Van start-up tot bijna-monopolist

geduchte tegenstander

In tien jaar tijd groeide Airbnb uit van een studentenbedrijf tot een wereldspeler met een waarde van 27 miljard euro, en gebruikers in 191 landen.

Airbed and breakfast”: daar staat de afkorting Airbnb voor. Eén van de meest succesvolle technologiebedrijven van de laatste jaren begon in 2007 op een studentenkamer in San Francisco als dienst om logeerplekken aan vreemden aan te bieden – al dan niet op een luchtbedje.

Airbnb groeide in de jaren daarna uit tot de op één na waardevolste start-up ter wereld. Na recente investeringen wordt het bedrijf, inmiddels een geduchte concurrent van grote hotelketens, gewaardeerd op 30 miljard dollar (zo’n 27 miljard euro). Alleen taxi-app Uber, ook uit San Francisco, is meer geld waard.

Welke waarde er nou echt onder die enorme waardering zit, is lastig te zeggen. Het bedrijf is niet beursgenoteerd en geeft bijzonder weinig financiële details prijs. Uitgelekte documenten voorspelden in 2015 een jaaromzet van 900 miljoen dollar. Naar eigen zeggen bieden mensen in 191 landen en 34.000 steden hun woonruimte aan voor tijdelijke gasten. Er zouden al meer dan 60 miljoen overnachtingen zijn geboekt.

Airbnb heeft wel wat concurrentie van vergelijkbare apps zoals Wimdu en HomeAway, maar die trekken veel minder investeringen aan. Blijkbaar gaan investeerders er vanuit dat Airbnb, net als veel andere internetbedrijven, uiteindelijk monopolist kan worden in zijn markt dankzij schaalvoordelen.

Gebruikers lijken vooralsnog inderdaad veel vaker te kiezen voor Airbnb dan voor alternatieven: uit cijfers van Google Trending blijkt dat wereldwijd 20 keer zo vaak naar Airbnb wordt gezocht als naar HomeAway; vergeleken met Wimdu wordt Airbnb zelfs 80 keer vaker opgezocht online.

Spanningen

De snelle groei en de dominante positie van Airbnb zorgen voor nogal wat spanningen in de steden waar het actief is. Hoewel uit veel onafhankelijke onderzoeken blijkt dat Airbnb het lokale toerisme in steden een boost geeft, botst de tijdelijke verhuur van particuliere woonruimte met allerlei lokale wetten en regels.

In Amsterdam heeft het bedrijf bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de afdracht van toeristenbelasting en een maximaal aantal dagen per jaar dat een woonruimte via de site verhuurd mag worden. Ook andere steden eisen op verschillende manieren dat Airbnb en de verhuurders zich beter gaan houden aan lokale regels.

Heikel punt daarbij zijn de data over de verhuurde woonruimtes: veel overheden willen toegang tot die gegevens om beter te kunnen beoordelen of Airbnb-verhuurders zich aan de wet houden. Airbnb weigert vooralsnog pertinent om die data te overhandigen, naar eigen zeggen om de privacy van hun klanten te beschermen.