Zonde om zomaar aan voorbij te lopen

Straattaal

Graffiti, gedichten bij monumenten, kunstprojecten, notities aan buurtgenoten en talloze posters van wanhopige (misschien voormalige) kateigenaren: gebundeld zou dit alles een bibliotheek van ‘straattaal’ vormen. In de dagelijkse snelheid fietsen, lopen of rijden we erlangs, de teksten vallen ons vaak niet op. Soms nemen we een keer wél de tijd, en maken ze nieuwsgierig.

Wibautotisme (1981) onder de brug – Oost Foto Jordy Rietbroek

Wibautotisme (1981) onder de brug – Oost

Tekst: Kristian Kanstadt
(Letter)ontwerper: Karim Hashem

Onverwacht, maar eigenlijk de beste plek voor een gedicht: onder een brug. Wanneer je verplicht wordt om te wachten. Maar je ongeduldig vervelen bij de Vaz Diasbrug in de Wibautstraat hoeft niet: met de brug wordt tevens het gedicht Wibautotisme van Kristian Kanstadt opgehaald. In 1982 werd het in opdracht van de wethouder van Kunst aangebracht. Kanstadt vroeg de ontwerper Karim Hashem voor de typografie. Een fragment: op ’n bumper na aan het Wibautotisme ontkomen, een zebra had haast mijn boodschappentas genomen […] Om het gedicht helemaal te lezen, te begrijpen of er een eigen interpretatie aan te geven is een aantal keer wachten nodig: de tekst heeft iets weg van een tekst van de Jeugd van Tegenwoordig. Ook het lettertype is puzzelen; gelijkend op een vreemd alfabet is het lastig te ontcijferen. Genoeg wachtplezier dus.

Foto Jordy Rietbroek

Ik speel in de stad met alles wat er bestaat (2012) – Jordaan Foto Jordy Rietbroek

Ik speel in de stad met alles wat er bestaat (2012) – Jordaan

Tekst: Lisa van der Schouw (12, destijds 7), oud-leerlinge van de Theo Thijssenschool
Kunstenaar: Piet Parra

Zelfs voorbij racend kan het de Jordanees niet ontgaan: de huizenhoge dichtregel in de Madelievenstraat. Grafisch ontwerper Piet Parra (hij ontwierp onder meer voor Pepijn Lanen albumhoezen en boekcovers) maakte dit werk in 2012 in opdracht van Ymere. De schrijfster van de tekst, Lisa van der Schouw, was destijds zeven. De inmiddels oud-leerling van de Theo Thijssenschool deed mee aan de gedichtenwedstrijd van haar school, voor projectweken rond het thema schrijven. Piet Parra werd door Ymere gevraagd om uit de bijna 500 ingezonden gedichten de mooiste zin te kiezen, en deze op de twee muren aan het schoolplein van de Theo Thijssenschool te schilderen. Hij koos deze zin uit het gedicht van Lisa, dat volledig luidt: Ik speel in de stad / met jou / Ik speel in de stad / met de kou / Ik speel in de stad / met alles wat er bestaat. De kleine schrijfster woont zelf met haar ouders in de Tuinstraat en kijkt vanuit thuis op het kunstwerk, dus kan, ook nu ze op de middelbare school zit, nog dagelijks genieten van haar eerste publicatie.

Tell me where you were born (2005) – Bijlmer

Foto Jordy Rietbroek

Het kunstwerk ‘Tell me where you were born’ - Bijlmer. Foto Jordy Rietbroek

Tekst / kunstenaar: Marieken Verheyen (62)

„Ik wilde de mensen iets geven waarmee ze zich konden identificeren”, zegt Marieken Verheyen over haar kunstwerk Tell me where you were born. „De Bijlmer bestaat uit zoveel verschillende culturen, er wonen mensen uit 130 verschillende landen. Maar als je er rondloopt is er maar weinig van al die windstreken te zien, je weet niks van de achtergrond.” Woningbouwvereniging Rochdale en het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten vroegen Verheyen naar aanleiding van de ‘nieuwe’ Bijlmer (de wijk kreeg een opknapbeurt in 2004/2005) een kunstwerk te maken voor de flat Kruitberg, een van de gebouwen die de sloophamer bespaard was gebleven en juist ‘een likje verf’ had gekregen.

Kers op de renovatie: het flathoge kunstwerk aan de gevel. Verheyen sprak met 328 bewoners van Kruitberg, meesten allochtoon, en vroeg ze in hun eigen handschrift hun geboorteplaats op te schrijven. Ook vroeg Verheyen hoe ze de overgang naar Nederland hadden ervaren. Een aantal zinnen verwerkte ze in het kunstwerk: zoals „it seems that one life has ended and another life has started” en „eigenlijk ben ik een Afrikaanse prinses.” De zin „waar komen al die blanken vandaan” is van een Ghanees meisje, dat op haar elfde naar Nederland kwam. „Toen ze in Amsterdam uit de trein stapte, keek het meisje haar ogen uit: ze wist niet dat de wereld zo wit kon zijn.”

Toen Verheyen een keer in de Bijlmer was om haar werk aan vrienden te laten zien, fietste een donkere jongen langs die hen ironisch de zin toeriep, „mijn god, waar komen al die blanken vandaan?”. Verheyen: „Blij dat het werk leefde wilde ik hem zeggen dat ik de kunstenaar was, maar ik kreeg hem niet te pakken – volgens mij dacht hij dat ik boos achter hem aan rende.” Een andere bewoner van de Bijlmer, oorspronkelijk uit Nigeria, neemt gasten uit zijn thuisland altijd trots mee naar het kunstwerk om het verhaal te vertellen. Verheyen: „En dat maakt mij weer trots; het betekent dat het project door de buurt is aangenomen.”

Foto Jordy Rietbroek

Enjoy the best bench in town - Jordaan. Foto Jordy Rietbroek

Enjoy the best bench in town - Jordaan

Tekst: Miranne Kalff (40) en Floris van Hall (47)

„Please… Take a seat! But don’t smoke any weed or other funny stuff! Our kids are a bit too young to get stoned. Enjoy the Best Bench in Town! XXX”, valt te lezen op het bankje op de Bloemgracht, ter hoogte van nummer 130.

„A small gesture that hints of a great heart”, een van de briefjes die Miranne Kalff en haar man Floris van Hall kregen naar aanleiding van hun vrolijke gebod annex verwelkoming. Vijf jaar geleden plaatsten zij het bankje voor hun huis. „Niet doen hoor”, waarschuwden buren nog, „dan gaan er mensen op zitten”. „Dat is precies de bedoeling”, antwoordde Kalff. Zij en haar man wilden dat ook anderen van hun bankje konden genieten, van bezoeker tot stadsgenoot. Die eerste bleek er inderdaad gulzig gebruik van te maken – zo ook de blowende toerist. „Niks tegen hoor, maar dit oude pand is verre van lucht- en geluiddicht. In de slaapkamers van onze kinderen (nu 7, 5 en 2) hing vaak een walm als op de Wallen; dat was ook weer niet de bedoeling. Vriendelijke ‘huisregels’ als deze leek ons een goede oplossing.” Het werkte: nauwelijks meer overlast. Daarbij ontvingen ze naar aanleiding ervan tal van bedankbriefjes en grappige berichten in de bus. Eerst plakte Kalff alle reacties voor het raam, wat de volgende bankzitters triggerde: de eigenaren van ‘the best bench in town’ kregen er steeds meer. De grappigste reactie was van een Frans meisje dat schreef dat haar vriend haar op het bankje ten huwelijk had gevraagd. In de PS stond echter „Helaas was dit fictie, mijn onromantische vriend heeft deze kans aan zich voorbij laten gaan… maar wat was het mooi geweest!”

Inmiddels is het raam weer schoon; „de briefjes waren aan het verbleken, vond ik zonde”, vertelt Kalff. Sindsdien bewaart de grafisch vormgeefster ze in een doos. „Ooit ga ik er een mooi boek van maken.”

Stop de stropers, red de neushoorn – Centrum

Foto Maud Beucker

Stop de stropers, red de neushoorn – Centrum. Foto Maud Beucker

Tekst: Ena Klerk (12, destijds 9)

Al drie jaar hangt de tekening van dochter Ena voor het raam van de woning van Marjolijn Gilijamse (40) en haar man in de Marnixstraat. Ena (12) en Ramsus (14) zijn lid van het Wereld Natuur Fonds; in de Tamtam stond een verhaal over de met uitsterven bedreigde neushoorn. Vooral Ena was totaal gegrepen. „Hoe kunnen mensen dit nou doen?” De persoonlijke strijd van de kinderen was het maken van een tekening. „Toen mijn man en ik thuiskwamen, hadden ze de tekeningen voor het raam geplakt. Die van Ramsus was met pen en verbleekte snel, Ena’s geverfde ‘pamflet’ hebben we laten hangen.” De kat op de foto, die dankzij de pootafdruk op de tekening de oproep ‘red de neushoorn’ ondertekend lijkt te hebben, is Vlekkie. „Een hele relaxte kater. Hij en zijn broer Sparkie zijn nogal raamtuurders.” (NB: het gezin is net verhuisd; de tekening is inmiddels weg.)

Een volk dat voor tirannen zwicht – Centrum

Foto Jordy Rietbroek

Een volk dat voor tirannen zwicht – Centrum. Foto Jordy Rietbroek

Tekst: Hendrik van Randwijk (1909 – 1966) schrijver, dichter, journalist en oud-verzetsman
Ontwerper: Gerda van der Laan

een volk dat voor tirannen zwicht / zal meer dan lijf en goed verliezen / dan dooft het licht… Deze woorden vormen de laatste zinnen van Bericht aan de levenden van een gedicht van Hendrik van Randwijk. In 1953 schreef hij het voor een oorlogsmonument in Bloemendaal, waarbij uiteindelijk zijn prozatekst (met dezelfde titel) werd geplaatst. De gemeente Amsterdam koos in 1970 wél voor het vers; bestemming was dit monument ter nagedachtenis aan het Nederlandse verzet, op een plek die tijdens de oorlog fungeerde als fusilladeplaats, het Weteringplantsoen. Onder de naam Sjoerd van Vliet was Van Randwijk zelf een van de belangrijkste figuren van het ondergrondse verzet; toen de oprichters van Vrij Nederland werden opgepakt, was hij het die het blad voortzette.