Water in Tokio is net Scheveningen

Zeilen ‘Rio’ is pas net voorbij, maar de zeilers zijn al bezig met ‘Tokio’. Marit Bouwmeester en Kiran Badloe gingen er alvast het water op.

Zeilster Foto Bernat Armangue/HH

Ze had ook best weer haar coach vooruit kunnen sturen. Die had dan kunnen vertellen welke wind er staat. Hoe hoog de golven zijn. Hoe het zit met de stroming. Misschien ook nog snel even waar de beste restaurants in de buurt zitten. Maar, zegt zeilster Marit Bouwmeester (28), het is heel moeilijk om dat allemaal écht goed uit te leggen. Dan even Cruijffiaans: „zonder doel kun je niet scoren”; hoe kan ze haar ideale programma in de aanloop naar de Olympische Spelen van Tokio in 2020 draaien als ze niet weet waar ze aan toe is?

Dus nee, al twee maanden na je gouden medaille in Rio de Janeiro op het vliegtuig stappen voor een weekje Japan ter voorbereiding op iets wat over vier jaar pas gaat gebeuren is niet te vroeg. Dat is gewoon op tijd. Nou kwam het ook wel erg mooi uit dat zij en reisgenoot Kiran Badloe (22), groot windsurftalent, aan een wedstrijd op het olympische water konden meedoen. Het was een weekje voorproeven tussen twee jetlags in.

Meteen na de landing op Schiphol, maandagmiddag, zijn beiden al voor een camera gesleept en daarna doorgestuurd naar het grand café in de aankomsthal om wat ervaringen te delen. In hun hoofd is het inmiddels midden in de nacht.

Wennen

Zeilen is enorm locatiegevoelig, dat willen ze nog maar eens benadrukken. Je moet al zo vroeg mogelijk kunnen wennen aan de omstandigheden, want die spelen een grote rol bij het bepalen hoe je een wedstrijd ingaat. „Neem de winnares van de Spelen in Londen in mijn klasse, die Chinese [Xu Lijia]. Die nam daarna een sabbatical van twee jaar. Dan ben je écht te laat. Je kunt in die tijd niet meer rekening houden met alle scenario’s. En dat bleek tijdens de Spelen in Rio”, zegt Bouwmeester, tweevoudig wereldkampioen in de Laser Radial-klasse en tweede toen in Londen.

Rio was dan ook uitzonderlijk. Midden in de stad, vlak bij de Copacabana, in een baai. Heel veel stroming, onvoorspelbare wind. Gebouwen eromheen die allemaal invloed konden hebben. Niet in Tokio. Het water waarop daar wordt gezeild, ligt bij het kleine Enoshima, een klein uurtje ten zuidoosten van de stad. In 1964 werd er tijdens de Spelen ook al gezeild. Geen baai, maar een jachthaven. De open oceaan. Aan de ene kant nog wat gebouwen, aan de andere kant slechts in de verte de besneeuwde toppen van de gigantische Mount Fuji.

Nee, dit was meer Nederlands water. Scheveningen. Medemblik. Plekken waar Bouwmeester en Badloe het vaakst zijn. „Er kan een grote zwel staan, zoals in Scheveningen, maar ook aflandige wind. Kortere, kleinere golven, de wind wat draaiieriger. Ook dat hebben we hier,” zegt Badloe, leerling van tweevoudig olympisch kampioen Dorian van Rijsselberghe. Derde op het WK van vorig jaar, vlak achter de grote meester. Beoogd troonopvolger in Tokio.

Het is ook wat de twee en hun coaches hoopten voordat ze naar Japan gingen: wat zou het fijn zijn als ze nu niet minstens drie maanden per jaar op het olympische water hoefden te zijn, dat ze gewoon met het grillige Nederlandse weer hun rondjes konden maken. Persoonlijk minder ingrijpend – niet dat beiden daar veel moeite mee hebben, „hoort erbij” – en kostenbesparend. Geen Britse weelde in de Nederlandse watersport. „Die kwamen volgens mij al met twee containers met materiaal naar Japan”, zegt Bouwmeester lachend.

Reisgids

Het is makkelijk water eigenlijk, dat willen ze best toegeven. „Maar dat betekent ook dat het makkelijker is voor de concurrentie, dus wat dat betreft is het minder ideaal”, zegt Bouwmeester. Heel simpel gezegd: de olympisch kampioen van 2020 is de snelste. Dat geldt voor haar in haar boot en voor Badloe op zijn plank. Ja, het gaat natuurlijk altijd om wie het snelst is, dat weten ze ook wel, maar als de omstandigheden zo makkelijk zijn, komt het aan op pure kracht en snelheid.

Denk niet dat ze alleen naar Japan gingen om het water te voelen. Als je Bouwmeester en Badloe hoort praten, zou je denken dat ze in een week genoeg informatie hebben verzameld voor een Lonely Planet. Minstens net zo belangrijk als het water, is de plek. Daar moet je je thuisvoelen, zegt Badloe. „Als ik ergens op mijn gemak ben, dan presteer ik beter. Maar dat is misschien persoonlijk.”

Dus de twee probeerden al wat te wennen aan de cultuur, de gewoontes, de taal, het eten. „Ik was eerder al eens in Japan geweest, in een klein dorpje”, zegt Bouwmeester. „Hele tijd tekens vergelijken. Had je eindelijk spaghetti besteld, was je dag erna de lijn kwijt waarop die stond, kreeg je iets anders. Maar hier sprak iedereen aardig Engels.” De twee gingen ook samen het stadje in en noteerden welke restaurants goed waren. En ze kwamen erachter dat ze de volgende keer de fiets pakken als ze in de buurt van de jachthaven verblijven. Ook keken ze naar wat huizen, voor het geval ze langere periodes daar zijn.

Badloe en Bouwmeester weten dat ze voor het water ook best in Nederland kunnen blijven. Vooral Bouwmeester vindt dat niet heel erg. Ze vond het wat saai, zou het er niet weken achter elkaar uithouden. „En volgend jaar is het WK in Medemblik. Mooi excuus veel hier te blijven.”