Recensie

Wie wint de Booker Prize?

Booker Prize

Wie wint er vanavond de beroemdste Britse literatuurprijs? Bij de recensenten van NRC steekt een thriller er bovenuit. Maar sommige romans zijn meer dan ze lijken. Wordt het Mosfegh of Burnet? Of…?

De al te grote overzichtelijkheid van David Szalay

2110culNominee1

Negen hoofdpersonen telt de nieuwe roman van David Szalay. Dat lijkt veel, maar de mannen (want dat zijn het) worden ons na elkaar voorgeschoteld, en zo wordt het toch nog overzichtelijk.

Erg overzichtelijk zelfs. Szalay rangschikt zijn personages in All that Man Is naar leeftijd: hij begint met de interrailende puber Simon, en eindigt met een 73-jarige gepensioneerde regeringsfunctionaris die in zijn Italiaanse huis de grip op het leven aan het kwijtraken is. Negen mannen in verschillende levensfases – het woord ‘man’ uit de titel (ontleend aan een gedicht van Yeats) slaat duidelijk op mannen, niet op de mens. All That Man Is is de derde roman van de Brit Szalay (1974). Hoewel – het is de vraag of dit boek een roman is. Blijkbaar wel, want voor de Booker Prize komen alleen romans in aanmerking. Toch lijkt All That Man Is eerder een verhalenbundel. Er is een overkoepelend thema, het leven van de mens, pardon, de man, maar verder staan alle verhalen los van elkaar – behalve dat de bejaarde uit het laatste stuk de grootvader is van de puber uit het eerste.

Ze worstelen allemaal met het leven, die mannen van Szalay, of ze nu als adolescent een goedkope vakantie naar Cyprus boeken of als staalmagnaat met zelfmoordplannen rondlopen; met het leven én met de liefde – niemand heeft een gezonde, stabiele relatie, het is hunkering en frustratie wat de klok slaat. Er zijn kleine momenten van genade, maar die bevinden zich in een grauwe zee van eenzaamheid.

Szalay weet die melancholische gelatenheid mooi te treffen, en hij weet van elk van zijn negen mannen een overtuigend personage te maken, maar toch krijg je de neiging om onder het lezen er even een boek als Zorbás de Griek bij te pakken, of ander levensbevestigend proza, om je eraan te herinneren dat het leven ook andere aspecten heeft, dat er ook andere seizoenen zijn dan een grijze herfst.

Madeleine Thien waaiert breed en poëtisch uit

2110culMadeleine

Tegen het einde van Do Not Say We Have Nothing omschrijft Li-ling, de vertelster, waarom ze haar verhaal op schrift heeft gesteld: to know the times in which we are alive. Die tijden hebben betrekking op China, van de jaren veertig tot aan de naweeën van het studentenprotest van 1989. Verschillende generaties passeren de revue, en in het begin is het lastig om de personages in de juiste context te plaatsen – wie is nu precies zoon, vader, dochter of moeder van wie?

De kern van het verhaal speelt zich af rond het conservatorium van Shanghai, waar muziekleraar Sparrow, pianoleerling Kai en de jonge violiste Zhuli zich verliezen in westerse klassieke muziek. Maar het panorama van de Canadese Madeleine Thien (1974) is breder. De hongersnoden na de landhervormingen, de gevolgen van de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie, de cultuur van verraad, afrekening en verplichte zelfkritiek – het is een samenleving van voortdurende dreiging, waarin het redden van het vege lijf gepaard gaat met het schuldgevoel van de overlevers.

Li-ling wordt ook wel Marie genoemd. Begin jaren negentig woont ze met haar moeder in Canada. De geschiedenissen van de conservatoriumstudenten en hun families gaan voor haar leven via Ai-ming, een logé die China is ontvlucht na de onderdrukking van het studentenprotest. Ook is er een rol weggelegd voor een manuscript dat van generatie op generatie is overgegaan, ‘The Book of Records’.

De roman is kortom rijk, en bij vlagen indrukwekkend en meeslepend, vooral als de zuiveringen van de jaren zestig worden beschreven, of de bezetting van het Tiananmen-plein. Tegelijkertijd hangt er een dromerige sfeer, ook omdat Thien haar personages filosofisch-aforistische uitspraken laat doen die, hoe goed bedoeld ook, de angel er een beetje uithalen, omdat de personages daardoor minder van vlees en bloed worden, en meer van papier.

Moshfegh speelt een subtiel spel met verwachtingen

2110culNominee5

In een interview met The Guardian zei de Amerikaanse Ottessa Moshfegh (1981) dat ze haar roman Eileen had geschreven met een duidelijk doel voor ogen. Haar eerdere werk was goed ontvangen, maar nu wilde ze er ook wel eens geld mee verdienen. Daarom begon ze aan een roman die zou moeten aanslaan bij het grote publiek, een thriller vol invloeden uit de film noir. Maar, voegde ze eraan toe, op een gegeven moment werd het toch meer dan dat.

Dat laatste klopt. Eileen is veel meer dan een genrewerkje, en niet alleen omdat Moshfegh ontzettend goed schrijft. Ook speelt ze een subtiel spel met verwachtingen en genres. De titelheldin, die het verhaal zelf vertelt, kijkt als bejaarde terug op gebeurtenissen uit 1964, toen ze als twintiger met haar alcoholische vader een verwaarloosd huis bewoonde. De jonge Eileen heeft een extreem laag zelfbeeld en leidt een kleurloos bestaan. Ze werkt in een jeugdgevangenis, drinkt te veel en fantaseert over bewaker Randy.

Er komt kleur in haar leven wanneer ze een nieuwe collega krijgt, lerares Rebecca, mooi, goed gekleed, vrouw van de wereld – de archetypische femme fatale uit de film noir. Eileen laat zich inpalmen, eindelijk heeft ze een vriendin. Rebecca’s interesse voor een van de gevangen jongens leidt tot bizarre gebeurtenissen, uiteindelijk zit Eileen ergens in een achterbuurt in een kelder en houdt ze een vastgebonden vrouw onder schot.

So far so good – maar gaandeweg krijg je de indruk dat dit niet het echte verhaal is dat Eileen ons wil vertellen. Hier en daar verraadt ze zichzelf, en krijg je aanwijzingen dat het verleden van Eileen nog veel somberder, zwarter en traumatischer was dan ze als verteller wil toegeven. Vertelt ze in feite niet haar eigen levensverhaal door middel van gebeurtenissen die zogenaamd ánderen zijn overkomen? Die suggestie maakt Eileen tot een boek dat je nog lang bezighoudt.

Paul Beatty knipoogt naar de actualiteit

2110culnominee hoog

In zijn bespreking noemt Guus Valk de roman een duizelingwekkende satire over post-raciaal Amerika. Ook is het boek een perfecte illustratie van de onverenigbaarheid van twee werelden. Beatty beschrijft de wereld van een zwarte man die alleen de achternaam ‘Me’ heeft. Hij groeit op in het agrarische stadje Dickens, in Californië. Zijn vader wordt, met een knipoog naar de actualiteit, zonder aanleiding in zijn auto doodgeschoten door de politie. Tot overmaat van ramp trekken alle inwoners weg uit Dickens. Men probeert zijn stadje te redden door de verhoudingen van vroeger te herstellen. Het voert de slavernij weer in, zorgt ervoor dat de scholen gesegregeerd zijn, en creëert zwarte, blanke en latino-buurten.

Me’s slaaf, Hominy, moet marihuana verbouwen. En hoewel Me hem vaak vrij wil laten, weigert de stokoude Hominy dat. Me komt erachter dat een slaaf niet alleen maar handig is. Niks Go Down Moses, By ’n By of andere plantagemelancholie dus. Uiteindelijk moet Me zich voor het Hooggerechtshof in Washington verantwoorden.

The Sellout is te lezen als harde kritiek op progressief én zwart Amerika. Beide groepen hebben zichzelf in slaap laten sussen tijdens decennia van stilstand.

De opzichtige symbolen van Deborah Levy

2110culDeborah hoog

Over de zevende roman van Deborah Levy was Rob van Essen zeer kritisch. In Hot Milk beschrijft Levy hoe een volwassen dochter met haar zieke moeder naar de Zuid-Spaanse kust trekt, op zoek naar genezing. Meteen op de eerste pagina valt de laptop van de dochter op de grond. De rest van het boek loopt er een barst over haar scherm waarop een foto van het heelal staat. Haar universum is gebroken, zoveel is duidelijk. Ook in de rest van het boek legt Levy het er qua symboliek dik bovenop. Dochter, aan moeder geketend, wil kettinghond bevrijden. De schuld van haar Griekse vader (te weinig aandacht) wordt verbonden aan de Griekse staatsschuld. Alles is veelbetekenend bij haar: Levy doet het werk dat het verhaal had moeten doen. Het is alsof ze haar verhaal niet genoeg vertrouwt en het niet op eigen benen durft te zetten.

Subtiel zaait Graeme Macrae Burnet twijfel

2110culNominee2 hoog

His bloody project van Graeme Macrae Burnet speelt zich af op het straatarme Schotse platteland anno 1869, waar een handvol pachters een karig bestaan bijeenschraapt op dorre akkers. Uit hun midden kiezen ze een intermediair tussen pachters en landheer. Maar die ontpopt zich tot een opportunist die zijn voormalige gelijken sart en uitbuit. Het leidt ertoe dat hij wordt vermoord door een van zijn slachtoffers.

De twijfel die Burnet subtiel zaait, is wat dit boek tot een zeer geslaagde thriller maakt, zo schrijft Robert Gooijer in zijn recensie (Boeken, 26.8.2016). Maar His bloody project is ook een karakterstudie, een rechtbankdrama en een rake en tragikomische historische schets van grimmige boeren. En het is bovendien een boek waarover je na lezing nog lang blijft piekeren.