Cultuur

Interview

Interview

‘Zonder naam heb je nooit bestaan’

Interview Jean-Pierre & Luc Dardenne

De broers zijn als vanouds maatschappijkritisch in ‘La fille inconnue’. Deze keer over de zorg.

Twee broers, één film. Zo gaat dat al jaren. Ze praten met één stem, vullen elkaar aan, maar spreken elkaar niet tegen. Jean-Pierre (1951) is vandaag de spraakzame, Luc (1954) de bedachtzame. De Waalse filmende broers Dardenne, bekend van Gouden Palm-winnaars als Rosetta (1999) en L’enfant (2005) zijn in Brussel om over hun nieuwe film La fille inconnue te praten. Een film die niet helemaal dezelfde is als de film die dit voorjaar in Cannes in première ging en daar sleetsheid werd verweten. Ze haalden er zeven minuten uit. Jean Pierre: „We hebben ons de kritiek best aangetrokken en de film is nu een stuk strakker geworden.”

Je zou de zoektocht die de jonge arts Jenny onderneemt naar de identiteit van een overleden patiënte die ze eerder de deur heeft gewezen, kunnen vergelijken met het procedé van hun vorige film Deux jours, une nuit. Daarin ging een met werkloosheid bedreigde vrouw de deuren langs bij haar collega’s om solidariteit te vragen. „Ook nu heeft iedereen een reden om Jenny niet te woord te staan”, zegt Jean-Pierre. „Iedereen denkt eerst aan zijn eigen belang.” Maar de verschillen tussen beide films zijn groter, vinden ze. „Sandra in Deux jours was van anderen afhankelijk. Jenny moet met haar eigen handelen in het reine zien te komen.” Of beter gezegd: met haar niet-handelen, wat volgens de broers ook een vorm van handelen is.

We zitten meteen diep in het morele hart van hun werk. De Dardennes weigeren stelselmatig zichzelf moralistische filmmakers te noemen. Ze doen hooguit een moreel beroep op de toeschouwer. Want ja, die moet tijdens en na afloop van het kijken wel bij zichzelf te rade gaan: „Wat zou jij doen? Daar gaat het om. Dat kunnen wij je niet voorschrijven, maar we kunnen je als kijker wel aan het denken zetten.”

Jenny wordt voortgedreven door schuldgevoel, denken ze. Ze weten het niet zeker. Want ze maken hun films zo dat ze ook henzelf nog kunnen verrassen. Een langdurig proces van schrijven, veel repeteren, veel filmen en dan loslaten. Jean-Pierre: „Het personage moet aan ons ontsnappen. Daarom zien we altijd haar rug en slechts zelden haar gezicht. We volgen. Het personage heeft een eigen leven, dat sterker is dan de film.”

Luc: „Ze heeft geen schuldgevoel in religieuze of psychologische zin. Je kunt best verdedigen dat je na praktijkuren de deur niet meer opendoet voor een onbekende patiënt. Maar Jenny voelt zich toch verantwoordelijk door haar nalatigheid. Ze realiseert zich dat je als mens terecht kunt komen in een situatie waarin het leven van een ander niet meer telt, vooral als hij deel uitmaakt van een andere gemeenschap dan de jouwe. Of omdat hij anoniem is en overal buiten valt. Je zou kunnen zeggen dat onze film is gemaakt als reactie op dat soort nihilisme.”

Jenny onderneemt een zoektocht naar de naam van de onbekende vrouw. Als ik de broers vraag hoe belangrijk het is dat mensen een naam hebben, beginnen ze allebei te lachen. Elkaar aanvullend: „Het is zoals Jenny zegt in de film: als je iemands naam niet weet. is het net alsof iemand niet bestaan heeft.”

Jenny staat nog voor een ander dilemma. Ze heeft tijdelijk ingevallen in een kleine praktijk waar vooral armlastige patiënten komen en staat op het punt naar een grotere praktijk te gaan, die beter betaalt. De Dardennes leggen het Belgische systeem van ziektekostenverzekeringen uit: „Een huisarts heeft verschillende manieren om zijn tarieven te berekenen. Hij kan hogere tarieven rekenen dan de verzekeringen vergoeden. Maar er zijn ook artsen die niet meer vragen dan de verzekering vergoedt, vaak behandelen die alleen minderbedeelden. Zij hebben dus een heel andere blik op de samenleving.”

Is La fille inconnue daarmee ook een commentaar op de afbraak van de verzorgingsstaat en de tweedeling in de zorg? In koor: „Ja, dat is een groot probleem. De privatisering van de gezondheidszorg is levensgevaarlijk. Maar we maken in de eerste plaats gewoon films natuurlijk. We hebben een film willen maken als een detective, maar dan zonder valse aanwijzingen. De gebeurtenissen volgen elkaar heel simpel op. De intentie van onze films is eigenlijk altijd hetzelfde gebleven, maar de maatschappij is veranderd.”

Jean-Pierre: „Harder geworden.” Luc: „Meer ongelijkheid.’’ Jean-Pierre: „Meer geweld.” Luc: „De perverse prikkel is dat, als je medische hulp nodig hebt en het zelf kunt betalen, je in een privékliniek sneller wordt geholpen. En de politiek houdt dat in stand.”