Wat doet u daar? Ik maak nazi-stickers onleesbaar!

Berlijn Al 30 jaar probeert ze racistische leuzen in Berlijn te verwijderen. De eerste keer gebruikte ze haar sleutelbos om een sticker weg te krabben. “Het gaf me een goed gevoel.”

Foto Kaveh Rostamkhani

Ze mag zeventig jaar oud zijn, maar Irmela Mensah-Schramm laat zich niet bang maken. Niet door neonazi’s, niet door politie en justitie en ook niet door de man die vanaf het S-Bahn-station Berlijn-Lichtenberg op haar neerkijkt en streng roept: „Wat doet u daar?”

Mevrouw Schramm laat haar zwarte viltstift even zakken, draait zich naar hem om, recht haar rug, en brult fier terug: „Ik maak nazi-stickers onleesbaar.” De man haalt zijn schouders op en loopt weg. Irmela Schramm richt haar aandacht weer op een sticker die hoog op een regenpijp is geplakt. ‘Das Boot ist voll’, staat erop, en een tekening van een verschrikte Duitse adelaar op een vlot dat onder water getrokken dreigt te worden door tientallen handen die uit de zee naar boven steken. Met haar stift, vastgemaakt aan een stokje zodat ze er verder mee kan reiken, heeft Schramm tekening en tekst snel zwart gemaakt. Weer een uiting minder van de extreem-rechtse partij NPD.

Ze heeft een missie, deze voormalige lerares aan een school voor geestelijk gehandicapte kinderen, en die missie neemt ze heel serieus. Al dertig jaar struint ze de straten van Berlijn af om extreem-rechtse graffiti en stickers te lijf te gaan. Iedere week is ze zo’n drie dagen op pad, vertelt ze, terwijl we op een koude oktoberdag door de grauwe straten van de wijk Lichtenberg lopen, in het oosten van de stad.

„Ik krijg hier energie van”, zegt Schramm, die regelmatig het gesprek onderbreekt als haar speurende blik ergens een tekst, hakenkruis of ander symbool van neonazi’s ziet op een paaltje, elektriciteitskastje, bushalte, muur of telefooncel. Dan komt ze in actie. Want, zegt ze, „hatelijke leuzen zijn een voorbode van fysiek geweld”.

Haar wapens

Foto Kaveh Rostamkhani

Enkele gereedschappen van Schramm: een scherp krabbertje, haar stift-met-verlengstuk, een spuitbus met verf, en een flesje nagellak-remover om verf te verwijderen. Foto Kaveh Rostamkhani

Over haar schouder draagt ze een witte linnen tas, waar ze op geschreven heeft: ‘Wie spreekt over een vluchtelingenvloed, heeft eb in zijn hersens’. In de tas zitten de wapens waarmee ze haar strijd voert: een scherp krabbertje, een spuitbus met verf, haar stift-met-verlengstuk, een flesje nagellak-remover om verf te verwijderen en ook een fotocamera. Want voor ze een sticker of opschrift onleesbaar maakt of wegkrabt, neemt ze er eerst een foto van – „voor de documentatie”.

Soms neemt ze een sticker mee voor haar archief. Regelmatig maakt ze kleine tentoonstellingen over haar werk, eind van de maand gaat er weer een open in een deelraadsgebouw in Kreuzberg. En dit voorjaar was een deel van haar collectie zelfs te zien in het Deutsches Historisches Museum, op een tentoonstelling over antisemitische en racistische stickers van 1880 tot heden. Regelmatig bezoekt ze scholen en festivals om over haar missie te vertellen. En in een boek met de ironische titel Mein Kampf – gegen Rechts (‘Mijn strijd, tegen rechts’), over mensen die strijden tegen extreem-rechts, is een heel hoofdstuk aan haar gewijd. Vorig jaar kreeg ze de vredesprijs van de stad Göttingen.

Beschimpt en bedreigd

Maar de expedities van Schramm lopen niet altijd goed af. Soms wordt ze beschimpt of bedreigd door mensen die haar acties afkeuren. „Of bezorgde burgers bellen de politie”, zegt ze honend. Dit voorjaar werd ze – niet voor het eerst – na zo’n telefoontje door de politie aangehouden, wat er toe leidde dat een kantonrechter haar begin deze maand schuldig verklaarde aan beschadiging van andermans eigendom. Als ze binnen een jaar nog een keer wordt betrapt, moet ze 1.800 euro boete betalen. Justitie vindt de voorwaardelijke straf te laag en is in beroep gegaan.

„Ik had”, vertelt Schramm, „op een muurtje de leus gezien ‘Merkel muß weg!’ Nog verkeerd gespeld ook, want muss is met dubbel s. Ik heb ervan gemaakt: Merke! Hass weg!! (Kijk, de haat is weg!) – met roze verf.” Ze glimlacht er tevreden bij. Terughoudend heeft het vonnis haar niet gemaakt. „Desnoods ga ik de gevangenis in”, zegt ze opgewekt, „ik heb toch al heel lang geen vakantie meer gehad.”

Der Spiegel ging mee op pad met Mensah-Schramm:

Maar ‘Merkel moet weg!’ is toch geen racistisch of extreem-rechtse leus? In een land met vrijheid van meningsuiting moet je die opinie toch kunnen uiten en ook respecteren? „Wél als je het in een gewoon gesprek tegen elkaar zegt”, erkent Schramm. „Maar zo op een muur geschreven? Dat is bedoeld om te vernederen, het stinkt naar Pegida. Ze bedoelen eigenlijk: de moslims moeten weg.”

Super! Altijd blijven strijden!

Voorbijgangers kijken vaak wat bevreemd als ze zien hoe deze vriendelijke, grijze dame zich met overgave op muren en regenpijpen stort. Sonja Wyrsch, die in de Giselastraße haar hondje Chiquita uitlaat, moet een beetje lachen. Maar als Schramm haar heeft uitgelegd waarom ze hier op expeditie is, zegt ze: „Super! Altijd blijven strijden!”

Maar ook zonder aanmoediging gaat Schramm wel door. Op een ochtend in 1986 zag ze op weg naar haar werk op de bushalte een sticker die opriep tot vrijlating van Rudolf Hess (de fanatieke nazi en plaatsvervanger van Hitler, die in 1987 zelfmoord zou plegen in de gevangenis). „Ik werd er misselijk van”, zegt Schramm. „Toen ik ’s middags naar huis ging hing hij er nog. Met mijn sleutelbos heb ik hem er toen af gekrabd. Het gaf me een goed gevoel.” Dat was het begin.

Op haar website Hass vernichtet, (ofwel: haat verwoest) legt Schramm uit dat ze hoopt dat andere mensen haar voorbeeld volgen. Dat gebeurt inmiddels. De Berlijnse graffiti-kunstenaar Ibo Omari is onder het motto ‘Paint back’ een actie begonnen om van hakenkruizen op muren vlinders, bloemen, uilen, Rubiks kubussen en andere vrolijke tekeningen te maken, op YouTube is er een mooie video van te zien. Omari noemt Schramm de grootmoeder van zijn project.

Irmela Schramm is daar trots op. Maar het is voor haar geen reden om nu maar te stoppen. Als de verslaggever en de fotograaf, na twee uur meegelopen te hebben, afscheid nemen zegt ze monter: „Ik ga nog een uurtje door, want in die straten dáár ben ik al zo lang niet geweest.”