Een Hoge Raad die alles wegwuift is vrij nutteloos

Hebben ze bij de Hoge Raad nog wel zin in klachten van individuele burgers? Of trekt de hoogste rechter zich helemaal terug in zijn rol van juridische bovenmeester? Het is een kwestie waar weinig burgers wakker van liggen, maar waar onder strafadvocaten de ergernis over groeit. Zij krijgen steeds vaker formele afwijzingen, zonder ook maar een begin van een inhoudelijk oordeel over de zaken die ze indienen voor ‘cassatie’.

De Hoge Raad mag sinds 2012 zaken afhandelen met de toverformule dat er ‘geen belang’ is voor de verdachte. De aangedragen fout in de omstreden zaak is dan niet belangrijk genoeg. Of een correctie zou geen praktische gevolgen hebben. Of het zou juridisch een herhaling van zetten worden.

Uit het jongste jaarverslag bleek dat de Hoge Raad vorig jaar al 57 procent van alle strafzaken op deze manier heeft weggewuifd. Dat was in 2013 nog maar 31 procent. Voor veel strafadvocaten is de kritische grens gepasseerd. Wat heb je aan een hoogste rechter als je er niet terecht kunt?

Voor zo’n opruimartikel was in de politiek destijds overigens brede steun. De hoogste rechter raakte overbelast en er waren aantoonbaar veel onzinzaken bij. Maar nogal wat advocaten zien nu ook degelijke en goed onderbouwde zaken sneuvelen ‘voor de poort’. Zij vinden dat de hoogste rechter geen rechter meer is – de laatste kans op rechtsbescherming voor het individu verdwijnt.

De ergernis groeit met ieder ‘80 a-tje’ waarin het ‘klaarblijkelijk onvoldoende belang’ van artikel 80a, wet op de Rechterlijke Organisatie wordt uitgesproken. Daar gáát weer een zaak de prullenbak in. Vooral als het over mensenrechten gaat doet dat pijn, zoals de vraag wanneer de politie een huis mag binnenvallen. Of het recht op een eerlijk proces en dus het recht om getuigen te mogen horen.

Meer dan klagen in eigen kring of een incidentele brief aan de president van de Hoge Raad bij een ‘bijzonder onbegrijpelijke afwijzing’, waarop een voorspelbaar antwoord volgt, is als uitlaatklep niet beschikbaar. Georganiseerd overleg is er niet. Ja, bij een lezing of een receptie komt men elkaar wel eens tegen en dan durft er wel eens iemand iets terug te zeggen. Maar morgen moet je weer in cassatie kunnen, dus kalm aan. Recent legde een advocaat zijn doorgehaalde zaak voor aan het mensenrechtenhof in Straatsburg. Een stap die door collega’s nauwlettend wordt gevolgd. De klacht bleek ontvankelijk. Straatsburg stelde vragen aan Nederland, wat op kritische aandacht wijst. Uitslag is er nog niet. Zouden er bij de hoogste mensenrechters nu voor het eerst twijfels groeien aan de vrije toegang tot de Nederlandse hoogste rechter? En dus op een fair trial?

Voor veel advocaten past het in een breder beeld – er wordt al veel langer vastgesteld dat de Hoge Raad vormfouten die in de opsporing worden gemaakt alleen nog maar bij hele ernstige gevolgen wil corrigeren. Strafadvocaten vragen zich af of het nog wel zin heeft om bijvoorbeeld overschrijding van de ‘redelijke termijn’ aan de kaak te stellen, bij zaken die vier tot vijf jaar oud zijn. De Hoge Raad vindt het immers al lang best. Ook daar zou de rechtsbescherming afnemen en OM en politie te veel ruimte krijgen.

Ik sprak een cassatieadvocaat die „geen waterdrager” voor de Hoge Raad meer wil zijn, zeker niet sinds hij, diep overtuigd van de onschuld van zijn cliënt honderd pagina’s vol schreef, waarin twintig gebreken van het oordeel van het Hof werden opgesomd. Hij kreeg een ‘80a’tje’ terug – een ongemotiveerde afwijzing. De hoogste rechter wil alleen nog maar didactische ‘verzamelarresten’ schrijven en is niet meer geïnteresseerd in individueel onrecht, is de klacht. Het resultaat is navenant. De lagere rechtspraak krijgt met ieder gebrekkig vonnis dat de Hoge Raad in stand laat, de boodschap dat dit eigenlijk niet hoort en ook niet echt mag, maar dat het wel kan. De strafkamer van de Hoge Raad kweekt zo luie lagere rechters en beschermt de individuele burger onvoldoende. Ik geef het maar even door.

Auteur is juridisch redacteur en commentator. T @folkertjensma