Recht & Onrecht

Aan instructies van vergaderclubs heeft een rechter niks

Instructies, richtlijnen en regelingen – er is een sterke neiging in het bestuur om zelf wetten te gaan maken. Ook onder rechters, schrijft Matthieu Verhoeven in de Togacolumn. Maar dat mag niet afdoen aan de plicht zelf te blijven nadenken. En de wet te respecteren.

Afgelopen weekend meldde Reporter Radio dat het management bij de Belastingdienst een ambtsinstructie heeft uitgevaardigd die inhoudt dat bezwaarschriften van belastingplichtigen tegen hun aanslag zo veel mogelijk telefonisch moeten worden afgedaan. Mensen worden thuis over hun bezwaren gebeld en de achterliggende bedoeling schijnt te zijn dat het bezwaar tijdens dit telefoongesprek wordt ingetrokken. Deze wijze van behandeling en afdoening van bezwaarschriften is, het zal u niet verbazen, ronduit in strijd met de wet.

Een ambtsinstructie is een bindende opdracht hoe bepaalde taken uit te voeren. Er is natuurlijk geen enkel bezwaar tegen om eens te kijken of bepaalde procedures, in afwijking van de formele wettelijke regeling, eenvoudiger of met behulp van andere technieken kunnen worden gevoerd. Een proef om het horen op bezwaarschrift per telefoon te doen, kan heel nuttig zijn. Mits daarbij duidelijk is dat het om een experiment gaat, mensen het recht houden aan die proef niet mee te doen en hun rechtsbescherming niet in gevaar komt. Het moge duidelijk zijn dat een ambtsinstructie in ieder geval niet in strijd met de wet mag zijn.

Merkwaardig fenomeen: rechtersregelingen

In de rechtspraak kennen wij het fenomeen ambtsinstructie over hoe zaken te behandelen niet, de rechterlijke onafhankelijkheid verzet zich daar tegen, en de wet en jurisprudentie zijn de richtsnoeren bij de behandeling van zaken. Er bestaat wel iets dat bij zo’n ambtsinstructie in de buurt komt: richtlijnen of rechtersregelingen.

Het is een merkwaardig fenomeen dat een deel van de rechtspraak zichzelf soms als wetgever gaat gedragen. Zeker in tijden waarin vergaderzucht het lijkt te winnen van de behoefte tot inhoudelijke verdieping, is dat een ongelukkige ontwikkeling.

Vergaderclubs, overleggen en werkgroepen, veelal vooral bestaande uit mensen die zich meer met management dan met juridisch inhoudelijk werk bezighouden, ontwikkelen regels en richtlijnen en zien, al dan niet met morele druk, toe op de strikte naleving daarvan. Met het maken van bepaalde werkafspraken is natuurlijk niks mis, maar er is een duidelijke grens. Het is de taak van de rechter om per individueel geval te beslissen. Dat betekent dat je van geval tot geval moet kijken naar de concrete feiten en omstandigheden van de zaak en niet dat je alles zo veel mogelijk moet reduceren tot sjablonen en toepassing van standaardregels. Het is ook nogal raar dat je, als je een vak kiest waarin je wordt geacht met je hoofd te werken, naast je dossier een lijstje hebt liggen waarin staat “hoe denk ik erover”.

De rechter heeft altijd de plicht zelf te blijven nadenken

In ieder geval mag je van rechtersregelingen net als van ambtsinstructies verwachten dat zij niet in strijd zijn met de regels die door de echte wetgever zijn gemaakt. Helaas is dat niet altijd geval.

Ook ontslaat een rechtersregeling de rechter niet van de plicht zelf te blijven nadenken. Zo vloog recent een hof nogal uit de bocht door te overwegen dat volgens de Recofa-richtlijnen (is een rechtersregeling voor insolventies) belastingschulden in beginsel als niet te goeder trouw worden beschouwd en dus in beginsel aan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in de weg staan. Nog los van het feit dat de Recofa-richtlijnen, waar een hoop van te zeggen is,  op dit punt – terecht – niets bepalen, geldt dat een vergadering niet kan bepalen of een schuld te kwader trouw is of niet. Dat is aan de rechter in dat concrete geval. Als de wetgever zou vinden dat belastingschulden aan toelating tot de wettelijke schuldsanering in de weg staan, had de wetgever dat wel zo in de wet gezet.

Dus ook in een wereld met ambtsinstructies en richtlijnen blijft de wet gelden en moet het verstand worden gebruikt. En dan met kennis van zaken, een kennis die niet door richtlijnen is te vervangen.

 

De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een rechter, een officier en een advocaat.

 

Blogger

matthieuverhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.