Column

‘Meneer Sagan, u bent de Messias’

De klok heeft middernacht geslagen, u luistert naar Meniscus & Co, de radiorubriek van uw zendpiraat, waarvoor de sportcracks van de wereld zich verdringen om aan te schuiven. Te gast is niemand minder dan Peter Sagan, de kersverse wereldkampioen wielrennen op de weg.

Welkom mijnheer Sagan, gefeliciteerd met uw geprolongeerde titel; wat kan ik voor u inschenken?

„O, doe maar hetzelfde bruine spul dat u daar ook heeft. Het wielerseizoen is toch over. Nee, ijsklontjes hoeven er niet in.”

We gaan dus meteen de diepte in. Ik begrijp dat u een gelegenheidsdrinker bent geworden?

„Dat was ik altijd al. Met het kleine verschil dat ik de laatste paar jaren wat selectiever ben geworden qua gelegenheid.”

Volgens de overlevering at u bij zeer speciale gelegenheden wel eens het glaswerk op waaruit u dronk. Klopt dat?

„Ook daarin ben ik zeer selectief geworden.”

Mijnheer Sagan, u wordt beschreven als de redder van het wielrennen. U bent de Messias. Die last moet zwaar op u drukken.

„Niet in het minst. Als de wielersport een Messias nodig heeft, dan is dat haar probleem, toch?”

Een tijdje geleden zei u in een interview dat u zich verveelt tijdens een koers.

„Het was een halve grap. Feit is wel dat ik vaak koers in een peloton van wielrenners die meer lijken op communistische ambtenaren dan op sportmensen.”

Vindt u uzelf een grappenmaker?

„Ik lach zelden, maar ik vind mezelf best wel een grap, haha.”

Hee, u lacht!

„Verdomd, u heeft gelijk.”

Als ik u een enigma noem, moet u daar dan ook om lachen?

„Ik weet niet wat een enigma is, maar het klinkt goed.”

U bent vuur en ijs tegelijk, als ik het poëtisch mag uitdrukken.

„Zo had ik het nog niet bekeken, maar het kan er nog wel bij.”

U bent wetenschappelijk onverklaarbaar. Eerst twijfelde u over uw deelname aan het WK want u was te moe van het helse maar voor u uiterst succesvolle wielerseizoen. U reisde toch af naar de woestijn van Qatar zonder een acclimatiseringsperiode in acht te nemen. En u won! Hoe kan dat?

„Ach, ik verveelde me thuis. Ik verveelde me trouwens ook in de woestijn. Ik telde de zandkorrels en liet anderen de koers maken.”

Had u geen last van de hitte dan?

„Op de zon is het heet.”

Uw weelderige haardoos leek me niet bepaald een voordeel in het woestijnklimaat. Sterker nog, u was ernstig gehandicapt.

„Volgende keer laat ik wetenschappelijk verantwoord mijn schedel scheren.”

Door uw haardracht wordt u een rockster genoemd.

„Ik las eens een strip over Samson die sterk werd door lang haar. Misschien helpt het, dacht ik.”

Hoe zag uw jeugd eruit?

„Mijn vader, dát was een grappenmakker. Eh, dit was mijn jeugd wel zo’n beetje.”

Peter Winnen is oud-profwielrenner en schrijver.