Na maanden in een azc is het ‘hemels’ wonen in de Finch

Statushouders

Leiden plaatst als eerste gemeente een prijswinnende woning voor statushouders. De huisjes ogen als hippe Scandinavische blokhutten. NRC bracht er een nacht door.

Foto's John van Hamond

Schuif de glazen pui open en het kabaal van de A2 is dichtbij. Schuif hem dicht en je zit in een verstilde cocon. Wanden en plafond van massief hout, veel daglicht, weinig opsmuk.

2110IHNcontainDEF1

Dit is de Finch: een van de winnende ontwerpen van een prijsvraag afgelopen zomer van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en de Rijksbouwmeester. Die vroegen architecten en ontwerpers om oplossingen voor het nijpende probleem van de huisvesting van statushouders – de asielzoekers met een verblijfsvergunning. Want ook al is de instroom van vluchtelingen gedaald, de uitstroom van statushouders uit asielzoekerscentra loopt nog steeds stroef. Voor het eind van dit jaar moeten gemeenten nog liefst 19.000 statushouders zien te huisvesten, en de meeste lopen ernstig achter.

De prijsvraag van het COA leverde zes winnende ontwerpen op, waarvan de prototypes of maquettes vanaf deze zaterdag te zien zijn tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Finch Buildings heeft al beet: Leiden en woningcorporaties plaatsen eind januari 2017 zestien woningen en in de maanden daarop vermoedelijk nog eens 135.

Het prototype van de Finch stond de afgelopen twee weken op het azc in Budel, vlakbij de A2. Een aantal daar bivakkerende vluchtelingen heeft er overnacht, om het ontwerp te testen. De slotnacht was voor NRC.

2110IHNcontainDEF2

Hip-minimalistisch

De Finch, solo opgesteld in een uithoek van het asielterrein, oogt als een grote, houten doos. Acht meter lang, dik 3,5 meter breed, twee meter tachtig hoog. Hoger dan een container. Huiselijker ook, door het hout en door de glazen schuifpui, die aan één uiteinde bijna de volle breedte beslaat. Stap je naar binnen dan sta je meteen middenin de woning: een hal is er niet en er is maar één ruimte, op het ingebouwde badkamertje na. Keuken links, stapelbed rechts, een klein tafeltje en dan al het woongedeelte. Maar nauw voelt het er niet – door het hoge plafond, door het glas, door de wanden van ononderbroken hout. Het geheel oogt eerder hip-minimalistisch. Dit is een woning die je op een vakantiepark kan aanprijzen als ‘Scandinavische blokhut-de-luxe’. En dan kun je er het woord ‘duurzaam’ aan toevoegen zonder dat het een holle frase is: de woning is CO2-neutraal, gaat meerdere decennia mee en behoeft geen fossiele brandstoffen zoals gas. Elektriciteit volstaat.

De asielzoekers die hier verbleven, hebben kleine aanmerkingen, zo valt te lezen in hun achtergelaten recensies. De stapelbedladder is onhandig. Plafondlicht zou fijn zijn. Maar het ontwerp zelf valt in de smaak. „Het hout is zo gezond”, schrijven Rawan en Ammar. „Het huis wordt goed warm en is comfortabel”, schrijven Jawdat en Jimmy. De Nigeriaan Adekunle Ahmed Munirudeen vond het huis smaakvol en het verblijf „hemels”.

Riant voor klein gezin

Een kanttekening is op zijn plaats: deze asielzoekers moeten badkamer en toilet al maanden delen met vreemden. Dan is een verblijf in een privéwoning al snel hemels. De vraag is: wie woont hier na zes maanden of een jaar nog steeds naar tevredenheid?

Alleenstaanden vast en zeker. Stellen waarschijnlijk ook – vooral als zij gevoeliger zijn voor sfeer dan voor vierkante meters. Voor een gezin met kinderen is het huis al snel te klein. Bergruimte is er nauwelijks. Maar feit is: het is mogelijk twee Finches aan elkaar te schakelen. In zo’n verenigde module woont een klein gezin riant.

Leiden is overstag. De stad worstelt net als alle gemeenten met de plicht statushouders te huisvesten. Dit jaar moet Leiden nog honderd mensen zien te plaatsen, en in de eerste helft van 2017 komen daar honderd bovenop. „Een enorme opgave”, zegt ambtenaar Frans Pot, voorzitter van een ‘vluchtelingentaskforce’ voor Leiden en omgeving. Wooncontainers voldoen niet aan de wettelijke wooneisen, en leegstaande kantoren voldoen alleen als je die grondig verbouwt. Maar dat is te kostbaar, zegt Pot. „Scheidingsmuren in zo’n kantoor moeten dikker, en per individuele woning moeten riolering en sanitair worden aangelegd. Dat krijg je nooit rendabel in de looptijd van vijf of tien jaar die een kantooreigenaar je meestal biedt.”

Een ontwerp als de Finch is economisch wél aantrekkelijk, zegt hij. Eén module kost 50.000 euro. Leiden en betrokken woningbouwcorporaties rekenen op een levensduur van de woning van 25 jaar. Dan rendeert de investering al bij een maandhuur van enkele honderden euro.

Voor sociale huurmarkt

Voor een dichtbevolkte stad als Leiden brengt nieuwbouw echter een probleem met zich mee: er is nauwelijks ruimte. Overgebleven groensnippers zijn vaak de enige optie, maar die hebben geen woonbestemming. Een gemeente mag er dan wel een huis neerzetten, maar slechts voor maximaal tien jaar. Een woning moet dus goedkoop te verplaatsen zijn. De makers van de Finch hadden opnieuw goed nieuws: het optillen van hun ontwerp is niet duur, onder meer omdat het niet op het gasnet aangesloten zit.

Bijkomend voordeel, zegt Pot: de woning is geschikt voor de hele sociale huurmarkt. Studenten, starters, alleenstaanden, gezinnen met een lager inkomen. Elke nieuwe woning lenigt de nood, en die is hoog: de wachtlijst voor een sociale huurwoning bedraagt in Leiden meerdere jaren – net als in veel andere gemeenten. „We realiseren binnen een paar maanden 150 woningen voor 350 man. Het is geweldig dat dit Leiden is gelukt”, zegt Pot.

De gemeente is tevreden. Nu de bewoners nog.