Commentaar

Leve de Buchmesse! Voor minder bekende schrijvers

nrcvindt

Met Vlaanderen en Nederland als ‘Gastland’ op de Frankfurter Buchmesse staat het Nederlandstalige boek de komende vijf dagen in de internationale belangstelling. Toch is de kans klein dat de 200.000 bezoekers op het beursterrein, dat een heel stadsdeel beslaat, een van de negenennegentig uitgenodigde Nederlandse en Vlaamse schrijvers tegen het lijf lopen. En zelfs dan is het nog maar de vraag of ze die herkennen, want hoe bijzonder hun boeken ook mogen zijn, Nederland en Vlaanderen blijven kleine landen.

Toch zal, met 5,7 miljoen euro subsidie, de komende dagen alles worden gedaan om buitenlandse uitgevers voor Vlaamse en Nederlandse fictie, non-fictie en graphic novels te interesseren. Duitse uitgevers staan daarbij vooraan, want Nederlandstalige schrijvers doen het goed in hun taalgebied. Niet voor niets luidt het thema van het Gastland dit jaar: „Dies ist, was wir teilen.” Dat dit ‘delen’ eenzijdig is en geen betrekking heeft op de geringe Nederlandse en Vlaamse belangstelling voor de kwalitatief hoogstaande Duitse literatuur, doet er even niet toe.

Het voorwerk voor deze Buchmesse is al gedaan: dit jaar verschijnen meer dan 400 Nederlandstalige boeken – fictie en non-fictie – in een Duitse vertaling en telt Duitsland inmiddels 132 uitgeverijen met een boek van een Nederlandse of Vlaamse schrijver. Ook werden de afgelopen maanden in heel Duitsland optredens van Nederlandstalige auteurs georganiseerd. Het Nederlands Letterenfonds verdient hiervoor alle lof.

Maar het is de vraag of Nederlandse en Vlaamse auteurs nog wel zo’n impuls behoeven. Vooral omdat Vlaanderen en Nederland in 1993 al Gastland op de Buchmesse waren. Hun schrijvers werden toen met veel succes op de kaart gezet, aangemoedigd door kroonprins Willem-Alexander, biermagnaat Freddy Heineken en kaasblokjes uitdelende Frau Antjes. Sindsdien zijn de boeken van Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Margriet de Moor, Leon de Winter, Connie Palmen en Maarten ’t Hart niet uit de Duitse boekhandel weg te denken. In de daaropvolgende jaren werden ze gevolgd door onder meer Arnon Grunberg en Herman Koch, van wiens Het diner (2009) wereldwijd inmiddels 2,5 miljoen exemplaren zijn verkocht.

Het ligt voor de hand dat ook dit keer de buitenlandse belangstelling voor het Nederlandse boek voornamelijk naar zo’n kleine groep succesauteurs zal uitgaan, die geen Buchmesse nodig hebben om vertaald te worden. De eigenlijke taak van het Gastland is dan ook niet om hún literaire toekomst te bevorderen, maar die van de minder bekende namen, die vaak even goede boeken schrijven.