Recht & Onrecht

Een onderzoeker kan ook verdwalen binnen de politie

Vertrouwd zijn met de politiepraktijk kan de kwaliteit van het onderzoek vergroten. Maar er zijn ook valkuilen. Juist nu de politie vaak negatief in het nieuws is, moeten onderzoekers daarvoor opletten, schrijft Guus Meershoek in de Politiecolumn.

Onlangs voegde een vriendin, werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie, mij in een discussie de dooddoener toe: ‘Ja, maar jij bent een vriend van de politie.’ Die opmerking ontregelde mij en zette mij aan het denken. Niet over de heersende opvattingen op het departement overigens. Ik weet dat men zich daar vaak ergert aan de politie; de politie geeft daar ook frequent aanleiding toe.

Nee, ik vroeg mij af of zij niet gelijk had, of ik zelf als onderzoeker nog wel voldoende afstand tot mijn object van onderzoek had. Was mijn poging om haar kritiek op de politie te nuanceren geen rechtvaardiging, niet simpelweg partij trekken? ‘Going native’ is niet alleen in de antropologie maar ook in het politieonderzoek een serieus gevaar. Met als consequentie verlies van geloofwaardigheid.

Op het eerste gezicht is de politie een gemakkelijk studieobject. Ze is vaak in het nieuws. Iedereen heeft wel ervaring met haar opgedaan. Als onderzoeker ontdek je echter al snel dat de werkelijkheid van de politie twee lagen heeft. Er is een buitenste laag van ophef in de media over allerlei gevallen van onveiligheid, van een voortdurende stroom goed nieuws afkomstig van de afdelingen public relations en soms van hardnekkig zwijgen waar iedereen uitleg verwacht.

Gedrag van politiemensen blijft dubbelzinnig

Wat je in die laag tegenkomt, zijn incidenten en die helpen je niet om politieoptreden te begrijpen. Voor inzicht in hoe specifiek politieoptreden tot stand komt, moet je doordringen tot een diepere laag, kennisnemen van de binnenwereld van de uitvoering en de administratie, van de gedeelde verhalen bij de koffie. En dan natuurlijk je sociologische verbeeldingskracht gebruiken.

Vroeger had je enkele journalisten die door een machtige politiechef tot die tweede laag werden toegelaten en die dan ook meer inzichtelijke artikelen schreven maar zich ook dienstbaar maakten, veel goedpraten, bijvoorbeeld door hun beschermheer tot succesvol crimefighter te bombarderen. In plaats van die paar geprivilegieerde journalisten heb je nu onderzoekers, soms van de universiteit, meestal van particuliere onderzoeksbureaus. In plaats van een beschermheer hebben zij een begeleidingscommissie.

Als je de politiële binnenwereld leert kennen, begrijp je beter hoe het tot politieoptreden komt maar toch nooit helemaal. Gedrag van politiemensen blijft ambigu. Soms stellen zij de wet, soms voegen zij zich naar de wet. Zij spelen soms good cop, soms bad cop. Zij kunnen, zo zeggen zij zelf, ‘schakelen’. Je merkt ook dat achter de joviale onderlinge omgang ongrijpbare hiërarchische verhoudingen schuil gaan die nu eenmaal bij een gezagsapparaat horen. Verhoudingen die voortdurend veranderen doordat de organisatie weer eens wordt gekanteld en eenheden nieuwe namen krijgen. De plek waar de beslissingsmacht is gevestigd, verschuift onophoudelijk. Vandaar dat politiemensen elkaar voortdurend duidelijk proberen te maken hoe in de organisatie de hazen lopen. Als onderzoeker waan je je soms in de film Stalker van Andrei Tarkovski.

Morele stellingnames dringen rapporten binnen

Die eerste laag mag dan een wat fictioneel karakter hebben, mag door onderzoekers snel terzijde worden geschoven: deze heeft wel een belangrijke maatschappelijke betekenis. Ophef over misstanden helpt verantwoordelijke ambtsdragers om daartegen op te treden. Het goede nieuws van en over de politie, waar burgers getuige de grote populariteit van politieseries op televisie aan hechten, wekt vertrouwen waarop de samenleving steunt. En ook het politiële zwijgen is soms belangrijk want de politie gaat om met vertrouwelijke informatie, informatie waarvan het uitlekken schade kan aanrichten.

Meewarigheid over kennis uit de eerste laag en ergernis over de warrige werkelijkheid in de tweede laag vormen echter voor onderzoekers een gevaarlijke combinatie van emoties. Samen wekken zij al gauw een drang om te zeggen hoe misstanden kunnen worden rechtgezet, hoe de politie dient te worden veranderd. En als die drang niet vanzelf opwelt, zijn er wel gedreven politiemensen, al dan niet gezeten in een begeleidingscommissie, die om aanbevelingen vragen. Zo sluipen morele stellingnames de rapportages binnen, dringen zich onmerkbaar bestuurlijke doelstellingen op.

Legitimiteit van de politie raakt aangetast

Die eerste laag van de politiewerkelijkheid kan te hecht worden, een soort firewall worden. Als zich dan toch ontsporingen voordoen, ontstaat frustratie bij journalisten die moeten gissen naar de achtergronden en bij politici die het gevoel krijgen dat de politie zich aan het bevoegd gezag heeft onttrokken, ontstaat discrepantie tussen het uitgedragen beeld en de vermeende werkelijkheid en raakt de legitimiteit van de politie aangetast. Ik vrees dat dat laatste nu het geval is en dat onderzoekers die de politie willen veranderen, die discrepantie alleen maar groter maken.

Het is moeilijk om een object dat geen vaste kern heeft en fundamenteel ambigu is, in woorden te vatten maar aan heldere beschrijvingen is juist nu in de samenleving behoefte. Die kunnen de discrepantie verminderen. Aansporingen tot verandering doen dat niet. In het gunstigste geval zijn ze gratuit, kitsch. Natuurlijk krijgt zelfs een eenvoudige uitleg van causale verbanden bij buitenstaanders momenteel al gauw de kleur van een rechtvaardiging maar die etikettering moet je als onderzoeker weerstaan, zelfs als die komt van een belangstellende vriendin.

De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.