Al-Qaeda 3.0 loert nu al om de hoek

Mosul

Het offensief om de Noord-Iraakse stad woedt in alle hevigheid. Maar de slag zou wel eens heel lang kunnen gaan duren. En dan? Er is nog geen begin van een politieke oplossing voor toekomstig bestuur.

Foto Zohra Bensemra/Reuters

Het langverwachte offensief om de Noord-Iraakse stad Mosul te heroveren op Islamitische Staat woedt sinds begin deze week in alle hevigheid. De hemel boven de stad, de tweede van Irak, kleurde zich zwart door talrijke omvangrijke oliebranden, aangestoken door IS om drones en vliegtuigen het zicht te ontnemen. De Verenigde Naties bevestigden vrijdag berichten dat IS-strijders 550 families uit dorpen in de omgeving van de stad gevangen hebben genomen, waarschijnlijk om als menselijk schild te gebruiken.

Hoewel de Iraakse regering zich optimistisch toonde over de voortgang van het offensief, kan dit lang gaan duren. Terwijl generaal Joe Votel van het Central Command van het Amerikaanse leger in augustus nog op ‘eind dit jaar’ mikte, heeft hij die prognose nu al bijgesteld naar ‘mogelijk een jaar of langer’.

Als je afgaat op de herovering van Fallujah en Ramadi op IS, dan is de kans groot dat het Mosul-offensief gepaard gaat met verwoestingen op grote schaal in Iraks tweede stad.

Toen Ramadi begin dit jaar werd heroverd op IS lag 90 procent van de stad in puin. In Fallujah werd de gevluchte burgerbevolking aan haar lot overgelaten. Amnesty International kwam vorige week met een rapport dat het regeringsleger en de shi’itische milities beschuldigt van „ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder foltering, willekeurige arrestaties, verdwijningen en buitengerechtelijke executies van duizenden burgers die uit IS-gebied waren gevlucht”.

Wordt het in Mosul anders? Niet als je het aan Dylan O'Driscoll vraagt. De Britse onderzoeker, verbonden aan het Middle East Research Institute, heeft een groot deel van het jaar doorgebracht met het ondervragen van de diverse politieke actoren in de provincie Nineveh, waarvan Mosul de hoofdstad is. Het resultaat was een reeks voorwaarden die vervuld moesten zijn voor het offensief tegen Mosul kon beginnen.

„Geen enkele van die voorwaarden is vervuld”, zegt O’Driscoll in zijn kantoor op een beveiligde compound in de Koerdische hoofdstad Erbil. „Militair gezien loopt de coördinatie goed. Maar op politiek vlak is er helemaal niets gebeurd. We hebben de twee jaar sinds de val van Mosul in 2014 niet goed gebruikt.”

Voor O’Driscoll is de grootste zorg dat er geen akkoord is over wie het straks voor het zeggen heeft als IS uit Mosul is verdreven. „Nu is het iedereen tegen IS. Maar als je die gemeenschappelijke vijand wegneemt, dan gaan de onderlinge rivaliteiten opnieuw aan de oppervlakte komen.”

Er zijn een hoop spelers: het Iraakse leger, de Koerdische peshmerga, de shi’itische milities, de milities van de minderheden in Mosul. Turkije, dat Mosul als zijn achtertuin beschouwt, heeft zich ongevraagd in het spel gemengd. De oud-gouverneur van Nineveh, Atheel al-Nujaifi, die door Bagdad tot zondebok werd gemaakt voor de val van Mosul in 2014, heeft een eigen militie van enkele duizenden, door Turkije getrainde manschappen. Achter veel van de shi’itische milities schuilt Iran.

Op het eerste gezicht zegt iedereen op dit moment de juiste dingen. Hashd al-Shaabi, de grootste shi’itische militie, doet niet mee aan de slag om Mosul om de vrees voor wraakacties tegen de sunnitische bevolking weg te nemen. Maar het gaat wel vechten in Tal Afar ten noorden van Mosul, waar vooral Turkmenen wonen, etnische Turken.

De Koerdische peshmerga zeggen dat ze Mosul zelf niet zullen betreden. Maar ze zeggen tegelijk dat ze gebied dat met Koerdisch bloed is veroverd op IS zullen houden.

De Iraakse premier Haider al-Abadi roemt de historische samenwerking tussen het Iraakse regeringsleger en de Koerdische peshmerga. „Wij werken nu samen voor een verenigd Irak, ver van het idee van opsplitsing en de verdeeldheid die onze inspanningen tot nu toe hebben ondermijnd.”

Dat is een mooie gedachte, maar als er één constante is in de recente geschiedenis, dan is het wel dat de sunnieten niet het gevoel hebben dat zij in dit Irak een plaats hebben sinds de val van Saddam Hussein in 2003. Het is de reden waarom zij deels in zee gingen met Al-Qaeda tegen de Amerikaanse bezetter, en met IS tegen de regering van shi’itisch oud-premier Maliki.

„Het is geen optie om terug te keren naar de marginalisering van de sunnieten zoals die bestond voor de komst van IS”, zegt O’Driscoll. De oplossing is volgens hem federalisering: het decentraliseren van de macht van Bagdad naar het provinciale niveau.

De Arabische sunnieten waren daar altijd tegen: als minderheid (10-15 procent) die bovendien overwegend in het olie-arme deel van Irak woont, hadden zij alles te winnen bij een unitair Irak. „Maar nu zijn ook de meeste sunnitische politici overstag”, zegt O’Driscoll.

Zaid al-Ali, Iraaks grondwetspecialist en auteur van The Struggle for Iraq’s future, is het daar niet mee eens. „Autonomie is mooi, maar als je niet tegelijk zorgt dat er een rechtsstaat komt, dan verandert er niets. Het kan zelfs erger worden.”

De aantijging dat de bevolking van Mosul IS in 2014 heeft verwelkomd noemt Al-Ali onzin. „Dat is IS-propaganda. Ja, mensen in Mosul waren blij dat ze onder het juk van Bagdad vandaan waren. Dat wil niet zeggen dat ze voor IS waren. Ik heb daar nog altijd geen enkel bewijs van gezien.”

Al-Ali geeft een voorbeeld om de situatie in Mosul pre-2014 te illustreren. „Stel: ik ben een zakenman in Mosul. Mijn broers, mijn neven, worden regelmatig opgepakt en gefolterd door de Iraakse veiligheidsdiensten. Dan komt Al-Qaeda. Zij zeggen: betaal ons 100.000 dollar of we vermoorden je familie. In een normaal land stap je dan naar de politie voor bescherming. In Mosul niet: je betaalt. Ik ken verschillende mensen die dat soort sommen hebben betaald.”

„In zo’n situatie gedijt Al-Qaeda. Als de veiligheidsdiensten te druk zijn met het terroriseren van de eigen bevolking, dan hebben zij geen tijd om achter de terroristen aan te gaan.”

De Irakezen, ook de sunnieten, moeten het gevoel krijgen dat de staat er vóór hen is, niet tegen hen, zegt Al-Ali. „Zolang dat niet gebeurt, verandert er niets. IS zal verslagen worden ja, maar dat is slechts uitstel. Want anders dan de Iraakse regering leert Al-Qaeda wel van zijn fouten. Als IS Al-Qaeda 2.0 is, dan loert Al-Qaeda 3.0 nu al om de hoek.”