Nederlandse kiezer wil meer én minder Europa tegelijk

EU-onderzoek

Een daadkrachtige Europese Unie wordt op vrijwel alle beleidsterreinen belangrijk gevonden, maar ook een beetje eng, zo blijkt uit een nieuw kiezersonderzoek door TNS Nipo naar het Nederlandse Europa-gevoel in opdracht van GroenLinks.

Bent u voor of tegen? Ziehier het Nederlandse debat over Europa in een notendop. Ook tijdens het Oekraïne-referendum werd een nogal complexe kwestie teruggebracht tot een ja/nee-vraag.

In een nieuw onderzoek van TNS/Kantar Nipo, waarvan de resultaten deze donderdag naar buiten komen, wordt gepoogd verder te gaan waar dat Nederlandse debat meestal ophoudt. Met Tweede Kamerverkiezingen op komst en een Europese Unie die crisis na crisis te verwerken krijgt – Brexit, vluchtelingen, gedoe rondom Rusland en handelsverdragen – is de behoefte aan antwoorden groot.

In ieder geval bij GroenLinks, opdrachtgever voor het onderzoek. „Ik wilde begrijpen waar de agressie vandaan komt als Europa ter sprake komt”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout. „Het debat blijft vaak steken in frames. Het is daardoor heel gemakkelijk om een meer specifieke discussie dood te slaan. En als een debat niet te winnen valt, trekken politici hun handen ervan af.”

Eickhouts partij mocht meedenken over de vragen, maar had niet het laatste woord. „Dat hebben wij”, zegt onderzoeker Tim de Beer van TNS. „Er gaat geen vragenlijst in waar we niet achter staan.” Zevenhonderd mensen deden mee, die van tevoren niet wisten wat het onderwerp was, en volgens De Beer een representatieve doorsnee van de Nederlandse samenleving vormen.

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek. Tekst gaat verder onder de infographics:

Aan het verplichte nummer – voor of tegen? – was geen ontkomen, al was het maar om inzicht te krijgen in de verschillen tussen voor- en tegenstanders. Maar de ondervraagden mochten ook losgaan op open vragen. Het beeld dat boven komt borrelen? Totale verwarring. Instinctief, zo blijkt, zijn we niet geneigd om meer bevoegdheden af te staan aan de EU. Europa is te duur, te bureaucratisch en produceert te veel regels, klinkt het. Maar als hierover wordt doorgevraagd, kantelt het beeld.

Een meerderheid geeft aan dat de EU op vrijwel álle beleidsterreinen meer te zeggen zou moeten krijgen. „De ultieme paradox”, noemt De Beer dat. Eickhout zelf concludeert „dat de euroscepsis minder groot is dan je op basis van het nationale debat zou denken”.

Het onderzoek maakt in ieder geval duidelijk hoe complex de balanceeract is die beleidsmakers moeten opvoeren. Enerzijds is er behoefte aan een daadkrachtig Europa, anderzijds wordt te veel daadkracht al snel als bedreigend ervaren. „Het is een heel wankel evenwicht”, zegt Eickhout. „Voor veel mensen blijft Europa ver weg, de ontevredenheid borrelt. Politici moeten, kortom, aan de bak.”