Blauwhelmen met een vaag mandaat

VN-missies

Bij VN-vredesmissies bestaat grote spanning tussen gebruik van geweld en volledige onpartijdigheid. In Mali hebben Nederlanders er last van.

©

Vanuit de cockpit ziet hij rookwolken, een zandvlakte, rennende strijdkrachten. Een klein dorp in Noord-Mali, een uur vliegen van het Nederlandse kamp in Gao. Apachepiloot Peter Gordijn cirkelt in de lucht. De legerleiding heeft hem opdracht gegeven te observeren of het klopt dat een strijdende groepering een dorp aanvalt. Hij ziet hoe vanaf pick-up trucks met zware machinegeweren richting het dorp wordt geschoten. Gordijn, bang voor burgerslachtoffers, vraagt aan het hoofdkwartier of er ingegrepen moet worden. Er wordt getwijfeld. Orders: blijven kijken en rapporteren. De strijders stoppen even met schieten, uit angst voor de aanwezigheid van VN-Apaches. Maar als Gordijn niet kan ingrijpen, gaan de gevechten weer verder.

Drie maanden later; een zelfde soort situatie. Gordijn ziet troepen tactische posities innemen; weer is hij bang voor burgerslachtoffers. Weer twijfelt het hoofdkwartier over ingrijpen. Gordijn laat zijn gevechtshelikopter rondcirkelen, vertwijfeld. Als hij na een paar uur wegvliegt omdat hij moet tanken, aarzelt het hoofdkwartier nog steeds. Gordijn: „Ik heb alleen maar toegekeken hoe het steeds gevaarlijker werd voor de burgers in dat dorp.”

Het kabinet verlengde deze maand de Nederlandse inbreng in Mali tot 2017; het is de grootste Nederlandse missie op dit moment. Het is met 106 VN-slachtoffers ook een van de meest dodelijke VN-missies in de geschiedenis. Diverse commandanten waren kritisch over de verlenging.

Mali is de grootste Nederlandse VN-bijdrage ná Srebrenica.

Uit gesprekken die NRC voerde met militairen en defensiedeskundigen die betrokken waren bij de missie, blijkt dat daar een reden voor is: het VN-mandaat is dubbelzinnig te interpreteren. Daardoor is er constante twijfel bij de bevelhebbers over de onafhankelijke positie van de VN in Mali.

VN-problemen

Het zijn, gezien het Nederlandse verleden in VN-vredesmissies, opmerkelijke getuigenissen.

Mali is de grootste Nederlandse VN-bijdrage ná Srebrenica. Nederland hield zich jarenlang grotendeels afzijdig van dit soort missies, uit angst voor een nieuw trauma.

‘Srebrenica’ is voor het Nederlandse leger nog altijd een trauma, omdat Nederlandse blauwhelmen aanwezig waren toen Bosnisch-Servische soldaten de moslimenclave Srebrenica innamen en meer dan 8.000 mannen en jongens vermoordden. Er woedt nog altijd een felle discussie over de vraag of de VN de Nederlandse militairen met een onmogelijke opdracht en onuitvoerbaar mandaat hebben opgezadeld.

In 2000 schreef VN-diplomaat Lakhdar Brahimi een geruchtmakend rapport waarin hij stelt dat onduidelijke mandaten voor VN-vredesmissies leiden tot onzekerheid in het veld over de vraag of met geweld ingrijpen mag. Het rapport wordt gezien als belangrijk, zelfs doorslaggevend voor de manier waarop VN-missies worden vormgegeven.

In 2008 voegde Brahimi daar de kritiek aan toe dat de VN steeds minder vaak als ‘onpartijdig’ worden gezien in de wereld; zeker bij complexe conflicten met veel strijdende partijen zouden de VN als partijdig worden beschouwd. „Een vreselijke schande”, zei Brahimi.

Voor de uitzending naar Mali maakten Tweede Kamerleden zich dan ook zorgen. De minister stelde hen gerust. De Commandant der Strijdkrachten, Tom Middendorp, stelde bovendien vast dat Nederland verzekerd was van luchtsteun, dat de eigen troepen beter waren bewapend en dat van taalproblemen geen sprake zou zijn.

Voor een deel klopt dat: het mandaat biedt veel meer ruimte voor militair ingrijpen, de troepen zíjn beter bewapend en er zijn betere afspraken over luchtsteun. Mali is bovendien een volstrekt andere missie dan Srebrenica. Nederland heeft in Afrika bijvoorbeeld niet de verantwoordelijkheid over een specifiek gebied. Bovendien wordt er gewerkt met betere inlichtingen.

Maar ook in Mali is volgens deskundigen het mandaat te beschouwen als dubbelzinnig. Het kan hier gebeuren dat een goed getrainde Apachepiloot vertwijfeld in de lucht hangt, wachtend op beslissingen die niet komen. Het kabinet neemt in een reactie op dit artikel afstand van de conclusies van militairen en deskundigen; de ministers noemen de situatie in Mali „complex”, maar het mandaat „niet onduidelijk.”

Onpartijdigheid

Mali is zo’n conflict met veel strijdende partijen – „zeer diffuus”, zegt defensiedeskundige Dick Zandee van Clingendael. In 2012 brak een burgeroorlog uit, terroristische groeperingen krijgen er voet aan de grond, er is sprake van mensenhandel, mensensmokkel, tienduizenden vluchtelingen, en drie miljoen mensen lijden honger.

Om het land na het uitbreken van de burgeroorlog te redden van dreigende chaos en jihadisten de kans te ontnemen op een solide vestigingsbasis, grepen eerst Frankrijk en daarna de Verenigde Naties in. Nederland sloot zich in 2014 aan bij de VN-missie. De voornaamste rol van de Nederlanders is het winnen van militaire inlichtingen. Op die manier is de Nederlandse bijdrage op zichzelf een gevolg van het Brahimi-rapport. Daarin is betere inlichtingencapaciteit één van de aanbevelingen.

In Den Haag laat Rob de Rave, betrokken bij de onderhandelingen over de Nederlandse inbreng bij de VN in New York, zien dat er tegenstrijdigheden in het mandaat voor Mali staan. Tegelijkertijd staat omschreven dat de missie volledig onafhankelijk moet zijn, én dat de Malinese regering ondersteund moet worden bij de opbouw van de staat; terwijl die regering zélf wordt gezien als strijdende partij.

De Rave:

„Als je geweld gebruikt, kies je al snel een kant. Zeker als bepaalde strijders je verdenken van partijdigheid omdat ze denken dat je samenwerkt met de regering. Wanneer mogen militairen precies geweld gebruiken? Voor bevelhebbers is dat niet helder.”

Ook merkte De Rave tijdens de VN-onderhandelingen in New York dat West-Europese landen over het algemeen minder terughoudend zijn met toestemming voor stevig militair ingrijpen dan bijvoorbeeld Zuidoost-Aziatische landen „Het komt met zo’n mandaat aan op de keuzes van de bevelhebbers ter plaatse.”

In Mali levert dat een constante vertwijfeling op over het gebruik van geweld. In de documentaire De Missie (2015), die Robert Oey over de Mali-uitzending maakte, is een voorbeeld te zien. De Nederlandse commandant Joost de Wolf vertelt dat er veel doden zijn gevallen onder de VN-troepen. Hij wil graag „actie ondernemen” in het noorden van Mali. Maar als hij de ondersecretaris-generaal van de VN, Hervé Ladsous, vraagt om het mandaat te verduidelijken, geeft die een ontwijkend antwoord. De Wolf: „Dan zeg je dus eigenlijk: zoek het maar uit. Ik was het behoorlijk zat.”

Deze scène laat volgens militair analist De Rave precies het probleem zien: „Het mandaat laat het gebruik van geweld toe, maar commandanten en eenheden worstelen met het begrip onpartijdigheid. Met het risico dat militairen in het veld onduidelijke opdrachten krijgen.”

Later in de documentaire breekt enorme heibel uit wanneer VN-troepen wél geweld gebruiken, omdat rebellen tegen afspraken met de VN in de wapens weer hebben opgepakt. Hierbij wordt geschoten tussen twee strijdende groepen én op VN-militairen. Joost de Wolf wordt door een ziedende rebellenleider beschuldigd van partijdigheid; de VN zouden de lopende vredesonderhandelingen zélf dwarsbomen.

In de praktijk waren wij daar niet echt onpartijdig

Een onmogelijke situatie, vertellen militairen en deskundigen. Er bestaat grote spanning tussen niet en wel ingrijpen: als de VN-troepen niet ingrijpen, voldoen ze niet aan hun eigen mandaat omdat burgers gevaar kunnen lopen. Als ze wel ingrijpen, zoals volgens het mandaat mag, dan worden ze gezien als partijdig.

Defensiespecialist Zandee van Clingendael: „Echte onpartijdigheid – zoals de VN nastreven – is in Mali eigenlijk onmogelijk. Mali is half vredesmissie, half strijdende missie. Dat zorgt voor weifelende leiding.” Ruud Vermeulen, voorzitter van de Gezamenlijke Officieren Vereniging: „De missie staat niet als neutrale entiteit tussen de partijen.” Peter Gordijn, inmiddels ex-militair: „In de praktijk waren wij daar niet echt onpartijdig, omdat we de regering ondersteunden.”

Dat de VN-troepen door bepaalde rebellengroeperingen als partijdig worden beschouwd, zien deze deskundigen niet los van het voortdurende geweld tegen de blauwhelmen. De meer dan 100 doden vielen onder meer door aanvallen van terroristische en criminele cellen op VN-kampen en konvooien.

Medaille geweigerd

Het kabinet ziet dat in Mali „vooruitgang” wordt geboekt sinds de Verenigde Naties er actief zijn. Vorig jaar werd een vredesakkoord gesloten tussen strijdende groepen en de regering, en er is een afname van het aantal gevechten. Maar, zo schreef het kabinet begin deze maand aan de Tweede Kamer, het vredesakkoord is „broos”. Er worden in het hele land nog terroristische aanslagen gepleegd, en de VN-troepen worden regelmatig aangevallen. Vooral in het noorden is de situatie „zorgelijk”.

Ex-Apachepiloot Peter Gordijn kijkt met een slecht gevoel terug op zijn tijd in Mali. In het boek Wakker! dat hij over zijn ervaringen schreef, is hij zeer kritisch over VN-operaties. Hij zou graag zien dat er een speciaal VN-leger komt, dat professioneler en met duidelijker mandaat opereert. De medaille die militairen standaard van de VN ontvangen na een missie, heeft hij geweigerd. Gordijn heeft het leger verlaten, omdat hij niet meer wil deelnemen aan VN-missies.

De Nederlandse Officieren Vereniging zou willen dat het mandaat van de VN-missie wordt aangepast, zodat de blauwhelmen niet langer als partijdig worden gezien. Voorzitter Ruud Vermeulen:

„Nederlandse en Afrikaanse belangen zijn diep verbonden. Met een aangepast mandaat hebben onze militairen in Mali niet langer het gevoel dat zij op een hopeloze, maar een terechte, missie zijn gestuurd.”