dat het goed gaat. Veel vrouwen krijgen een miskraam door de stress van de oorlog.”

Anders dan Dark, die geen enkel contact meer heeft met de ‘andere kant’, heeft Zarqa dat nog wel met familie en vrienden in West-Aleppo. „Veel mensen in West-Aleppo denken dat het hier chaos is. Dat komt omdat zij het beeld van de begindagen hebben vastgehouden. Maar de situatie is echt verbeterd. Ik vertel hun dat het onderwijs hier beter is, het internet sneller en goedkoper. En wij hebben vrijheid en democratie. Geen enkele militie is machtig genoeg om Aleppo te besturen, ook Jabhat Fatah al-Sham niet [strijdgroep die tot juli het Al Qaeda-filiaal in Syrië was maar de banden verbrak om gezien te worden als Syrische rebellenbeweging en als aanvaardbaar voor de internationale gemeenschap, red]. Dat doen de lokale besturen.”

Het is wel een rooskleurig beeld. Zarqa heeft al twintig dagen geen water meer door gevechten rond de watercentrale. Die bevindt zich in Oost – eerst stuurden de rebellen water naar regeringsgebied in ruil voor elektriciteit.

De buurt waar Zarqa woont, wordt al weken zwaar gebombardeerd. „Er gaat nauwelijks een dag voorbij zonder bombardementen. Veel huizen zijn ingestort. Winkels zijn een doelwit, zodat ik naar andere wijken moet om eten te zoeken.”

En toch, zegt Zarqa, hij is gelukkig in Oost-Aleppo. „Onze flat bevindt zich op de begane grond: dat is relatief veilig. Maar vooral heb ik het gevoel dat ik me hier nuttig maak.” Door het geven van onderwijs wil hij de stedelingen een stem geven die gehoord wordt in de wereld.

Over de vermeende klassenstrijd tussen Oost en West zegt Zarqa: „Generaliseren werkt niet, maar ontkennen ook niet. Het regime heeft de tegenstellingen in de hand gewerkt. Het is een van de manieren waarop zij zich verzekeren van steun.”

Zarqa is ervan overtuigd dat er ondanks het geweld nog een restant van fatsoen bestaat onder gewone mensen. „Als wij zien dat er aan de andere kant burgerdoden vallen, dan noemen wij hen net zo goed ‘martelaar’ als de slachtoffers aan onze kant. En ik zie mensen in West-Aleppo hetzelfde doen.”