Column

Vervalsingen

De heilige Hieronymus van Parmigianino Beeld Sotheby’s

Een mooie Frans Hals is onlangs als vervalsing ontmaskerd. De koper heeft zo’n tien miljoen euro teruggekregen van Sotheby’s, het veilinghuis. En dat is het begin. De verzamelaar uit wiens collectie de Hals komt, heeft meer werken verkocht waarvan de afkomst discutabel is. Vermoedelijk is voor zo’n 180 miljoen euro aan grote meesters verkocht.

De mooiste van die vervalsingen, vind ik, is deze van Parmigianino. De heilige Hieronymus die dromerig langs een door hemzelf vastgehouden crucifix kijkt.

De ontmaskering is een slag voor de kenners, mensen die met een getraind oog goed van slecht onderscheiden, echt van vals. Tegelijkertijd is ze een overwinning voor de techneuten, forensisch onderzoekers die zich met snel vernieuwende technologie op schilderijen storten. Bij de Hals vond het bedrijfje Orion Analytical synthetische middelen in de verf die in Hals’ tijd niet voorhanden waren.

De werken hebben iets interessants gemeen. Het zijn werken waar kenners en liefhebbers op hopen. Dat is ook de grootste overeenkomst met de beroemdste Nederlandse vervalsingszaak: de Vermeers geschilderd door Han van Meegeren in de jaren dertig. Hij leverde waar een gerenommeerde en machtige kunstkenner als Bredius al jaren naar op zoek was: een groots bijbels tafereel door Vermeer. De vervalser van de Hals doet hetzelfde. Hij levert een Hals waar kenners naar smachten: vlot en los geschilderd, met nauwelijks achtergrond; „onmiskenbaar uit Hals’ late periode”, zoals Quentin Buvelot van het Mauritshuis concludeerde. Het geldt nog sterker voor mijn favoriet, de Parmigianino. In deze Hieronymus toont de Italiaanse schilder, de gevoeligste onder maniëristische kunstenaars, zich nóg gevoeliger dan in zijn andere werk.

Niet voor niets zijn de onlangs ontmaskerde werken niet alleen geautoriseerd, maar hogelijk geprezen – ze verkochten als topwerken van de betreffende kunstenaars, niet als twijfelgevallen. Ze belandden in musea als het Metropolitan in New York en het Louvre in Parijs.

Duur verkochte vervalsingen laten vaak prachtig zien om welke eigenschappen een grote meester eeuwen later wordt gewaardeerd. Met andere woorden: ze tonen de smaak van hún tijd.

Je zou zeggen dat er daarom wel een markt voor ze blijft bestaat, ook na ontmaskering. Maar ik weet het: zo denken vermogende kopers niet. Misschien alleen columnisten zonder geld.