Kleiner veld moet spelplezier vergroten

Jeugdvoetbal

De KNVB wil jeugdvoetbal veranderen: kleinere velden, minder spelers per team. Bij de clubs zorgen de plannen voor gemengde gevoelens.

Foto David van Dam

„Nu spelen jullie op een half veld, maar straks misschien nog maar op een kwart. Met één speler minder. Wat vinden jullie daarvan?” Trainers Sterre Nijburg en Lois Dekker vragen het de voetballers van SV Hoofddorp O9-3 (onder 9 jaar). „Echt? Dus de helft van de helft”, zegt een jongen vol ongeloof. „Veel te klein”, vindt hij. „Niet leuk”, roept een meisje. „Het lijkt me ook ongezellig.”

Ook rond het kunstgras van Hoofddorp weet men: de KNVB wil het jeugdvoetbal veranderen. Dinsdag lichtte de voetbalbond de plannen toe in Utrecht. In het kort: kleinere velden, minder spelers per team en geen doelman bij de jongste voetballers. Dat betekent meer balcontacten, meer doelpunten en meer plezier, is de gedachte. In januari beslist de bond of de opzet komend seizoen wordt ingevoerd.

201016VP_voetbaveldjeugdl

De amateurclubs zijn begin dit seizoen via regiobijeenkomsten ingelicht over de plannen. Zo ook SV Hoofddorp, afgelopen vrijdag. Het bestuur heeft nog geen standpunt over de opzet. Dennis Grimbergen, hoofd interne scouting en coördinator breedtesport bij Hoofddorp, heeft gemengde gevoelens. „Inhoudelijk is het best in orde, maar organisatorisch lijkt het me kort dag. Ik zou het gefaseerd invoeren: eerst de teams onder 6, 7, 8 en 9 jaar, daarna de ploegen onder 10, 11 en 12 jaar.”

Meer vrijwilligers

Want zoals veel amateurclubs zou Hoofddorp – zo’n 1.450 leden – meer vrijwilligers nodig hebben. Grimbergen: „Straks moeten we bijvoorbeeld op zes grote velden vier kleine veldjes uitzetten. Dat betekent acht nieuwe doeltjes per veld, die iemand moet neerzetten en weghalen, en je hebt ruimte nodig om ze op te bergen. En meer wedstrijden betekent dat je ook meer begeleiders en spelleiders nodig hebt.”

Trainers Nijburg en Dekker van O9-3 denken op sportpark De IJvelden hardop na over wat zij vinden van een kleiner veld voor hun team. „Zo leren ze wel veel techniek”, zegt Dekker. „En door de kleinere ruimte moeten ze beter vrijlopen. Maar ik twijfel of de omschakeling naar een groter veld dan niet lastiger wordt als ze wat ouder zijn.” Nijburg: „Dat is wel een dingetje. Je wilt wel dat ze uiteindelijk klaar zijn voor elf tegen elf.”

De KNVB vindt het halve veld waar kinderen tussen 7 en 10 jaar nu op spelen te groot is. Wie weleens een pupillenwedstrijd bekijkt, snapt waarom. Sommige spelertjes komen niet in het spel voor, staan koud te worden of zijn met hele andere dingen druk dan voetbal. Zo vergaat pupillen sneller het plezier in het voetbal, vreest de voetbalbond.

Uit paniek geboren

Hoofddorp-coördinator Grimbergen heeft het gevoel dat de plannen ook een beetje uit paniek zijn geboren. „De KNVB vindt dat het niet goed gaat met het Nederlandse voetbal. Met een nieuwe aanpak, helemaal vanaf de jongste jeugd, willen ze ervoor zorgen dat het tot en met het Nederlands elftal weer goed gaat. Hoe meer balcontacten, hoe beter het is. Maar plezier moet vooropstaan.”

De Hoofddorpse ouders langs de lijn weten niet of het verkleinen van het veld ervoor zal zorgen dat iedereen de bal krijgt. Marieke Nolens was onlangs met Jula (9) naar een door Ajax georganiseerde talentendag, waar vier tegen vier werd gespeeld. Moeder en dochter was het opgevallen hoeveel spelers ‘pingelden’, voor zichzelf speelden. „Het was misschien nog wel erger dan op een half veld. Op een grotere ruimte móét je wel overspelen.”

De andere ouders zijn het met haar eens. Het is geen zaalvoetbal, zegt iemand. Voetballen doe je ook voor je conditie, vindt een ander. Mireille Hunsche, moeder van Mart (8), stelt voor alleen nieuwe pupillen op een kleiner veld te laten spelen. „Voor deze lichting is het alsof ze worden teruggezet naar babyvoetbal.” Maar, constateert Gerben Posthumus, vader van Fenna (9), opgewekt: „Het conservatieve voetbal is in beweging.”