Column

Hoe SP én VNO hun zin krijgen

Column Menno Tamminga

Het zal u misschien verbazen, maar elk Europees land heeft zo’n investeringsbank. Wij niet, zegt Menno Tamminga.

PAD Tamminga, Menno PAD 027

Jeroen Kremers heeft ’t knap gefikst. Hij had al een lange staat van dienst in de financiële wereld: ministerie van Financiën, ‘onze’ man bij het Internationaal Monetair Fonds, in de top van ABN Amro en de Britse bank RBS. Maar nu heeft hij er een huzarenstukje aan toegevoegd. Het is hem in minder dan twee jaar gelukt een nieuwe bank, waar iedereen behalve de SP (en een halfslachtige PvdA) tegen was, toch op de politieke agenda te krijgen. Zelfs de VVD en het ministerie van Financiën, dat jarenlang mordicus tegen was, zijn om.

De nieuwe bank moet een lacune in onze financiële sector opvullen. Die lacune is een compacte bank, met genoeg kapitaal, die langlopende projecten kan financieren, bijvoorbeeld samen met gemeenten of rijksoverheid. Gezien de beoogde stabiliteit van die bank en de aard van de projecten is overheidsparticipatie in het kapitaal van die bank logisch.

Het zal u misschien verbazen, maar elk Europees land heeft zo’n investeringsbank. Maar wij niet. Dat is van belang bij de verdeling van de miljarden uit het zogeheten (Europese) Juncker-fonds voor extra investeringen. Wij hadden wel zo’n bank en die was best succesvol. In goede en slechte tijden. Die heette de Nationale Investeringsbank. Opgericht in 1945 als de Herstelbank. Dat was een tijd van schouders eronder en we doen iets nieuws.

Minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD) heeft de Investeringsbank in 1999 verkocht. In de toen dominante liberale visie op de wereld had een bank met een staatsaandeelhouder geen nut meer. De markt zou alles verder wel regelen. Later werd Zalm eerste man van een heuse bank in staatshanden: ABN Amro.

Jeroen Kremers had, dat moet gezegd, de laatste tijd steun van VNO-NCW, de machtige lobby van grote ondernemingen. Dat maakt het voor sommige mensen dan weer verdacht. Maar hé, mensen, wat willen ondernemers? Die willen extra economische groei. Waar schort het volgens politici aan? Economische groei. Dus gelijk oversteken: een nieuwe bank voor langlopende projecten, bijvoorbeeld duurzame energie, maar dan ook serieus kapitaal van de grote bedrijven voor die bank.

De uitwerking van Kremers en VNO-NCW is helaas nodeloos ingewikkeld. Men wil de publieke sectorbank BNG, de Waterschapsbank, de internationaal actieve FMO en nog wat investeringssubsidies in elkaar schuiven. Dat lijkt me eerder een recept voor ruzie dan voor groei.

Het gehannes met een nieuwe Investeringsbank zegt iets over de traagheid waarmee ideologische schuttersputjes (‘overheid is slecht’) worden verlaten. De onzichtbare hand van Adam Smith heeft ons grote welvaart gebracht, maar de sturende hand van de overheid is ook een Nederlandse constante. Zie 1945 en de Herstelbank. Gewoon praktische industriepolitiek.

Sommige onderwerpen, zoals duurzame energie en dito groei, passen zich niet aan de politiek aan. De politiek moet zich aanpassen aan de eisen des tijds.

Herman Wijffels (Rabobank, Wereldbank) herinnerde er twee weken geleden, bij zijn afscheid als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, aan hoe overheid en ondernemers na 1945 de basis legden voor onze welvaart. Inclusief een Investeringsbank. Wijffels stelde dat ecologische en technologische revoluties vragen om „een forse, goed gecoördineerde en langdurige inspanning van maatschappelijke partijen en de overheid samen”.

Wijffels zegt: dat heeft VNO-NCW „goed begrepen”.

De SP snapte het volgens mij al eerder.