Canadese handelsminister verlaat onderhandeling met Wallonië

Handelsverdrag Zolang Wallonië dwars blijft liggen, komt er geen verdrag tussen Canada en de EU. Een Canadese poging om de zaak te lijmen mislukte vrijdag.

De Canadese handelsminister Chrystia Freeland (L) bezocht in september nog de Oostenrijkse minister van EZ Reinhold Mitterlehner voor gesprekken over CETA. Foto Herbert Neubauer/AFP

Deadlines in de EU zijn boterzacht, zo bleek vrijdag maar weer eens. Tijdens een top in Brussel wilden Europese leiders feestelijk kunnen aankondigen dat handelsverdrag CETA alsnog rond is. In plaats daarvan moesten ze bekendmaken dat de politieke thriller rondom de deal met Canada nog niet voorbij is. En dat er een nieuwe deadline is: volgende week dinsdag.

Die is ditmaal wel stukken harder. Uiterlijk dinsdag moet de Canadese premier Justin Trudeau weten of zijn geplande Europese tour kan doorgaan. Onderdeel van die rondreis is de ceremoniële ondertekening van CETA, volgende week donderdag tijdens een EU-top met Canada in Brussel. Maar zonder verdrag komt Trudeau zijn stoel niet uit.

Of de Canadees wel of niet komt, hangt af van België, waar CETA inzet is geworden van wat steeds meer weg heeft van een Vlaams-Waalse fittie. Terwijl 27 EU-lidstaten akkoord zijn, weigert het kleine Wallonië (3,6 miljoen inwoners) de Belgische, door Vlamingen gedomineerde federale regering groen licht te geven om te tekenen. Premier Charles Michel noemde de impasse vrijdag „extreem delicaat”.

Mogelijk is dat te zacht uitgedrukt en weet Trudeau nu al dat hij niet hoeft te komen. De Europese Commissie voerde de afgelopen dagen intensieve onderhandelingen met de Walen, in een poging tegemoet te komen aan hun zorgen. Vrijdag schoof ook de Canadese handelsminister Chrystia Freeland aan in Namen, waar het Waalse regioparlement zetelt. Maar ’s middags verliet zij zwaar ontgoocheld en vechtend tegen de tranen het gebouw.

Aardig en geduldig

„Het lijkt me duidelijk dat de EU niet in staat is om een internationaal verdrag te sluiten, zelfs niet met een land dat zo aardig en geduldig is als Canada”, zei Freeland. „Canada is teleurgesteld, ik ben persoonlijk héél teleurgesteld. Ik heb heel, héél hard gewerkt. We hebben besloten om naar huis te gaan.” Is het echt voorbij? Niet wat de Commissie betreft. Die wil de komende dagen blijven doorpraten.

Al eerder op de dag waren de voortekenen somber, toen de Waalse socialistische premier Paul Magnette in Namen uiteenzette wat de Commissie te bieden heeft. Het gaat onder meer om extra garanties in een juridisch bindende verklaring dat CETA niet kan leiden tot afzwakking van arbeids- en milieunormen, en ook niet kan verhinderen dat die, indien gewenst, worden aangescherpt. „De bereidheid om er uit te komen is er”, zei Magnette. Maar vrijdag vond hij de garanties nog steeds te vaag en niet groot genoeg. „Ik wil geen kat in de zak kopen.”

Speciaal arbitragehof

Het grootste struikelblok lijkt de investeringsbescherming te zijn in het verdrag. Die geeft bedrijven die menen dat zij schade ondervinden van plotselinge beleidsveranderingen de mogelijkheid om staten aan te klagen, via een speciaal arbitragehof, buiten de gewone rechtsgang om. Een mechanisme dat ooit in het leven is geroepen om investeringen in politiek instabiele landen te beschermen, maar dat in het geval van functionerende rechtsstaten als Canada en de EU weinig bestaansrecht lijkt te hebben.

Canada en Brussel spraken eerder al af dat onder meer dit Investor Court System (ICS) pas van kracht zal worden als alle nationale ratificaties achter de rug zijn, in de hoop dat het resterende, overgrote deel van CETA al wel op voorlopige basis in werking kan treden. Maar de Waalse socialisten vrezen dat ze door deze tweetrapsraket het verdrag in worden ‘gerommeld’. Zij vinden dat er nu al, vooraf, een principiële discussie moet wordt gevoerd. Magnette drong er de afgelopen dagen bij eurocommissaris Malmtröm (Handel) vergeefs op aan om de Canada-top uit te stellen.

Voor de Commissie staat er meer op het spel dan CETA alleen. In het EU-verdrag van Lissabon (2009) kreeg Brussel extra bevoegdheden, onder meer op het gebied van handelspolitiek. Daarmee moest een einde komen aan de verlammende ‘vetocultuur’ in Europa. De Commissie zou exclusief namens de lidstaten onderhandelen en de regie stevig in handen krijgen. Nu brokkelt dat mandaat in rap tempo af, met een Belgische regering die de signalen uit Namen kennelijk te laat heeft opgemerkt, een Waals regioparlement dat vijf jaar onderhandelingen dreigt te torpederen en een Canadese handelsminister die de Europeanen van zichzelf mag gaan redden, maar binnen een dag tot wanhoop wordt gedreven.

Goede worst

De verwachting is de Walen vroeg of laat geaccommodeerd kunnen worden, als het niet volgende week is dan later. Maar Europa maakt geen goede beurt. Premier Rutte probeerde er vrijdag laconiek onder te blijven: „Europa maakt worst op een hele zichtbare manier. Dat is nooit een fraai proces, maar het hoort nu eenmaal bij Europa. Het belangrijkste is dat er uiteindelijke goede worst uit komt.”

Commissievoorzitter Juncker is de eetlust vergaan. „Ik ben verbijsterd”, zei hij na afloop van de top, en hij voegde er sarcastisch aan toe: „Als we een handelsakkoord sluiten met Vietnam, dat natuurlijk elk denkbaar democratisch principe toepast, is het stil. Als we dat met Canada doen, een dictatuur zonder weerga uiteraard, begint iedereen te gillen dat we sociale en economische rechten aan onze laars lappen. Het tegendeel is waar en misschien moet dat wat vaker worden gezegd.”