Drie opties voor de Britten

Brexit

Dat de Britten de EU gaan verlaten, staat wel vast. En dat er onderlinge handel zal blijven ook. Maar al het andere is onzeker. En maakt velen in het Verenigd Koninkijk zenuwachtig. Wat zijn de opties?

Illustratie Roel Venderbosch

Om 1.00 uur, in de nacht van donderdag op vrijdag, mocht Theresa May ten overstaan van de 27 overige EU-leiders in vijf minuten uitleggen wat haar plannen zijn voor het Britse uittreden. Ze mocht louter informatie verstrekken, er werd niet gedebatteerd. Toch markeerde dit een begin: voor het eerst reisde May naar Brussel om op een Europese top het woord te voeren over het historische uittreden van het VK.

Wat nu nog een korte toespraak was, zal de komende jaren uitmonden in uiterst complexe onderhandelingen. In Londen worstelt men dezer dagen niet zozeer met uittreden – dat Brexit plaatsvindt is een feit – maar met de toekomst: hoe zullen de EU en het VK straks na die moeilijke scheiding met elkaar omgaan? De volgende scenario’s doen de ronde.

1. Het VK blijft onderdeel van de interne markt

Puur economisch is het voor de Britten het meest aantrekkelijk ook na uittreden onderdeel te blijven van de Europese interne markt, ’s werelds grootste vrijhandelsgebied waar alleen de waarde van de handel in goederen tussen lidstaten jaarlijks meer dan 3.000 miljard euro bedraagt. Auto’s geproduceerd door Nissan in Sunderland zouden nog steeds naar Europa geëxporteerd kunnen worden. De banken in de city zouden nog steeds hun diensten kunnen aanbieden binnen de EU. Uit onderzoek van de Britse denktank Institute for Fiscal Studies blijkt dat als het VK onderdeel blijft van de interne markt, het bruto nationaal product 4 procent hoger kan liggen dan bij opties die economisch meer schade aanrichten. „Dat is gelijk aan twee jaar economische groei in het VK”, schrijft econoom Carl Emmerson van de denktank.

Niet onbelangrijk in de onderhandelingen: het zou economisch voor de rest van de EU ook verreweg de beste economische oplossing zijn als het VK lid blijft van de interne markt: Het VK importeert meer goederen dan het zelf exporteert. Vorig jaar ging 15,2 procent van alle Europese goederenhandel richting het VK. Alleen Duitsland is een grotere afzetmarkt, blijkt uit gegevens van Eurostat. Nederland verscheepte volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek vorig jaar 38 miljard euro aan goederen naar het VK, dat is bijvoorbeeld vier keer zo veel als naar China.

Britse diplomaten kennen deze cijfers en storen zich aan de strenge toon van Europese leiders als Donald Tusk en Jean-Claude Juncker. Zij wekken de indruk het VK te willen straffen, maar ook zij hebben een plicht op te komen voor de economische belangen van Europese bedrijven, zeggen diplomaten. Bovendien, het VK is de grootste leverancier van (financiële) diensten naar landen buiten de EU. Van de 811 miljard euro aan diensten die de EU aan de buitenwereld leverde, kwam vorig jaar 188 miljard uit het VK. Valt dat deel weg, dan boet de EU in aan handelspolitieke macht. Ook dreigt Europa toegang te verliezen tot Londen, het financiële knooppunt dat de EU met de wereld verbindt. Britse ministers denken dat dit een troef is om de EU onder druk te zetten. „Ik geloof dat Londen niet alleen belangrijk is voor het VK, maar voor de hele EU”, zei minister Philip Hammond van Financiën vorige maand in Westminster.

Lid blijven van de interne markt is de veiligste weg naar een economisch stabiele Brexit, maar politiek ligt het niet voor de hand. May sloot in haar Brexit-toespraak op het partijcongres van de Conservatieven uit dat het VK bereid is de rechtsmacht te erkennen van het Europese Hof van Justitie, dat via baanbrekende vonnissen de hoeder is van de interne markt. „Onze rechters zullen niet in Luxemburg maar hier zetelen”, zei May.

Bovendien zal May niet bereid zijn een akkoord met Europa te tekenen waarin ze opnieuw de controle over het migratiebeleid opgeeft: dat zou Brexit een futiele exercitie maken. Het kan zelfs zo zijn dat May weigert überhaupt over een middenweg voor vrij verkeer van personen te onderhandelen. Ze kan het off limits verklaren en de komende twee jaar buiten de gesprekken houden. Zonder de fundamentele vrijheden te erkennen zal de EU het VK nooit toelaten tot de interne markt.

2. Het VK houdt toegang tot de interne markt

We hoeven geen onderdeel te zijn van de interne markt, zolang we maar toegang behouden. Het is een leus die Britse politici veel verkondigden. Het is namelijk een aangename vage belofte die alles kan betekenen. Sierra Leone (totaalwaarde wederzijdse handel 471 miljoen euro) heeft toegang tot de interne markt, maar ziet aanzienlijk meer handelsbarrières (tarieven, erkenning keurmerken, technische standaarden) dan Zwitserland (totaalwaarde 253 miljard euro), dat meer dan 120 bilaterale economische akkoorden met de EU heeft en praktisch dezelfde status heeft als EU-leden.

Het zou economisch het meest nadelig zijn als het VK na Brexit handelt met de EU op de voorwaarden gesteld door de handelsakkoorden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Deze voorwaarden zijn van toepassing omdat zowel de EU als het VK lid is van de WTO.

Uit gelekte documenten bleek vorige maand dat verhoogde importtarieven en handelsbarrières Britse bedrijven jaarlijks 4,5 miljard pond kosten, op handel van goederen naar Europa met een waarde van 133 miljard. Nog schadelijker is dat de banksector in Londen toegang zou verliezen tot de EU. Want daar is in de WTO-akkoorden niets voor geregeld.

In een rapport dat voor veel ophef zorgde, berekenden analisten van consultantfirma Oliver Wyman dat als de Londense banksector het recht verliest rechtstreeks in de EU zaken te doen, dit de sector jaarlijks 18 tot 20 miljard pond kost. De overheid zou 3 tot 5 miljard pond aan belastinginkomsten mislopen. Meer dan dertigduizend banen verdwijnen volgens de berekeningen. In de City zelf vindt men de gedachte dat Frankfurt, Parijs of Dublin delen van de rol van de City kunnen overnemen onrealistisch. „Sommige buitenlandse banken kunnen kiezen Europa helemaal te verlaten. Maar als ze naar verschillende Europese hoofdsteden uitwijken, betekent het niet dat de delen evenveel waar zijn als het geheel, zoals nu in Londen. Het netwerkeffect van Londen, waarbij zakenbankiers, advocaten, valutahandelaren, hedgefondsen, consultants en accountants nauw en efficiënt samenwerken, is van niet te onderschatten belang”, zegt Sally Jones, directeur handelsbeleid van adviesfirma Deloitte in Londen.

De noodzaak lijkt groot voor het VK om op betere voorwaarden zaken te doen met de EU. Theresa May lijkt daar rekening mee te houden: ze weigert uit te sluiten dat het VK na uittreding zal meebetalen aan het EU-budget in ruil voor gunstige voorwaarden. Het is opvallend: waar Margaret Thatcher de kosten van de EU centraal stelde („I want my money back”) zwijgt May over Europese geldzaken. Vrijdag in Brussel sloeg ze in haar persconferentie een verzoenende toon aan. Het VK wil ook na Brexit nauw betrokken blijven bij Europa, zei ze. „Wij willen onze goederen en diensten blijven leveren in de Europese Unie.”

3. Het VK sluit een nieuw handelsakkoord met de EU

Theresa May gebruikt nog het liefst de terminologie van de kledingmakers van Savile Row als ze het over de toekomstige verhouding met de EU heeft. Ze rept over de noodzaak van een op maat gemaakt akkoord, alsof ze een relatie zoekt met de pasvorm van een duur pak van Gieves & Hawkes: wel vergevorderde toegang tot Europa, zonder vrij verkeer van personen te hoeven accepteren. Een manier om dat te regelen is via een nieuw vrijhandelsakkoord tussen de EU en het VK.

Experts denken dat dit mogelijk een oplossing biedt die gunstig kan uitpakken voor beide economieën, maar dan moet het wel een akkoord van wereldklasse zijn. „In het meest gunstige geval reduceert een nieuw vrijhandelsakkoord handelstarieven tot 0 procent voor 95 tot 97 procent van de verhandelbare goederen en worden er uitgebreide afspraken gemaakt over wederzijdse toegang van financiële dienstverlening”, zegt Sally Jones van Deloitte. „Er is nauwelijks een voorbeeld van een akkoord dat toegang van financiële dienstverlening goed regelt. De EU was wel bereid om dit onderdeel te maken van TTIP, maar de VS waren tegen.”

Het baart Downing Street zorgen dat binnen Europa steeds meer verzet is tegen vrijhandelsakkoorden. Een verstrekkend handelsakkoord zal, net als de deal tussen de EU en Canada, ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan de 27 nationale en enkele regionale parlementen. Dat het Waalse parlement een deal blokkeert, zoals nu het geval is met Canada, is een zorgelijke ontwikkeling voor het VK. Een hooggeplaatste ambtenaar: „Het is tweeslachtig. Als het EU-Canada-verdrag niet doorgaat, is het de dood van de Europese handelspolitiek en bewijs van het gelijk van pro-Brexit politici: de EU werkt niet. Aan de andere kant wordt het moeilijk voor het VK om een inhoudelijk sterke deal te bereiken.”

Zelfs een relatief eenvoudig vrijhandelsakkoord uitonderhandelen kost gemiddeld vijf jaar, zegt Jones van Deloitte. „Na twee jaar bereiken onderhandelaars meestal een dieptepunt. Daarna komen de gesprekken in beweging en worden er compromissen gesloten”, zegt ze.

Voor het VK is dat een probleem. Als May in maart de exit-bespreking met de EU begint, gaat de klok te tikken. Twee jaar later zal het VK hoogstwaarschijnlijk de unie verlaten. De kans is klein dat er dan een panklare oplossing ligt die de toekomst regelt. Economen waarschuwen dat er hoe dan ook een overgangsregime moet komen om het Britse uittreden geleidelijk te laten verlopen. Pas daarna kan een nieuw akkoord gesloten en ingevoerd worden. Zo beseft de Britse politiek langzaam dat Brexit geen proces van vierentwintig maanden zal zijn, maar ruim een decennium kan voortduren.