Column

Flitslid

Bij de PvdA mag je voor twee euro heel eventjes lid zijn, alleen om mee te mogen stemmen voor de nieuwe lijsttrekker. Mag ik meteen al zeggen dat flitslid het vieste woord is van 2016? Het klinkt als een potloodventer langs de snelweg. Een lidflits van een flitslid.

Het flitslidschap voorspelt weinig goeds, al is het maar omdat het woord ‘flits’ bijna nooit met iets goeds te maken heeft. Geflitst worden. Bliksemflits. De flitsscheiding.

Ooit was het woord ‘flitsend’ een modern en cool woord, maar zoals met alle woorden die ooit modern waren (zoals het woord ‘modern’): op een gegeven moment roept zo’n woord het omgekeerde op. En kan het alleen nog maar zwaar ironisch gebruikt worden.

„Meid, wat zie je er flitsend uit in je lycra fietsbroek!”

„Shit, is het echt zo erg?”

„Ja. Doe anders desnoods een joggingbroek aan.”

Flitsend zit in dezelfde categorie als blits en kek. Als je in die bak terecht bent gekomen, als woord, dan is je enige hoop om zo diep naar de bodem te zakken dat het echt vergeten wordt. Daarna kun je weer opnieuw gebruikt worden. ‘Gaaf’ is al een paar keer opgeduikeld en weer weggesmeten. Een woord als ‘shinen’ balanceert op het randje.

Een tijdje geleden hoorde ik het het nog veel, nu nog nauwelijks. Binnenkort zal het de ironiegrens passeren, en daarna in de bak der vergetelheid terecht komen. En wie weet wanneer, en of, het ooit weer opduikt.

Laatst hoorde ik van iemand (jong in de jaren tachtig, regio Haarlem) het woord ‘linkies’. Het betekende min of meer ‘leuk’ en je kon het zo gebruiken: „Het concert van Michael Jackson was echt linkies!” Ik had er nooit van gehoord, maar voor de persoon in kwestie riep het warme gevoelens op. Linkies is nooit ‘landelijk gegaan’. En nu is het weg.

Misschien kan linkies nu weer opgerakeld worden. Maar dan als zelfstandig naamwoord (een linkie, twee linkies). Het lijkt me de ideale aanduiding voor de PvdA-flitsleden. Beetje links, maar niet echt, die linkies.

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.