Column

Fundamentele wetenschap die dat niet is

Afgelopen woensdag voegde marslander Schiaparelli zich bij het mini-kerkhofje menselijk ruimteschroot op Mars. Stuk voor stuk objecten en voertuigjes die ooit functioneerden, nog steeds functioneren of hopeloos crashten. Er werden miljarden aan belastinggeld in geïnvesteerd, samen met decennialang bloed, zweet en tranen van de slimste en beste teams die we op onze planeet hebben. Ruimtevaart is een dure hobby. Schiaparelli was onderdeel van het ExoMars-project van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Budget: 1,3 miljard euro. Met dat geld kun je twee jaar lang alle NWO-subsidies en drie maanden al het onderzoek in Nederland betalen. Ik wil de pret niet drukken, maar het is nogal veel. En dan reken je niet eens mee wat die slimme koppen nog meer hadden kunnen verzinnen in plaats van hun tijd en energie besteden aan die uit de hand gelopen ruimtehobby van ons.

Om eerlijk te zijn vind ik de doelstelling van de ESA nogal mager. Het officiële doel is het meten van concentraties methaan en andere gassen in de atmosfeer van Mars om erachter te komen of het misschien een product is van een levensvorm of gewoon van een willekeurige chemische reactie. Kortom: is er indirect bewijs van leven op Mars? Daar draait het om. Geen grootse vergezichten dus. Geen punt op de horizon. Geen plannen over wat we met dat leven zouden willen. Dat staat in schril contrast met het doel van Elon Musk die met zijn bedrijf SpaceX zijn eigen Mars-missie aan het optuigen is. Musk zegt zonder blikken of blozen dat hij vindt dat de mensheid de planeet moet koloniseren. Dat we daar een beschaving moeten bouwen. Hij vindt dat de mens op korte termijn een multi-planetaire soort moet worden zodat catastrofale gebeurtenissen op aarde ons niet volledig weg kunnen vagen.

Het is uitermate verfrissend, die private ruimtevaart. Het heeft in ieder geval een doel. Terwijl Musk een Mars-missie als een absolute noodzaak voor het voortbestaan van de mensheid beschouwt, zegt ESA: we zien wel waar het schip strandt. Alle kennis is mooi meegenomen. Spielerei. Dat noem je fundamenteel onderzoek, met als enige doelstelling kennis vergaren. Het is het soort wetenschap waarvan Nobelprijswinnaar Feringa wil dat Nederland er een miljard euro per jaar extra subsidie aan geeft. Dat is veel geld. Eén zo’n Mars-missie extra per jaar. Of één jaar bij CERN de Large Hadron Collider runnen met de 2.500 mensen die daar werken. De vondst van dat Higgs-boson in die 27 kilometer lange ondergrondse slurf kostte ongeveer 12 miljard euro. Wie gelooft dat fundamenteel onderzoek een ondergeschoven kindje is, moet eens bij het CERN gaan kijken. Daar staan natuurkundigen al jaren tot hun nek in het geld om onderzoek te doen waarvan niemand weet wat je eraan hebt.

Natuurlijk worden er ook bruikbare uitvindingen gedaan. Het World Wide Web werd er bijvoorbeeld geboren. Op dat soort nuttige bijvangst wordt vaak gewezen als je vraagt waar fundamenteel onderzoek goed voor is. Het is wat mij betreft een logisch gevolg als je duizend natuurkundigen in dienst neemt. Die genereren ook wel eens iets bruikbaars, ook al was dat helemaal niet de bedoeling. Mijn vermoeden is dat de meeste fundamentele wetenschap dat niet is. Ik geloof niet dat het bij de moleculaire motortjes van Feringa alleen gaat om de pure kennis. Net als dat ESA met zijn Mars-missies meer wil dan alleen zoeken naar leven. Achter de meeste projecten die zichzelf fundamenteel noemen zit wel een doel. Maar het vergt moed om dat doel te formuleren. Daarmee schep je verwachtingen, een tijdslijn misschien. Het betekent dat je project ook kan falen. Fundamentele onderzoeken falen niet, want het hoeft alleen kennis te genereren om te slagen. Dan kan je roepen: „Maar we hebben wel iets geleerd”, als de Marslanding mislukt.

Ik vind het te vrijblijvend om zoveel extra onderzoeksgeld te besteden. Sterker nog, ik vind dat miljard per jaar dat CERN opslokt bizar. Die 2.500 medewerkers en 12.000 fellows die daar werken aan deeltjesfysica waar niemand in de nabije toekomst iets aan zal hebben. Begrijp me niet verkeerd: het is spannend onderzoek. Maar ik denk dat we ons de luxe gewoonweg niet kunnen permitteren. Over een paar jaar staat het water nog niet aan onze lippen. Maar wel aan de lippen van onze kinderen en kleinkinderen. Misschien moeten we al die natuurkundigen, wiskundigen en ingenieurs vragen om het denken over deeltjesfysica even een paar jaar uit te stellen en in plaats daarvan hun volle gewicht tegen het klimaatprobleem aan te werpen. Wie weet levert zulk toegepast werk allemaal fundamentele kennis op als bijvangst. Zou prachtig zijn toch?

Rosanne Hertzberger is microbioloog