Onderwijs

Winnaar van de Wiskunde-Olympiade, toch zeven fouten in de rekentoets

Onderwijsblog Je bent het beste wiskundemeisje van de wereld, maar je maakt toch zeven fouten in de rekentoets. Rekenen wordt daar ook weinig in getoetst, schrijft Karin den Heijer.

Foto ANP / Erik van 't Woud

Een leerlinge van mij won de Wiskunde Olympiade in Nederland. Ze haalde een score van honderd procent. Een jaar later werd ze het beste wiskundemeisje ter wereld. Nederigheid is hier op zijn plaats. Aan haar talent en succes heb ik niks bijgedragen. Wat betreft wiskunde kon ik haar niets leren. Dat briljante meisje studeert inmiddels in Cambridge.

Staatsecretaris Sander Dekker vierde het succes van ‘onze’ kampioene in de Tweede Kamer. Maar in datzelfde jaar maakte dit wiskundemeisje zeven fouten in de rekentoets. Hoe wonderlijk. Ze kreeg nog een 9 maar toch. Zou de Nederlandse rekentoets moeilijker zijn dan de Internationale Wiskunde Olympiade? Nee, natuurlijk niet. De rekentoets is gemaakt door Cito-medewerkers die duizend keer slechter zijn in rekenen dan de kampioene. De toets bestaat uit puzzels die je mag oplossen met behulp van een rekenmachine. Het zijn geen sommen, maar quizvragen. En bovendien zijn deze van belabberde kwaliteit. Je moet klokkijken in spiegelbeeld van een slechte foto op een beeldscherm. Ik verzin het niet. Honderd procent score is niet mogelijk. De enkele vragen zonder rekenmachine zijn van een bespottelijk niveau. De rekentoets is nep.

Tijdens de feestelijke prijsuitreiking van de Wiskunde Olympiade vertelde ik Sander Dekker dat de rekentoets niet deugt. De rekentoets toetst geen rekenen. Beunhazen hebben rekenen geherdefinieerd tot begrijpend lezen en turen naar zoekplaatjes. “Jouw toon staat mij niet aan”, zei Dekker.

Nog steeds slecht rekenen

Dezelfde maand maakten diverse deskundigen tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer duidelijk dat een rekentoets in het examenjaar het verkeerde middel is om het ‘rekenprobleem’ van leerlingen op te lossen. Er werden eenvoudige oplossingen voorgesteld: herstel het rekenonderwijs op de basisschool en besteed bij wiskunde meer aandacht aan rekenen. De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) sloot zich daarbij aan en kwam met concrete voorstellen hoe het probleem wél aangepakt moet worden. Maar nog steeds wilde Dekker geen afscheid nemen van zijn geliefde rekentoets.

We zijn inmiddels in 2016 beland. De toon verhardt. In een brief van dit jaar schrijft de NVvW: ,,Voor het voortgezet onderwijs is het zinloos om nog langer geld, tijd en energie te steken in de huidige rekentoets.” Maar onze staatssecretaris luistert niet. Voorstellen schuift hij door naar ‘Onderwijs 2032’, zo blijkt uit een Kamerstuk van vorige maand. Een geniale truc. Zijn rekentoets is tot na de verkiezingen gered en hij is van zijn hoofdpijndossier verlost.

Vragen uit de rekentoets:

Het is onverantwoord om met deze vertragingstechniek het probleem van het rekenonderwijs te traineren. Op de basisschool leren de meeste leerlingen nog steeds geen fatsoenlijk rekenen met breuken. Er zijn leerlingen die 27 fouten kunnen maken, waarvan een aantal onterecht en daarop met een 5 net kunnen zakken. Inmiddels zit de rekentoets van Dekker in de kernvakregeling van het vwo. Maar dan zijn de verkiezingen al achter de rug. De positie van Dekker is belangrijker dan het belang van leerlingen. En dat is wat mij betreft minstens zeven keer fout.

Karin den Heijer (ir. chemie) is docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.