Frisdrankindustrie heeft alles liever dan een suikertaks

Frisdrank

De frisdrankindustrie neemt nu zelf het initiatief om suiker in hun producten terug te dringen. Maar doen ze dat ook snel genoeg?

Foto iStock

Een gezond drankje, dat helpt tegen uitputting en hoofdpijn. Zeer geschikt voor zakenmannen, studenten en atleten. Dit komt uit een reclame van Coca-Cola. Maar wel eentje van ruim honderd jaar geleden. Want zo zou geen fabrikant tegenwoordig nog reclame durven maken voor een drank met veel suiker.

Frisdrank en andere dranken met veel suiker, krijgen steeds meer kritiek. Van gezondheidsorganisaties, overheden, kritische consumenten. Want: zo’n 40 procent van de wereldbevolking is te zwaar en dranken zijn een grote bron van suiker (en dus calorieën).

De industrie reageert op de kritiek. De grootste frisdrankmakers te wereld, Coca-Cola (44 miljard dollar omzet in 2015) en PepsiCo (63 miljard dollar omzet in 2015, waarvan 33 procent uit dranken), zijn bezig de calorieën in hun dranken naar beneden te krijgen.

Dinsdag kondigde PepsiCo, maker van Pepsi, Gatorade en 7Up, aan voor 2025 minder suiker in frisdranken, sappen en energiedranken te willen stoppen, om tegemoet te komen „aan veranderende behoeften van consumenten en maatschappij”. Ook Coca-Cola heeft zo’n suikerdoelstelling. Wat frisdrankproducenten hiermee willen zeggen: kijk ons eens goed bezig zijn met het terugdringen van de hoeveelheid suiker in onze producten.

Daar gelooft niet iedereen in. In verschillende landen wereldwijd wordt nagedacht over manieren om frisdrankconsumptie door middel van extra belasting minder aantrekkelijk te maken. Mexico voerde in 2014 een frisdranktaks in. En landen als Ierland en het Verenigd Koninkrijk hebben ook zo’n maatregel aangekondigd.

De levensmiddelenindustrie ziet niets in dit soort extra belastingen. Liever houden de producenten het heft in eigen hand, door zelf al maatregelen te nemen. „Wij worden vaak gezien als deel van het probleem, maar we kunnen ook deel van de oplossing zijn”, zegt Philip den Ouden, directeur van de Nederlandse brancheorganisatie voor levensmiddelenproducenten FNLI, waar PepsiCo en Coca-Cola bij zijn aangesloten. In belastingen om gedrag van consumenten te sturen „gelooft” de organisatie niet.

Waarom moet het zo lang duren?

Doen de producenten genoeg? Critici twijfelen aan de oprechte intenties van grote frisdrankmakers. Zo bleek uit recent gepubliceerd onderzoek in The American journal of preventive medicine dat Coca-Cola en Pepsi miljoenen dollars aan Amerikaanse gezondheidsorganisaties doneren, maar tegelijkertijd óók miljoenen uitgeven om te lobbyen tegen wetgeving die suikerinname via frisdrank moet terugdringen.

„Elke poging om calorieën in drankjes naar beneden te krijgen, vind ik een goede zaak”, zegt Fred Brouns, hoogleraar Innovatie Gezonde Voeding aan de Universiteit Maastricht. Hij stelde vast dat er een verband is tussen frisdrankgebruik en obesitas. Maar hij zegt ook: „Waarom moet het zo lang duren?”

Pepsi belooft dat tweederde van hun dranken voor 2025 niet meer dan 100 kilocalorieën aan toegevoegde suiker – suiker die van nature in fruit zit valt hierbuiten – per portie bevatten (350 milliliter). Ter vergelijking: diezelfde hoeveel Pepsi-cola bevat nu ruim 150 calorieën.

Coca-Cola wil voor 2020 de hoeveelheid calorieën per product met 10 procent terugbrengen, ten opzichte van 2012, bijvoorbeeld door verpakkingen te verkleinen. En zowel Pepsi als Coca-Cola gaat suiker (deels) vervangen door zoetstoffen als stevia en aspartaam, die geen calorieën bevatten. Dit geldt niet voor alle dranken, er blijven ook gewoon producten bestaan met evenveel suiker als nu.

Brouns vindt dit een lange periode voor „wat minder” suiker. „Als je het er te snel uithaalt, proeft iedereen het, dus ik snap dat je het geleidelijk doet. Maar dit zijn wel erg kleine stapjes, en het probleem met obesitas is op een hoogtepunt beland.”

WHO richt pijlen op de frisdrankindustrie

Wereldgezondheidsorganisatie WHO denkt om die reden dat overheidssturing wél nodig is om de strijd tegen obesitas aan te gaan. En de WHO heeft daarbij haar pijlen gericht op de frisdrankindustrie in een rapport dat deze maand verscheen. Strekking: maak dranken met veel suiker flink duurder door een extra belasting, en mensen kopen er minder van. De organisatie concludeert dit uit onderzoek in bijvoorbeeld Mexico.

Brouns ziet daar niet veel in. „Ja, het heeft effect in Mexico, maar dat is een erg arm land.” Prijsverhogingen van een paar procent maken daar een verschil. Maar in Nederland niet, denkt hij. „Frisdrank is gewoon ontzettend goedkoop.” Dat is vooral voor jongeren belangrijk.

Logischer, zegt hij, is om het probleem bij de bron aan te pakken: geen frisdranktaks maar een suikertaks. Duurdere suiker zal producenten minder scheutig maken, hoopt hij. Hij wil dat combineren met een maximum hoeveelheid suiker in dranken.

Ook het CDA pleit in het verkiezingsprogramma voor zo’n suikertaks. De afspraken die het ministerie van Volksgezondheid en vier grote brancheverenigingen van de voedingsindustrie maakten in 2014 (over zout, suiker en verzadigd vet) ziet de partij nu als te vrijblijvend. De industrie moet de stappen om suiker te verminderen „versnellen”, zegt CDA-kamerlid Hanke Bruins Slot.

Het Voedingscentrum adviseert ondertussen om in plaats van frisdrank en fruitsap (met veel suiker) koffie en thee (zónder suiker) of water te drinken. En dus geen light frisdrank (want dat leidt ook tot tanderosie).

Voor grote frisdrankbedrijven hóéft dat niet erg te zijn. Want de verkoop van water uit flesjes stijgt wereldwijd, en dat verkopen ze óók. In de Verenigde Staten gaat het hard: daar heeft de consumptie van water die van frisdrank al bijna ingehaald.