Oorlogshandel

Van Beuningen, de mecenas die zaken deed met Hitler

D.G. van Beuningen

Dat de Rotterdamse havenbaron Daniël George van Beuningen (1877-1955) in de oorlog uit vrije wil grote hoeveelheden kunst aan Adolf Hitler verkocht, is een feit waar Museum Boijmans Van Beuningen niet mee te koop loopt.

In een rechtszaak, deze woensdag door de erven van kunstverzamelaar Franz Koenigs aangespannen tegen het museum, zal het weinig bekende oorlogshandelen van Van Beuningen binnenkort weer eens voor het voetlicht komen.

Van Beuningen, directeur van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV), was voor de oorlog de grootste werkgever van Rotterdam. Een machtig man, die de geschiedenis is ingegaan als een groot weldoener.

De rechtszaak zal duidelijk maken dat hij óók een roofridder was op kosten van joden die met hun rug tegen de muur stonden. Zo kocht Van Beuningen in april 1940 een grote collectie kunst die Koenigs aan de Amsterdamse bank Lisser & Rosenkranz had verpand.

Van Beuningen kreeg de verzameling voor een fractie van de waarde in handen, omdat hij beloofde haar aan het museum te schenken. Intussen verkocht hij een deel van de collectie aan het Führermuseum.

Met die transactie maakte de havenbaron een spectaculaire winst. Hij koos nog diverse kunstwerken van Koenigs voor zijn privécollectie uit en de rest schonk hij aan Boijmans, een cadeau dat hem geen cent had gekost.

Na zijn dood in 1955 verkochten de erven van Van Beuningen zijn kunstcollectie aan de gemeente Rotterdam voor 18 miljoen gulden. Toen zijn weduwe aarzelde met haar handtekening, beloofde de toenmalige directeur van Museum Boijmans dat het museum naar haar man zou worden vernoemd.

Bedrog pagina C9