Hoofddoeken tijdens het sporten gevaarlijk? Niet die uit Eindhoven

Ontwerpster sporthijabs

Steeds meer moslima’s wagen zich aan topsport. Zij dragen speciale sporthijabs die worden ontwikkeld in Eindhoven.

De Foto Sebastian Kahnert/AP

De dozen met de sporthijabs staan keurig per type geordend in de stelling. Er zijn modellen voor hardlopen, voetbal, aerobics en buitensport, die laatste van warme fleecestof. „Een goede sporthijab moet weinig loshangende delen hebben”, zegt Cindy van den Bremen, bedenker van sporthijabs voor moslima’s, en eigenaar van het bedrijf Capsters in Eindhoven. Ze laat een hardloopmodel zien, van ademend materiaal. „Geen spelden of knopen, je moet het zó aan kunnen doen, of met klittenband bevestigen.”

De zaken gaan goed. Vanuit Eindhoven worden de sporthijabs naar vijftien landen geëxporteerd.

Van den Bremen werkt nu aan een nieuwe lijn, voor martial arts. Taekwondo en jiu-jitsu blijken populair onder moslima’s.

Haar bedrijf, Capsters geheten, is een succesverhaal. Als Van den Bremen – zelf overigens geen moslim – in 1999 op de Design Academy onderzoek doet voor haar afstudeerproject, stuit ze op een rechtszaak over een meisje dat op school uit de gymles is gestuurd vanwege haar hoofddoek. Van den Bremen: „Begin jaren negentig is bepaald dat indien de gymdocent om veiligheidsredenen bezwaren heeft, de hoofddoek verboden mag worden.”

Tijdens de rechtszaak wordt met een koprol gedemonstreerd dat het wel goed zit met de veiligheid; de hoofddoek is vastgenaaid zodat spelden niet nodig zijn. Het meisje mag echter nog steeds niet meedoen aan de gymles als ze haar hijab draagt. „Als alternatief werd voorgesteld om tijdens het sporten een badmuts met hoogsluitende coltrui te dragen, dat bedekt immers dezelfde delen.”

Bestellingen

Zo komt Van den Bremen op het idee om een reeks sporthijabs te ontwerpen. Ze gaat in gesprek met moslima’s over wat zij nodig hebben bij het sporten en komt met een viertal concepten, die niet bedoeld voor productie zijn. „Maar toen kwamen er ineens bestellingen binnen. Uit Maleisië, Zuid-Afrika, New York. Een meisje schreef dat ze met mijn hoofddoek liet zien dat ze bereid was te integreren, maar wel met behoud van de eigen normen en waarden. Daar kreeg ik kippenvel van.”

Ze legt de ontwerpen voor aan een aantal sportmerken, in de hoop dat zij de hijabs kunnen gaan produceren. „Ik was helemaal niet commercieel gedreven, ik wilde een probleem oplossen.”

De respons valt echter tegen. Leuk, zo’n sporthijab voor moslima’s, laten de concerns weten, maar doe het vooral zelf. En dat is wat Van den Bremen vervolgens ook doet: in 2001 lanceert ze capsters.com en worden de eerste exemplaren verzonden.

Vijftien jaar later wordt Capsters nog steeds gedreven door ideologische motieven. Of moslima’s nu een hijab dragen vanwege hun geloof of identiteit, dat doet er niet toe. Wel dat ze het zelf bepalen. „Er is een generatie vrouwen opgestaan die heel goed zélf de keuze voor een hoofddoek kan en wil maken. We willen mogelijkheden scheppen.”

Daarvan genoeg voorbeelden tijdens de voorbije Olympische Spelen in Rio. De schermster Ibtihaj Muhammad kwam met een hijab uit voor de VS en was bijna vlaggendrager geweest bij de openingsceremonie. Bij het beachvolleybal leverde de wedstrijd tussen Duitsland en Egypte een iconisch beeld op: het Duitse team in bikini’s tegenover de bedekte ploeg van Egypte. „Prachtige foto”, zegt Van den Bremen. „Ik heb ’m getwitterd met de tekst ‘Ik hoop dat de burgemeester van Cannes [die een boerkiniverbod instelde, red.] hier inspiratie uit haalt’.” En dan was er nog het streng islamitische Saoedi-Arabië, dat vier vrouwen naar de Spelen stuurde; een verdubbeling ten opzichte van Londen, toen het land voor het eerst vrouwen liet meedoen.

Sportbonden moeten wennen

De sportbonden lijken nog niet helemaal berekend op deze groep. Zo was er in 2011 een rel tijdens een kwalificatieduel tussen de vrouwenvoetbalteams van Iran en Jordanië. Direct na de laatste tonen van de volksliederen blies de scheidsrechter de wedstrijd af: de hoofddoeken die sommige speelsters droegen, zouden onveilig zijn. Van den Bremen: „Nog nooit is er iets gezegd over de veiligheid bij de mannen, terwijl die óók zichtbaar aan elkaars shirt trekken. Het gevaar van verstikking is daar nog nooit een issue geweest.”

Met prins Hoessein van Jordanië pleitte ze bij de FIFA voor afschaffing van het hoofddoekverbod. „Hij zwaaide met Capsters, liet zien dat er een oplossing was. Op non-argumenten keurden ze ons ontwerp af, terwijl het door TNO was getest. Ik wilde de media opzoeken, maar de prins zei dat we het moesten laten bezinken. Kregen we een tijdje later van een comitélid een telefoontje: hoe snel we konden leveren.”