Kleurrijke leien van shampooflesjes

Plasticrecyclingfabriek

Drie Amsterdamse ontwerpers bouwden machines die bouwmateriaal maken van afval.

Foto Jordy Rietbroek

‘Het ruikt naar shampoo”, grijnst Reinder Bakker, terwijl hij stukjes plastic in de machine gooit. Een dikke sliert blauwe plastic pasta druipt naar buiten. Een soort tosti-ijzer perst het spul, ooit een vuilniszak shampooflesjes, tot een gladde lei. „Voor de zekerheid dragen we maskers”, zegt Bakker. „Je weet nooit wat die Chinezen met hun plastic vermengen.”

Pretty Plastic Plant, een idee van Bakker, zijn vriendin Hester van Dijk (beiden van ontwerpbureau Overtreders W) en architect Peter van Assche (bureau SLA), tovert plastic huishoudelijk afval om tot kleurig – en naar eigen zeggen volwaardig– bouwmateriaal. Dopjes, shampooflessen, yoghurtbakjes, tuinstoelen en plantenpotjes worden gesorteerd, schoongemaakt, versnipperd en geperst tot gekleurde leien. Die klik je dan tot kleurige wanden in elkaar, zonder lijm of spijkers. Bewust niet perfect, maar wel mooi, zoals de door hen ontworpen showrooms op de Hogeschool van Amsterdam laten zien. Bakker: „Niemand ziet dat dit omgesmolten afval is.”

En dat was precies de bedoeling, zo vertellen de Amsterdammers. „Een gebouw gemaakt van oude meuk hoeft er niet uit te zien als een hobbithuis”, zegt Van Assche. Dat gold al voor hun eerste gezamenlijke project, de Noorderparkbar in Amsterdam-Noord, een hippe koffietent van 100 procent Marktplaatsmateriaal, „ook de verf”. Toen de drie werden benaderd door Wasted, een Amsterdams ‘buurtlaboratorium’ dat plastic afval inzamelt en verwerkt, ontstond het idee voor de Pretty Plastic Plant.

In een Amsterdamse loods sleutelden ze maandenlang aan de zes machines. Met hulp van een startsubsidie, een „steengoeie lasvrouw” en een werktuigbouwkundige. Op een paar vierkante meter doen ze „alles wat de hele recyclingindustrie versnipperd doet”, vertelt Bakker. Tegen de wand staan de bakken plastic afval hoog opgestapeld, gesorteerd op type en op kleur („geen ander die dat doet”). Dat maakt de kwaliteit van het geperste plastic stukken beter dan het laagwaardige materiaal dat de industrie uit de vergaarbak van ongesorteerd plastic afval produceert. „Logisch dat de industrie daar geen markt voor vindt”, zegt Van Assche.

De machines kunnen niet alles hebben. Van de zeven soorten huishoudelijk plastic zijn tasjes, petflessen en pvc niet bruikbaar. Te vies of te giftig – zo levert de petfles een „rare smurrie” op. Het probleem begint al bij het ontwerp van verpakkingen, zegt Van Dijk. „Daar wordt te weinig nagedacht over hergebruik. Een chipszak bestaande uit meerdere materiaalsoorten maakt hergebruik bijna onmogelijk.” Door de lage olieprijzen is nieuw plastic maken goedkoper dan opnieuw gebruiken. Afval wordt nog te vaak verbrand, vinden ze.

De drie worden geregeld benaderd om leien te leveren, „van spuitgietbedrijven en scholen tot mensen uit Zwitserland en India”, zegt Van Assche. „Die willen dan een gevel, een paviljoen of 100 vakantiehuisjes.” Al die verzoeken wimpelen ze vriendelijk af – met een arbeidsintensieve productie van circa 120 stuks per dag kan Plastic Plant dat voorlopig niet aan. Laat staan dat het de tonnen plastic die jaarlijks op de afvalberg belanden de baas wordt.

We begrijpen nu het plastic, zegt Bakker. Nominaties voor de innovatieprijzen ARC Awards en New Material Awards zijn dit jaar al binnen. De volgende stap is samenwerken met de industrie. Die „ziet wel dat er wat veranderd moet worden, maar klant en rendement gaan voor. Onze fabriek vinden ze vooral een leuk klein projectje.” Tussen de tonnen van de recycle-industrie en de ontwerper van plastic vaas of lampenkap valt dus nog een wereld te winnen. „Als je laat zien dat het kan, bouwmateriaal maken van plastic, dan komt de markt vanzelf.”

overtreders-w.nl / bureausla.nl