Recensie

Hij verbrandde zijn beste werk

Fra Bartolommeo

Op de aan Fra Bartolommeo gewijde expositie zijn interessante voorstudies van zijn schilderijen te zien. Het is alsof je de kunstenaar ziet denken.

Om maar meteen door de zure appel heen te bijten: nee, hij is het niet het talent dat Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam ons graag wil doen geloven. Als we hem in een kwartet stoppen met Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafaël, zoals het Rotterdamse museum doet, dan is hij toch echt het lelijke broertje, de schilder die niet in de schaduw kan staan van die andere grote reuzen, gewoon omdat zijn talent tekortschiet, zijn visie beperkt is, zijn geloofsijver te fanatiek.

Bartje van der Poort

Je zult zijn naam vergeefs zoeken in standaardwerken over de Italiaanse Renaissance. Wel zijn er sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw deelstudies verschenen – vooral over zijn tekeningen. Onder zijn in grote aantallen geproduceerde schilderijen bevinden zich maar een paar werken die meer zijn dan streng gecodeerde compositieschema’s vol bijbelse figuren met uitgestreken gezichten.

Ik heb het dus over Fra Bartolommeo, in 1473 geboren als Baccio della Porta – letterlijk vertaald: Bartje van der Poort. Hij is de zoon van een arme muilezeldrijver in Florence, die vermoedelijk op zijn tiende in de leer gaat bij het atelier van Cosimo Rosselli. Na zijn toetreding in 1500 tot het Dominicaanse San Marco-klooster in Florence, tooit hij zich met de naam Fra Bartolommeo. In 1504 begint hij daar zijn eigen schilderschool, die zeer productief wordt maar nooit de geniale hoogte zal bereiken die zijn stad- en tijdgenoten Botticelli, Michelangelo of Leonardo da Vinci bereiken.

En toch is, ondanks al die minpunten, de door Boijmans Van Beuningen met veel tromgeroffel aangekondigde blockbuster Fra Bartolommeo – de goddelijke renaissance een absolute must-see.

Te veel dadels

Dat komt allereerst en vanzelfsprekend door het craquelé van de tijd. In 2017 is het vijfhonderd jaar geleden dat Fra Bartolommeo het leven liet, volgens sommige tijdgenoten als gevolg van het eten van te veel dadels bij zijn ontbijt. Die vijf eeuwen zeggen feitelijk dat het een wonder is dat nu in Rotterdam 140 uiterst kwetsbare tekeningen te zien zijn. De bladen hebben vuur, vocht en onachtzaamheid overleefd (na de dood van de frater werden zijn tekeningen in een Florentijns nonnenklooster gebruikt als inpakpapier), en laten zien hoe de kunstenaar werkte voordat hij begon aan het ‘echte’ werk: de vrome schilderijen, panelen en joekels van altaarstukken.

Van die schilderijen en panelen is er geen enkel in Nederlands bezit, en ook dat maakt het bijzonder dat we er nu in Rotterdam elf kunnen zien. Ze zijn na jarenlange onderhandelingen losgeweekt uit musea in onder andere Florence, Lucca, Berlijn, Parijs en New York, en samengebracht in de Bodon-zaal. Die zaal – vanwege zijn omvang lastig in te richten met oude kunst – is veranderd in een sober schitterende ‘kathedraal’ met tien ‘kapellen’. Daar staat steeds één schilderij of project in het middelpunt (soms in reproductie), geflankeerd door tekeningen en schetsen. Voor het eerst is te zien hoe de kunstenaar zijn ideeën gestalte geeft, hoe hij wikt en weegt over bijvoorbeeld een houding, een plooival van een mantel, de draaiing van een romp, de stand van een arm.

Sprong terug in de tijd

2010culProfeet

Wat in de schilderijen statisch is, heeft in de tekeningen een zweempje spontaniteit. Het is alsof je de kunstenaar ziet denken, en daardoor maak je een duizelingwekkende sprong terug in de tijd.

Zo is in Het Laatste Oordeel (1499-1501), een vroeg fresco dat alleen als reproductie hangt, een engel afgebeeld die met een meterslange bazuin aan zijn lippen moeiteloos op een wolk zweeft. Hij heeft niet eens voeten nodig. Op 1 van de 31 tekeningen die als voorstudie van Het Laatste Oordeel zijn verzameld moet echter dezelfde engel alle zeilen bijzetten om met bazuin en al niet over zijn lange kleed te struikelen.

Het interessante aan die studies – vaak in krijt en opgehoogd met wit – is dat je kunt zien wat Fra Bartolommeo niet heeft gekozen voor zijn schilderijen en panelen. Van de drie zwarte krijttekeningen van een knielende Maria die horen bij het intieme Del Pugliese-tabernakel (1498-1499) is de meest menselijke Maria afgevallen. Op die tekeningen heeft Maria een bol, bijna blozend gezicht en gaat gekleed in een ragfijne witte sluier: ze lijkt op een meisje dat je zo maar op straat zou kunnen tegenkomen en dat op het punt staat te trouwen.

Dit soort profane motieven – ook in de tekeningen – verdwijnt gaandeweg naar de achtergrond. Wat ervoor in de plaats komt is een devotie die aan het fanatieke, zeg maar gerust waanzinnige grenst. In het laatste decennium van de vijftiende eeuw is Florence het strijdtoneel van politieke en religieuze twisten. De familie de’ Medici moet het veld ruimen, de charismatische Dominicaanse prediker Girolamo Savonarola sticht tussen 1494 en 1498 de Florentijnse Republiek.

Op de brandstapel

Fra Bartolommeo, dan nog gewoon Baccio della Porta, raakt onder invloed van de rechtzinnige, theologische ideeën van Savonarola, die corruptie en excessieve levensstijlen bekritiseert en zich tegen het humanisme keert dat in de vijftiende eeuw zo’n grote vlucht heeft genomen. Savonarola organiseert daartoe in 1497 en 1498 twee ‘Vreugdevuren der IJdelheden’. Op grote brandstapels op het Piazza della Signoria liggen valse baarden, pruiken, maskers, boeken en verluchte manuscripten, toiletartikelen, spiegels, sjaals, luiten, harpen, schaakspelen, speelkaarten en andere luxegoederen. Alles wat naar passie ruikt en wat zich niet in nederigheid buigt voor de hemelse koninkrijk, wordt verbrand. Bovenop de brandstapel prijken schilderijen.

Het is treurig te weten dat Fra Bartolommeo zelf zijn profane werken uit het atelier haalt en ze vrijwillig op de brandstapel gooit. Wat hij toen in rook heeft laten opgaan, behoort waarschijnlijk tot het beste wat hij ooit heeft gemaakt.