Onderwijs

Een diplomaregister geeft de leraar eindelijk status op school

Een lerarenregister met diploma’s en bevoegdheden geeft de docent eindelijk de macht terug die hij door onderwijsvernieuwingen en schaalvergroting verloor, vindt Jan Drentje

Frank Gorissen, de leukste leraar van Nederland. ANP, Vidiphoto

Een nieuw lerarenregister geeft de docent weer zeggenschap over zijn beroep en vakgebied. Het begon als controle-instrument om onbevoegd lesgeven tegen te gaan en bijscholing af te dwingen. Maar het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel geeft de beroepsgroep de kans om criteria voor periodieke herregistratie af te spreken. De professionele ruimte binnen de scholen wordt eindelijk vastgelegd in een statuut – onder het toeziend oog van een lerarenberaad.

Dit is een kentering in de verhouding tussen bestuurders, schoolleiders en docenten. De afgelopen decennia is de positie van docenten gemarginaliseerd. Binnen de grote onderwijsorganisaties konden zij nauwelijks partij geven. Bevoegdheden voor medezeggenschap waren uitgehold.

Uit een recent onderzoek blijkt dat twee derde van de leraren zich beperkt voelt in zijn beslissingen op het werk. Bij majeure onderwijsvernieuwingen werden kritische vakdocenten weggezet als ‘laatste remmers’ die vasthielden aan hun autonomie voor de klas. Onderwijsorganisaties investeerden grote bedragen in kwaliteitszorg, ontwikkelden het ene na het andere format om aan de geformaliseerde eisen van de inspectie te voldoen. Een circus dat door veel leraren met weinig enthousiasme gade werd geslagen. Hoeveel geld en tijd ook aan kwaliteitszorg werd gespendeerd, het maatschappelijk vertrouwen in de onderwijskwaliteit – en in het verlengde daarvan de leraar - nam niet toe.

Modelarbeider

Maar: de leraar werd herontdekt. Die stond immers voor de klas en kon ‘het verschil maken’. Een nieuw circus werd opgetuigd om excellente leraren te laten paraderen, onder het toeziend oog van de minister of staatssecretaris. Het leek verdacht veel op de rituelen die ooit in de DDR te zien waren bij het fêteren van de Arbeiter der Monat. De beroepsgroep zelf heeft het voornamelijk het nakijken.

In het voortgezet onderwijs staan de (vaak bloeiende) organisaties van vakgebieden nagenoeg buiten spel bij de ontwikkeling van het verplichte curriculum en de examens. Natuurlijk mogen zij adviezen uitbrengen, maar examens en vakinhoud worden in een ondoorzichtig spel tussen ministerie, het College voor Examens en adviescommissies bepaald. Symptomatisch is de instelling van een externe commissie Onderwijs 2032 onder leiding van Paul Schnabel die moest adviseren over nieuwe kerndoelen. Dit tekent de bestuurscultuur: alles voor, maar niet door de leraar. Een ander voorbeeld: de invoering van de rekentoets aan het eind van de schoolloopbaan. De beroepsgroep zelf zou er niet opgekomen zijn.

Onbevoegd lesgeven

Gelet op de ervaringen met de schaalvergroting van het onderwijs in de afgelopen decennia, moet de inhoudelijk tegenmacht worden versterkt. Een lerarenregister dat de positie van leraren en hun vakgroepen wettelijk verankert, kan het begin zijn van een onderwijsrenaissance die docenten weer mede-eigenaar maakt van de onderwijskwaliteit.

Toch adviseerden de Onderwijsraad en de Raad van State het lerarenregister nog niet in te voeren. Een van de belangrijkste bezwaren is dat de criteria voor herregistratie nog niet zijn ontwikkeld. Wie niet voldoet aan die criteria kan na vier jaar uit het register worden geschrapt. Voor zowel de leraar als de school een majeure sanctie. Maar er is voorzien in een gewenningsperiode van vier jaar. De vakorganisaties van leraren zijn mans genoeg om zinvolle criteria te ontwikkelen.

Een apart probleem vormen de onbevoegde leraren. Die moeten zich nu registreren in een zogenaamd voorportaal. Het lerarenregister kan op zijn best inzichtelijk maken hoe groot het probleem van onbevoegd lesgeven is. Voor een structurele oplossing is echt ander beleid nodig. Voor veel vakken is het erg moeilijk om eerstegraads bevoegde leraren te vinden. Voor jonge academici is werken in het onderwijs geen aantrekkelijk beroepsperspectief. Het gaat daarbij om een mix van factoren. Nederlandse leraren draaien te veel lesuren voor te grote groepen, in een context waarin zij weinig zeggenschap over hun werk hebben. Tegenover een - in vergelijking met ander academisch werk - matige beloning. Invoering van het lerarenregister kan alleen een succes worden in combinatie met verbetering van de arbeidsomstandigheden. Idealisme is mooi, maar als de overheid voor een dubbeltje op de eerste rij wil blijven zitten, krijgt het onderwijs op den duur middelmatige kenmerken – de excellentieretoriek ten spijt.

Jan Drentje is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen.