Kritiek op lobbykracht van stad Rotterdam in Den Haag

Het stadsbestuur van Rotterdam faalt in haar lobby in Den Haag, vindt raadslid Jan Willem Verheij van de VVD. „Onze wethouders zitten niet aan tafel met de bewindspersonen, maar met ambtenaren. En als ze dan een keer met een minister praten, vragen ze om geld voor projecten die het Rijk niet wil financieren. Dat schiet niet op.”

Het meest recente voorbeeld daarvan is volgens Verheij dat het ministerie van Milieu en Infrastructuur niet wil meebetalen aan de kosten van een derde stadsbrug over de Maas en de verdubbeling van het spoor tussen Delft en Rotterdam. „Er is een bedrag gereserveerd van 200 miljoen euro voor de hele regio Rotterdam-Den Haag. Dat is veel te weinig om dat soort grote projecten van de betalen. Een brug kost zeker 300 miljoen euro.”

Volgens de woordvoerder van Pex Langenberg (D66) van verkeer is het geld onder meer bedoeld om te onderzoeken hoe de brug en het spoor betaald kunnen worden door bijvoorbeeld beleggers. Een consortium van bouwbedrijven en een financier werken dan samen voor bijvoorbeeld dertig jaar, zegt een woordvoerder van de Algemene Rekenkamer. „Het bouwbedrijf onderhoudt brug en spoor en heeft een langdurige bron van inkomsten; de financier verdient zijn investering terug door tolheffing.”

Volgens Verheij moet de wethouder niet vragen om geld aan het Rijk voor een derde stadsbrug. „Dat is niet in ‘s Rijks belang, dat geeft daar dus geen geld voor.”

In het verleden trok Rotterdam op met Eindhoven om geld te krijgen voor verbindingen tussen de industriële clusters, zegt Verheij. „Er waren gezamenlijke collegevergaderingen. Dat hoor je nu niet meer.”

Directeur Paul Hofstra van de Rekenkamer Rotterdam onderschrijft de kritiek. „Als je kijkt naar het minimale bedrag dat de gemeente heeft los weten te krijgen voor het Nationaal Programma Rotterdam Zuid kun je een vraagteken zetten bij de lobbykracht van de stad. Dat begint zo langzamerhand een probleem te worden.”