Wat gaat Rutte doen met uitslag Oekraïne-referendum?

Oekraïne-referendum

De tijd begint te dringen, want het kabinet zou voor november duidelijkheid moeten geven. Vandaag is Rutte in Brussel.

Foto Bart Maat/ANP

Het is de afgelopen weken een politiek begrip geworden: het geitenpad van Mark Rutte. Een benaming die de premier zelf gaf aan zijn pogingen om een oplossing te vinden voor de impasse waarin het kabinet is terechtgekomen nadat een meerderheid van de kiezers op 6 april in een referendum ‘nee’ zei tegen het samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne.

Wat gaat het kabinet met die uitslag doen? De tijd begint te dringen want de Tweede Kamer heeft uitgesproken dat het kabinet hierover voor november duidelijkheid moet geven. Dat is dus nog tien dagen.

Als de 28 regeringsleiders van de Europese Unie elkaar deze donderdagavond in Brussel treffen voor hun periodieke vergadering krijgt Rutte tijdens het diner even apart het woord. Hij mag dan verslag doen over zijn vorderingen. Een concreet voorstel wordt niet verwacht, laat staan dat de regeringsleiders een uitweg zullen weten te vinden. De algemene verwachting is dat Rutte vrijdag zonder iets uit Brussel naar Den Haag zal terugreizen.

Dat is trouwens ook Ruttes eigen inschatting. Hij heeft de laatste maanden niet nagelaten te zeggen dat het heel moeilijk zal worden. Mocht er geen oplossing worden gevonden dan zal het Nederlandse kabinet besluiten het associatieverdrag met Oekraïne niet te tekenen. „Ik acht de kans dat het lukt om een inhoudelijk antwoord te vinden aanzienlijk kleiner dan de kans dat het niet lukt”, aldus Rutte nog vorig week in de Tweede Kamer.

Deels kan dit bluf zijn, of het welbewust temperen van de verwachtingen. Dat maakt de kans op acceptatie van een eventuele oplossing groter. Een akkoord stijgt in waarde als het felbevochten is. Het probleem voor Rutte is alleen dat hij altijd mensen zal moeten teleurstellen. Hij heeft het over een geitenpaadje, het zou ook een gordiaanse knoop kunnen worden genoemd.

Rutte redeneert praktisch

De oplossing die iedereen tevreden stelt zit er niet in. Buiten Nederland willen de andere EU-lidstaten en Oekraïne dat het verdrag zo snel mogelijk in werking treedt; in Nederland willen de tegenstanders die het referendum hebben gewonnen niets anders dan dat het kabinet niet ratificeert. Dat was immers de uitspraak van de kiezers.

Een uitspraak die het kabinet strikt genomen niet hoeft te volgen. Het ging slechts om een raadgevend referendum. Maar het huidige klimaat is er niet naar de kiezers al te veel tegen de haren in te strijken.

Rutte redeneert langs de lijn van de praktische betekenis. Of Nederland niet ratificeert maakt in feite materieel weinig uit, zegt hij. Dan treedt het verdrag in andere vorm en zonder Nederland toch in werking en ontstaat in Ruttes woorden bij de tegenstemmers het ‘kat-in-de-zakeffect’. Vandaar zijn poging om met medewerking van de andere EU-lidstaten het samenwerkingsverdrag op een aantal punten inhoudelijk te veranderen.

Volgens het kabinet is de nee-stem bij het referendum vooral gevoed door de vrees dat het samenwerkingsakkoord de opmaat is voor Oekraïne tot een volwaardig lidmaatschap van de Europese Unie. Ook zouden de passages over defensiesamenwerking uitgelegd kunnen worden als een veiligheidsgarantie voor Oekraïne. Met aanhangels aan de tekst van het verdrag zou uitgesproken kunnen worden dat dit niet de bedoeling is. Maar daarvoor is dan wel de steun van de andere lidstaten en Oekraïne nodig. De Oost–Europese lidstaten en Oekraïne voelen onder de huidige gespannen geopolitieke verhoudingen niets voor teksten die maar enigszins uitgelegd zouden kunnen worden als verminderde defensiesamenwerking.

Daar komt bij dat de samenwerkingsovereenkomst voor Oekraïne niet zomaar een verdrag is. De demonstraties van november 2013 op het Maidanplein in Kiev tegen de toen zittende president Viktor Janoekovitsj hielden rechtstreeks verband met het op handen zijn de akkoord met de Europese Unie. Onder druk van Moskou wilde de president hiervan af waarna de bevolking in opstand kwam en Janoekovitsj moest vertrekken.

Nederlands probleem

Kortom, er staan buiten Nederland weinig reddende handen klaar om Rutte van zijn referendumprobleem te verlossen. In hun Europese contacten hebben Rutte en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) het punt de afgelopen maanden opgebracht. Hetzelfde deed de Nederlandse ambassadeur bij de Europese Unie bij zijn gesprekspartners in Brussel. Maar de anderen zien het toch vooral als een Nederlands probleem.

Ze kunnen dit zo zien, omdat de samenwerkingsovereenkomst met Oekraïne ook zonder de handtekening van Nederland voor een belangrijk deel gewoon door kan gaan.

Of dat ook de bedoeling was van de kiezers die op 6 april ‘nee’ tegen het verdrag zeiden is een andere zaak. Voor de aanvoerders van het neekamp geldt in elk geval: nee is nee. Dat is iets waar nationale politici met verkiezingen in zicht knarsetandend rekening mee houden.