Recensie

Stoïcijnse ironie van een gentleman

Hoe fijn is het dat Theo Nijland weer terug is. In Desalniettemin vertelt hij hoe hij een jaar geleden dit nieuwe liedjesprogramma moest uitstellen vanwege een gescheurde aorta. Over de operatie, het „hakken en zagen” in hem en zijn „gefrituurde hersens” maakt hij nu grapjes. Mooi is daarbij het lied dat hij weeft rond het idee dat het niet erg is dat alles in het leven kapotgaat, maar dat het moment waarop wel van belang is.

Vanaf de eerste hupse pianonoten trekt de 62-jarige zanger, vanachter zijn vleugel en gekleed in pak, je zijn muzikale universum in. Nog steeds is hij een gentleman nihilist, die zijn stoïcijnse ironie en zijn melancholie in elegante zinnen giet. „Zing ik over zonnebloemen, dan zijn ze dood”, zo karakteriseert hij zichzelf in een lied.

Maar zijn toon in dit programma lijkt weer een slag feller, bijvoorbeeld als hij met veel vilein zingt over het succes van collega’s, een stel geëngageerde miljonairs. Stevig is het sarcasme in een lied over het redden van vluchtelingen uit zee. De realiteit van vandaag past niet meer in een lied, zegt Nijland, en hij vlucht in een variant op Margootje van Wim Sonneveld, waarbij de weemoed in vele kleuren klinkt.

Zijn sound is nooit glad geweest, eerder weerbarstig en verbrokkeld. Zijn gezingzegde zinnen lopen meestal dwars door de muziek heen. Maar hij kan het heus wel, een vloeiende melodie spelen, zoals hij laat horen in enkele zacht deinende en makkelijk in het gehoor liggende liefdesliedjes.

Niet elk nummer of tussendoor gesproken tekstje treft doel, maar de cd die hij na afloop van Desalniettemin verkoopt, die wil je hebben.