De das is terug.En dat vreet aan de boeren

Reportage Natuur

Wordt er een hetze gevoerd tegen de das? Boeren melden schade. „Sinds ruim een jaar wordt de grootst mogelijke onzin over de das verspreid.”

Foto Flip Franssen

‘Dit is nieuw voor mij.” Blijdschap én kwaadheid maken zich meester van Jaap Dirkmaat, verwoed dassenbeschermer, als hij verse sporen gewaar wordt bij de ingang van een verlaten dassenburcht. Even buiten Nijmegen, op een voormalig landgoed in de buurt van Malden.

Verheugd is Dirkmaat dat de burcht blijkbaar weer door dassen wordt gebruikt, nadat de fraaie zoogdieren ruim een jaar geleden waren verjaagd door „lieden” die het slecht met het landroofdier voor hebben. Er was op ze geschoten. Holen waren dichtgegooid. Er was gif gestrooid. Er was zelfs een hoogzit geplaatst van waaruit op de beschermde diersoort werd gejaagd.

Tegelijk is hij nu boos, omdat takken van vlierstruiken zijn afgesneden en op de burcht gelegd om „iemand” een beter zicht op de dieren te geven. „Dit gaan wij melden bij de opzichter.”

Het voorval in het Rijk van Nijmegen tekent de „hetze” die volgens voorzitter Dirkmaat van de stichting Das&Boom wordt gevoerd. „Sinds ruim een jaar wordt de grootst mogelijke onzin over de das verspreid, duidelijk wordt dat enkele belanghebbenden bewust eropuit zijn dit prachtige roofdier in diskrediet te brengen”, schreef hij eerder in een verklaring. „Vanuit het hele land bereiken ons berichten van vernielde, uitgegraven en dichtgestopte dassenburchten. Oude, beproefde moordmethodes om de das uit te roeien worden weer van stal gehaald, zoals klemmen, gas, strikken en geweren.”

Met enige regelmaat duiken berichten op over schade die boeren en burgers lijden door de das. De dieren gaan vooral in september en oktober ’s nachts op zoek naar larven en wormen onder grasland van melkveehouders, en ook smullen ze van maïskolven die worden geteeld om de koeien te voederen. Dat wekt ergernis.

„Ze trekken maïsplanten omver en maken gaten in het grasland”, zegt melkveehouder Evert Driessen uit het Drentse Tiendeveen. „En ze vergeten de graszoden daarna weer netjes terug te leggen.”

Een lachertje

Elders in Drenthe, bij melkveehouder Yvonne Oosterhuis in Wittelte, is naar verluidt een halve hectare land door de dassen beschadigd. „De vergoeding daarvoor is een lachertje. Maar het gaat ons niet om het geld. Het gaat ons erom dat er te veel dassen zijn. De mensen zijn doorgeslagen in het beschermen van dieren. Dat moet stoppen. Er moet beleid komen om de groei van het aantal dassen terug te brengen.”

Ook burgers in Apeldoorn kunnen erover meepraten. „Dassen belagen onze tuinen”, aldus de website van de wijkvereniging Berg en Bos, die melding maakt van omgewoelde borders en gazons. „In sommige gevallen kunnen deze nachtelijke scharrelaars behoorlijk lastig zijn.”

Voorzitter Arjan Speelman: „Het stikt hier van de dassen. We hebben ermee leren leven. We hebben ooit de auto van mijn vrouw eens naar de garage moeten brengen nadat een steenmarter aan de bedrading had zitten knagen. Ach, we wonen hier nu eenmaal in de bossen. Voortreffelijk.”

Heel irritant

Getroffen boeren zijn meestal minder toegeeflijk. Boer Driessen: „De das is een mooi beest. Maar als-ie in jouw tuin zit, is de lol er gauw af. De das heeft geen natuurlijke vijanden. Dus breidt de das zich uit. De overheid heeft de dassen ooit uitgezet en nu ze overlast veroorzaken, moet er iets gebeuren. Ja, afschieten, of zo. Ik moet toch ook zorgen dat mijn koeien niet op land van mijn buurman lopen?”

Melkveehouder Berend Kramer uit het Friese Oudehorne vindt het „heel lastig” om te zeggen wat er moet gebeuren. Ook hij heeft te maken met „omgewoeld gras”, weggevreten maïs, en vervolgschade zoals „versnelde afschrijving” van landbouwmachines „waarmee je door de gaten op het land stuitert”, en zand dat in het kuilgras belandt en daarmee in het wintervoer van de koeien. Heel irritant. Maar om nu te zeggen: schiet ze af? „Ik weet het niet. Heeft iemand een beter idee?” Persoonlijk vindt hij dat de das „geen toegevoegde waarde” heeft voor het menselijke genot van de natuur. „Ik gun de das zijn leven. Maar je ziet hem nooit. Geef mij maar weidevogels.”

Dat er iets moet gebeuren, staat ook voor boerenorganisaties in het noorden en zuiden van het land als een paal boven water. „Er is een wildgroei aan dassen”, zegt beleidsmedewerker Mieke Theunissen van de Limburgse boerenorganisatie LLTB. „De situatie is zeer problematisch. De helft van het budget voor schade gaat in Limburg op aan de dassen. De das is een wild dier, en wilde dieren zijn van niemand. Maar de overheid moet toch eens gaan nadenken over beheer.”

De schade door dassen wordt volgens Dirkmaat „zwaar overdreven” en hij betwijfelt sterk of de gemelde schade wel door dassen is aangericht. „Om in een maand een halve hectare maïs op te eten, heb je driehonderd dassen nodig. Dat bestaat niet.” Bovendien valt de schade in het niet bij schade door bijvoorbeeld ganzen. „Daar zijn er miljoenen van.” Of van koolmezen in de fruitteelt. „Dat kost miljoenen.”

Volgens het Faunafonds, adviseur en uitvoerder van wettelijke taken op het gebied van faunaschade, wordt jaarlijks ongeveer twee ton uitgekeerd aan dassenschade. Maar veel boeren melden de schade niet, zeggen betrokkenen, omdat melden „heel ingewikkeld” is en omdat er vaak kosten aan de melding zijn verbonden. Ook zijn er „dassenovereenkomsten” met boeren die regelmatig dassen op hun land hebben. Als je die erbij optelt, belopen de kosten een kleine miljoen euro per jaar, stelt ecoloog Frans van Bommel. Nog altijd veel minder dan de schade door mezen en door, vooral, ganzen. Aan ganzenschade werd vorig jaar zowat 17 miljoen euro uitgekeerd.

Vangen of doden

Intussen blijft ook in de nieuwe natuurwet de das vanaf komend jaar beschermd. Het is en blijft verboden dassen opzettelijk te doden of te vangen, meldt een woordvoerder van staatssecretaris Van Dam (Natuur, PvdA). Ook is het verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dassen zoals de burchten te beschadigen of te vernielen. Niet meer verboden is straks het „verstoren” van dassen. Wat daaronder precies valt, is niet duidelijk. „Dat kan van alles zijn”, zegt Jaap Dirkmaat bezorgd.

Bovendien is de vraag wat er in geval van „groot maatschappelijk belang” gebeurt. Vorige maand waren dassen aan het graven in de grond van een begraafplaats in het Drentse Dwingeloo. „Dat wil je natuurlijk niet hebben”, aldus een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Een wethouder vertelde op de regionale televisie, staande naast de graven, dat hij zich voelde als een boer. „Je staat machteloos.” Uiteindelijk verleende de provincie Drenthe een ontheffing om de dieren „met een geurstof” te verjagen. „Zo’n ontheffing hebben wij bij hoge uitzondering verleend. Het was een unieke situatie”, aldus een woordvoerder van de provincie Drenthe.