En in Nederland zijn ze verdeeld

Plannen KNVB

Pupillenvoetbal 2.0 roept gemengde reacties op bij trainers en clubs.

Vierhonderd procent meer balcontacten, een betere techniek, vaker scoren en meer spelplezier. Hans van Breukelen, technisch directeur van voetbalbond KNVB, stond dinsdagochtend cameraploeg na cameraploeg te woord om zijn blijde boodschap te verkondigen. Het pupillenvoetbal gaat op de schop.

Vanaf komend seizoen spelen zo’n 300.000 jeugdvoetballers in de leeftijdscategorie van vijf tot en met elf jaar een heel ander spel. Met kleinere teams, zonder keeper en op een kleiner veld. De allerkleinsten spelen vanaf augustus ‘twee tegen twee’ op een veld van twintig bij vijftien meter. Veel dribbelen, veel schieten en meer betrokkenheid bij het spel, noemt de KNVB als voordelen.

Maar vanuit de praktijk klinkt twijfel over de nieuwe opzet van het pupillenvoetbal. Amateurverenigingen reppen over de praktische en financiële (on)haalbaarheid van de plannen, en betaald voetbalorganisaties betwisten of de spelwijzigingen het recept zijn om het Nederlandse voetbal er weer bovenop te helpen. Feyenoord wilde officieel niet reageren op het initiatief van de KNVB, maar vanuit opleidingscentrum Varkenoord klonk eerder al voorzichtige kritiek op de vernieuwde opzet van het pupillenvoetbal. Gericht op de breedtesport, vindt men, niet op topsport, waar talenten al vroeg moeten leren samenspelen in een systeem en juist meerdere opties moeten hebben in het veld. Later moeten ze toch ook in een elftal spelen?

Ook Bert van Marwijk, voormalig bondscoach van het Nederlands elftal, wilde niet reageren op de ommezwaai van de KNVB. Maar hij uitte in diverse media al zijn bedenkingen bij het initiatief, omdat het organisatorisch niet uit te voeren is, veel geld kost en omdat het zal leiden tot chaos. Volgens Van Marwijk moet juist het niveau van de jeugdtrainers omhoog. Daar ligt volgens hem de sleutel.

Coachen vanuit het boekje

Oud-trainer Aad de Mos is het daarmee eens: „Wat talenten tussen hun vijfde en twaalfde horen, is essentieel. Ik vind het een goed plan van de KNVB. Ik vrees alleen voor trainers die te veel vanuit ‘het boekje’ coachen, waardoor talenten al vroeg in een keurslijf worden geperst. Kinderen moet je juist de vrijheid geven om zelf oplossingen te zoeken in het veld. Daar leren ze van. Ik zou zeggen: schaf de hesjes af, waardoor kinderen leren om tijdens een partijtje goed om zich heen te kijken en snel moeten handelen.”

Ajax is een stuk enthousiaster over de ideeën van de KNVB dan Feyenoord. Twee jaar geleden introduceerde de Amsterdamse club iets soortgelijks: de Twin Games, waarin eveneens ‘twee tegen twee’ werd geoefend. Spelers, trainers en begeleiders reageerden positief op de kleinere spelvorm. Percy van Lierop, coördinator onderbouw bij Ajax, zei erover in De Voetbaltrainer: „De balbehandeling en -techniek is de basis van alles en ook datgene waarmee je later het verschil kunt maken. Hiervoor zijn nieuwe wedstrijdvormen voor pupillen een essentiële voorwaarde.”

Ook PSV oefent al jaren in kleinere spelvormen. Art Langerer, hoofd jeugdopleidingen bij PSV en parttime bondscoach van Jong Oranje: „In eerste instantie gaat het erom dat kinderen zo veel mogelijk met een bal doen. Kleinere teams en kleinere veldjes zorgen voor meer balcontacten en meer doelpunten, waardoor de succesbeleving groter wordt. Kinderen hebben later nog tijd genoeg om in een systeem te leren spelen.”

De KNVB heeft voor de introductie van het vernieuwde opleidingsmodel grondig onderzoek gedaan. De bond werkte onder meer samen met de Rijksuniversiteit Groningen, dat met wetenschappelijke onderbouwing aantoonde dat het brein van een vijfjarig kind een complexere spelvorm dan ‘twee tegen twee’ nauwelijks aankan. Bij ‘twee tegen twee’ zijn er pakweg drie mogelijkheden voor een kind: dribbelen, passen of scoren.

In landen als België, Denemarken, Duitsland en Engeland worden de verkleinde spelvormen al langer toegepast. „Alleen vind ik de techniek van Duitse talenten vaak minder”, stelt Gertjan Verbeek, trainer van Vfl Bochum. „Dat komt omdat wij in Nederland veel meer aandacht besteden aan techniek.” Verbeek is overwegend positief over de plannen van de KNVB. „De overgang van een half veld naar een heel speelveld is te rigoureus”, vindt hij. „Daar moet nog een aantal maten tussen. Maar de KNVB moet niet doen alsof ze het wiel hebben uitgevonden. In Duitsland en Nederland wordt al jaren een soort Champions League gespeeld bij de mini’s, waarbij kinderen als Manchester United, Barcelona en PSV ‘vier tegen vier’ tegen elkaar spelen. Dit idee wijkt daar niet erg van af.”

In feite probeert de bond het straatvoetbal te ondervangen met deze plannen, concludeert De Mos. „Een goede zaak. Techniek en handelingssnelheid zijn de basis in het moderne voetbal. Dat zie ik niet zo snel veranderen.”