Recensie

Voor Gatti gaat interpretatie boven klankschoonheid

Daniele Gatti, de nieuwe chefdirigent van het Concertgebouworkest, was donderdag meer in zijn element met Mahler dan met Wagner.

Daniele Gatti tijdens zijn inauguratie als de nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Foto Koen van Weel/ ANP

Daniele Gatti, de onlangs aangetreden chefdirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, is een interpreet, dat is duidelijk. Een dirigent die extreme versnellingen en vertragingen kan verlangen, die onbegrensde energie kan losmaken.

Die extremen waren er wel, donderdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw, maar de energie was er in ieder geval voor de pauze niet. Ja, Gatti liet de instrumentale muziek uit Richard Wagners Götterdämmerung aanvankelijk stromen, lichtte fraai motiefjes uit, maar het orkest klonk ongewoon futloos. De totaalklank tegen het einde van de Trauermarsch was als klonterige Brinta-pap: troebel, log en ongedefinieerd.

Gatti dirigeerde Trauermarsch uit Götterdämmerung eerder in Florence (de tekst gaat verder na deze video)

Bijtende akkoorden

In het Adagio van Gustav Mahlers onvoltooide Tiende symfonie leek Gatti in zijn element in de meest dissonante maten. De bijtende akkoorden kregen vlijmscherpe tanden en werden op hoog volume de Grote Zaal in geslingerd. Tegenover de half overtuigende Mahler stond een uitmuntende uitvoering van Alban Bergs opus 6: de Drei Orcheststücke (1915). Een pittig optreden waarin iedere noot ertoe deed. Al met al onderschreef dit concert een al eerder getrokken conclusie: Gatti hecht meer aan interpretatie dan aan klankschoonheid.