De Troje Trilogie was 22 jaar geleden een toneelhit. En nu opnieuw te zien

Troje Triologie Paul Knieriem regisseert bij Toneelschuur Producties de Troje Trilogie, een stuk dat 22 jaar geleden een toneelhit was. „Ik word soms gek van mensen die naar me toe komen om te zeggen dat het één van hun mooiste theatermomenten was.”

Regisseur Foto en bewerking Lars van den Brink

De watermeloenen zijn op. Maar het brengen van het offer door Andromache moet toch geoefend worden. Dus heft actrice Janneke Remmers een suikermeloen boven haar hoofd. De assistent dramaturgie, die op de eerste rij souffleert, zoekt dekking. Dan werpt Remmers de meloen hard tegen de vloer. Blub, doet de meloen, dofjes. Meer dan een gebarsten hoopje fruit levert dit geweld niet op. Of de verslaggever, die als enige in de zaal de scène nog nooit heeft gezien, dit een indrukwekkend moment vindt, vraagt regisseur Paul Knieriem. Op zo’n moment is het beter om eerlijk te zijn.

Taalunie Toneelschrijfprijs

Met zijn vijf acteurs repeteert de 34-jarige Knieriem in de Toneelschuur in Haarlem een week voor de première de Troje Trilogie, de compilatie van drie tragedies die Koos Terpstra tussen 1989 en 1994 schreef op basis van Griekse bronnen. De voorstelling was in 1994 een sensatie en leverde Terpstra, die hem ook regisseerde, de Taalunie Toneelschrijfprijs op, selectie voor het Theaterfestival en diverse vertalingen van zijn tekst. Saillant detail: actrice Oda Spelbos, die toen als Andromache de hoofdrol speelde, doet weer mee en is nu Hecabe, de schoonmoeder van Andromache.

De tekst gaat verder na deze video

De groep repeteert het derde deel, en omdat bij Terpstra het verhaal teruggaat in de tijd, verbeeldt dit deel het begin van de oorlog tussen de Trojanen en de Grieken. Trojaan Hector wil naar het slagveld. Zijn vrouw Andromache poogt hem ervan te weerhouden en suggereert hem de geschaakte prinses Helena, om wie het de Grieken te doen is, terug te geven.

Hij is zo genadeloos, die Paul. En Spelbos: Je wilt meteen een mes in je polsen zetten

Er wordt serieus en ontspannen geoefend, tot in detail. De acteurs moeten harder, zachter, minder boos of trager spelen. Ze moeten laten zien wat ze denken, meer op het voorplan staan of iets spelen „als een 15-jarige puber. Als Spelbos een scène al hartstikke goed vindt – en dat is die dan ook – dan zegt Knieriem dat dat waar is, maar dat het nog beter kan.

Een andere keer komt hij na een scène de tribune af en zegt: „Oké, oké. Mwah….” Waarop Remmers grapt: „Hij is zo genadeloos, die Paul.” En Spelbos: „Je wilt meteen een mes in je polsen zetten.” Knieriem doet alsof hij het niet hoort en geeft verbeterpunten aan. Als de twee vrouwen samen een scène spelen zegt hij: „Oda, hier bloedt je hart nog voor haar. Het mag liever. Dat harde komt later.”

„Moet het seksueler?”

Keja Klaasje Kwestro en George Tobal spelen een scène als broer en zus: Cassandra en Hector. Knieriem vindt hun omhelzing te gewoon. „Moet het seksueler”, vraagt Kwestro. „Nee, specifieker.” Ze moeten iets verzinnen wat echt iets tussen hen is. Tobal doet vervolgens een charmante „miauw” voor hij zijn zus omhelst. „Goed”, zegt Knieriem, „maar het mag nog gekker.”

Al dat passen en meten – het zoeken naar een brede waaier aan emoties die het drama voelbaar maakt – is precies de reden dat Paul Knieriem de Troje Trilogie koos. Eerder regisseerde hij bij Toneelschuur Producties toneelstukken van Thomas Bernhard en Magne van den Berg. Die „dwingende taalconstructies” brachten een noodzakelijke stijl mee. „Ik had zin in een lekker speelstuk.”

En ja, beaamt hij desgevraagd, hij wil ook wel eens laten zien wie Paul Knieriem is. „Het is niet altijd goed voor mijn profilering, maar ik put er een enorm genoegen uit om verschillende stijlen te tonen en te zoeken naar de beste manier om een tekst theatraal te krijgen. In die zin ben ik een dienend regisseur. Maar er komen altijd momenten dat ik zeg: zo heeft de auteur het bedoeld, maar dat gaat me te ver.”

Gaandeweg blijkt dat hij in psychologische zin meer haar gevangene is. Ze maken elkaar tot moordenaar

In de Troje Trilogie proeft Knieriem dat auteur Terpstra een idealist was. „In die tijd, eind jaren tachtig, begin jaren negentig, was er een groot vormenonderzoek aan de gang. Het waren de hoogtijdagen van Gerardjan Rijnders bij Toneelgroep Amsterdam. Ik voel dat Terpstra deze tekst als een reactie daarop schreef. En hij werkte toen al met cabaretiers, dus er zitten grappen en meningen in die erom smeken direct op de zaal te worden gespeeld. Ik vraag mijn acteurs wel om lichtheid en relativering in hun spel op te zoeken, maar ik wil geen grappen de zaal in knallen. Humor en ironie kunnen ook in een steelse blik zitten.”

Cynischer

Terpstra heeft een statement tegen de oorlog willen maken, zegt Knieriem, uitgaande van het jarenzeventigidee van de maakbare samenleving. „Niet dat je dat niet moet proberen, maar ik ben realistischer over de kleine kans dat er iets verandert. Cynischer, zo je wilt. Ik geloof er niet zo in.”

Knieriem staat meer „een portret van de mensheid en het eeuwig falen” voor ogen. Bij de vraag wat dat dan is, schiet hij in de lach. „Als ik mezelf dat hoor zeggen, denk ik ook: pffft.” Hij formuleert het anders: de voorstelling moet gaan over de invloed van de oorlog op gewone mensenlevens. „Daarbij gaat het om wat oorlog met familie- en liefdesrelaties doet.”

De tekst gaat verder na deze video

De invloed van oorlog is meestal niet positief. Waar zit dan de spanning? „De spanning speelt op twee niveaus. Oorlog zet menselijke verhoudingen onder druk. Wat je te zien krijgt is allereerst de ellende die mensen elkaar aandoen met hun goede bedoelingen.”

Een ander spanningsveld ontstaat doordat er in alle drie de delen sprake is van een omkering van dader en slachtoffer. De voorstelling begint met het lijk van Hermione in een plas bloed, waar Andromache naast staat met een mes. Daarna wordt verteld hoe het zo ver kwam. De constructie is „hetzelfde als bij Baantjer”, zegt Knieriem: eerst het lijk, dan de toedracht. „Al snel merk je dat Hermione Andromache zo slecht behandelt dat Andromache meer slachtoffer dan dader is.”

Die omkering zit ook in deel twee, waarin Andromache als buit is meegenomen door de Griek Neoptolemus. „Gaandeweg blijkt dat hij in psychologische zin meer haar gevangene is. Ze maken elkaar tot moordenaar.” In deel drie ligt de omkering nog subtieler. Knieriem: „Ik wil dat het publiek meegaat met Andromache, die probeert haar man Hector van het slagveld weg te houden. Maar door op hem in te praten, verzwakt ze ook zijn wilskracht. Dat moet de vraag opwerpen of zij daarmee mede schuldig is aan zijn dood.”

Al snel merk je dat Hermione Andromache zo slecht behandelt dat Andromache meer slachtoffer dan dader is

Andromache staat voor levenslust, stelt de regisseur. „Ze krijgt nogal wat voor haar kiezen, maar ze wil meer dan overleven. Ze behoudt haar drang om iets moois van haar leven te maken. Ze straalt hoop uit. Haar zou je als een voorbeeld kunnen zien.”

Knieriem verzet zich tegen het idee dat het onderwerp oorlog de voorstelling extra actueel maakt. „Dan zou ik liegen. Maar er komen zinnen voorbij als: ‘Jij bent een slaaf. Jij komt hier niet vandaan. We hebben je opgevangen. Je hebt nergens recht op.’ Aan de associatie met vluchtelingen hoef ik dan nauwelijks iets te doen. Maar de tekst is niet tijdsgebonden.”

Droog je tranen

De reis terug in de tijd in de trilogie maakt dat de toeschouwer weet hoe het afloopt en daarna leert wat de personages dreef tot hun daden. Knieriem: „Die voorsprong maakt dat je als toeschouwer niet kijkt naar de emotie zelf, maar naar hoe de acteur de emotie theatraliseert. De slotzin is: ‘Droog je tranen Andromache, want erger dan dit zal het nooit worden.’ Dat is een fijne slotzin, want in drie uur ervoor zien we dat het wel erger werd. Veel erger.”

Oudere bezoekers herinneren zich van de voorstelling uit 1994 een monumentale scène met muziek en windmachine: minutenlang stond Oda Spelbos, met haar rood wapperende haar tussen wapperende doeken, terwijl het nummer Unfinished Sympathy van Massive Attack speelde. Knieriem weet het maar al te goed. „Ik word soms helemaal gek van mensen die naar me toe komen om te zeggen dat het één van hun mooiste theatermomenten was. Leuk dat ze het vertellen, maar ik denk ook wel: jaahaa… Aan de andere kant: het demonstreert het pijnlijke gebrek aan een Nederlandse repertoiretraditie: een nieuwe tekst en die ene uitvoering vallen altijd samen.”

Dat iedereen begon over de scène met Massive Attack was ook een frustratie van Spelbos, vertelt ze. „Urenlang speelde ik de sterren van de hemel en gaf ik alles, maar juist over die ene scène waarin ik niets hoefde te doen, behalve stilstaan, wilde iedereen met me praten. Weet je wat het voor mij was: een uitrust-moment!”

De acteurs moeten laten zien wat ze denken, meer op het voorplan staan of iets spelen als een 15-jarige puber

Nog een laatste kwestie: hoe moet het straks met de meloenen? Knieriem: „We beschikken niet over een rekwisiteur. Dat betekent dat één van de acteurs voor de voorstelling een watermeloen moet kopen in de stad waar we spelen en met een verfspuit een uurtje voor aanvang die meloen goud moet spuiten. Het moet een watermeloen zijn, want zoals je zag, lukt het niet met een andere meloen. En je kan watermeloenen ook niet van tevoren kopen en prepareren, want dan gaan ze rotten.”