Consumentenvertrouwen op hoogste punt in negen jaar

Ook besteedden Nederlanders in augustus van dit jaar meer in eigen land dan in diezelfde periode in 2015, zo blijkt uit cijfers van het CBS.

Winkelend publiek in de Rotterdamse Koopgoot. Foto Koen van Weel/ ANP

Het vertrouwen van consumenten in de Nederlandse economie was de afgelopen negen jaar niet zo hoog als in oktober van dit jaar. Mensen zijn met name positief over het huidige economische klimaat, zo blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van statistiekbureau CBS.

Het consumentenvertrouwen groeide ten opzichte van september met 4 punten en komt uit op 12. Sinds augustus 2007 is het niet meer voorgekomen dat dit cijfer zo hoog lag. Het consumentenvertrouwen was toen 16. Het laagste punt werd bereikt in februari 2013 met -44.

Tekst loopt door onder de grafiek

Sindsdien is het vertrouwen geleidelijk toegenomen, maar is allerminst een continu stijgende lijn zichtbaar. Tussen november (9) 2015 en maart 2016 (-4) nam het getal weer af. Ook na de Brexit was kortstondig een daling te zien.

Wat is het consumentenvertrouwen?

Het consumentenvertrouwen zegt iets over hoe Nederlanders denken over de binnenlandse economie. Het getal is opgebouwd uit twee deelindicatoren: een oordeel over het economische klimaat en de koopbereidheid van consumenten. De verhouding tussen positieve en negatieve antwoorden op een aantal vragen bepaalt uiteindelijk de hoogte van de verschillende indicatoren en daarmee het consumentenvertrouwen.

Gekeken naar de koopbereidheid blijkt dat Nederlanders vooral positief antwoorden op de vraag of het momenteel een gunstige tijd is voor grote aankopen (22), maar waren ze wat negatiever gestemd over de eigen financiële situatie de afgelopen twaalf maanden (-5).

Uitgaven

Het CBS publiceerde donderdag tevens gegevens over de bestedingen van consumenten in augustus van dit jaar. Zo bleek dat Nederlanders 1 procent meer uitgaven dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Tekst loopt door onder de grafiek

Op de vraag waar zij hun geld dan aan besteedden, blijken dat vooral diensten te zijn. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld het bezoek aan de kapper, een reis met het openbaar vervoer of een etentje in een restaurant. Ook aan voedings- en genotsmiddelen (plus 0,4 procent) werd meer uitgegeven.