Zo is Rotterdam de afgelopen decennia veranderd

Rotterdam is het toonbeeld van de wil om te veranderen. Iedere generatie groeit op met een ander stadsbeeld.

Sleep het witte balkje om het verschil te kunnen zien:

 


Een oudere vriend vertelde me eens dat er na de oorlog bij hem thuis aan tafel vaak werd getwist over waar welke winkel precies had gezeten. Ze hadden het bombardement en de brand van mei 1940 overleefd. Hun huis stond net buiten het gebied van de verwoeste binnenstad, waar ze altijd boodschappen hadden gedaan. Zat die kledingzaak nu op het hoek van de Hoogstraat en de Botersloot of iets verderop bij de Kipstraat? En de waterstoker, die zat toch in de Zeeriddersteeg, ook wel bekend als de Doodkistensteeg?

Nadat de brand was uitgewoed, kon men zijn weg nog wel vinden. Maar reeds in november 1940 was het puin geruimd en liepen de straten waar de ijverig gebikte en opgestapelde stenen ruimte en doorgang boden. Het plan voor een nieuwe stad lag klaar, maar pas na de oorlog kon men met de uitvoering daarvan beginnen.

Sindsdien is het niet meer stil geweest in de stad. Gebouwen die beschadigd waren en nog hersteld hadden kunnen worden, maar niet in het basisplan pasten, werden afgebroken om plaats te maken voor vierbaanswegen, kantoortorens, winkels en warenhuizen. Het onzalige idee van de stedenbouwers en besluitvormers om een city te vormen naar Amerikaans voorbeeld, waarin niet gewoond maar gewerkt moest worden, kwam als een ongezellige binnenstad uit de bouwputten tevoorschijn.

 


Foto’s: John van Hamond

Jarenlang kluunen

Toen de Coolsingel, de hoofdstraat van de stad waar tot op de dag van vandaag niemand woont, in de jaren zestig enigszins was opgeknapt, werd een gigantische bouwput gegraven voor de aanleg van de metro. Jarenlang kluunden de Rotterdammers langs omheinde bouwplaatsen en putten, over noodbruggetjes en loopplanken om hun boodschappen te doen.

De herinnering aan de oude stad werd langzamerhand uitgewist. Wie nu nog weet waar een bepaalde straat lag of winkel was gevestigd, mag zich stadshistoricus noemen. Het straatnamenboek van Rotterdam bevat een flink hoofdstuk met vergeten straten.

De wederopbouwplannen veranderden met de nieuwste inzichten en modes op het gebied van stedenbouw en architectuur. Zodat elke naoorlogse generatie zo niet in een andere stad, dan toch met een ander stadsbeeld opgroeide. De jongste generatie denkt zo ongeveer dat Rotterdam in de Koopgoot is ontstaan en dat men van daaruit de wijde omgeving met torens en wolkenkrabbers heeft volgezet.

Overigens is de wil om te veranderen niet alleen het gevolg van de vernietiging van de binnenstad. Lang daarvoor vonden al grote structurele veranderingen plaats. Rotterdam is van de oud-Hollandse steden vermoedelijk de enige stad zonder dam als middelpunt. Er werd weliswaar ooit een dam in de Rotte gelegd, waarop de eerste huizen werden gebouwd, maar de markering waar die precies ligt, laat op zich wachten.

 


Grachten zijn er ook niet te vinden, die heten hier singel, vaart of sloot. Vele ‘binnenwaters’ zijn in de loop der tijden gedempt, afgesloten of ondergronds gegaan.

In een stad in opbouw verandert alles altijd voortdurend. Het mooiste voorbeeld van de sloop- en bouwlust die de Rotterdammer in de genen zit, is de Binnenrotte. Eeuwenlang stroomde daar de Rotte, trotse naamgever van de stad, tot deze in de tweede helft van de 19e eeuw werd gedempt om dwars door de historische binnenstad een spoorviaduct aan te leggen. Als de treinen langs denderden moest de dominee in de Laurenskerk zijn preek onderbreken.

Het spoorviaduct was beeldbepalend, de reizigers genoten van het uitzicht op het stadsleven. Ruim honderd jaar later werd het viaduct afgebroken en ging het spoor ondergronds, zo ongeveer waar eens de Rotte stroomde.

 


Stad die nooit af leek

De Rotterdamse babyboomers zijn opgegroeid en bejaard geworden in een stad die nooit leek af te komen. Maar nu lijkt de wederopbouw toch ten einde te zijn gekomen komen en zijn we aan de afbouw begonnen. Dit jaar werd onder de titel Rotterdam viert de stad 75 jaar van wederopbouw herdacht en gevierd. Om het feest luister bij te zetten werd tegen de gevel van het Groothandelsgebouw een trap van steigerstaal- en hout gebouwd. Heerlijk toch. Na driekwart eeuw van klimmen en klauteren door de wederopbouwstad nog één keer de trap der trappen op en af.

 


Er is een tijd geweest dat de gaten in het stedelijk patroon werden geprezen als typisch Rotterdams. Mensen van buiten, gasten uit gezellige steden en stadjes met trapgevels en nauwe straten, klaagden dat het hier altijd waaide. Maar wat is een havenstad zonder wind?

De gaten werden langzamerhand gevuld met de verzinsels van moderne en postmoderne architecten. En hier en daar verscheen een toren die omdat in Holland de luchten vaak laag hangen met gemak een wolkenkrabber kon worden genoemd. De compacte stad was geboren. Hoogbouw is tegenwoordig de trend. De skyline wordt bejubeld. Heinrich Heine schreef over Göttingen dat het een fraaie stad was die het meest beviel als je er met je rug naar toe stond. Rotterdam toont zich op zijn mooist op enige afstand, als je de skyline tegemoet rijdt. Als je dichterbij komt lost dat beeld vanzelf op.

Rien Vroegindeweij is dichter en schrijver