Deze stadsmensen verhuisden tien jaar geleden naar het platteland. Hoe gaat het nu?

De roep van het land Ze verruilden de stad voor een leven op het Friese en Groningse platteland. Tien jaar geleden sprak NRC met drie mensen die kozen voor de rust, ruimte en frisse lucht. Hoe is nu met ze? Zijn hun verwachtingen uitgekomen?

Foto Sake Elzinga

Liesbeth Sloots. Foto Sake Elzinga

‘Ik speelde hier gewoon op mijn trekharmonica in het weiland’

Ze wilde in het Friese Hitzum begraven worden. Liesbeth Sloots (64) wilde er nooit meer weg, zei ze tien jaar terug. De Haagse burgemeestersdochter verruilde de Randstad na 30 jaar voor Friesland. „Ik wilde weg uit Den Haag. Ik vond het er grijs, druk en vol.” Ze koos voor Friesland.

„Friesland is betaalbaar en heeft een kleine schaal. Om de paar kilometer zie je een torentje. Het is overzichtelijk en huiselijk.” In Hitzum begon ze een bed and breakfast in drie arbeiderswoninkjes. Maar eind dit jaar gaat ze weg. Niet omdat ze de provincie zat is: haar nieuwe vriend, een „stadsjongen” woont in een comfortabele woning in Bilthoven.

Het fijne van het platteland? „De vrijheid! Ik speelde hier gewoon op mijn trekharmonica in het weiland. Er zijn hier nooit buren die klagen.” Ze werd lid van de vrouwenbiljartclub („Ik wist niet dat die bestonden”), de begrafenisvereniging en de gymclub.

Ze vertrekt dus voor de liefde? Nee, dat is te eenvoudig. „Het was zwaar om al die jaren hier in mijn eentje mijn bedrijf te runnen. Zeker toen mijn ouders ziek werden en ik mantelzorger.”

Twee jaar geleden kreeg Liesbeth („De Friezen noemen me Lyske”) een burn-out. Ze dacht na, heel lang. Uiteindelijk besloot ze een metgezel te zoeken. Haar huis was snel verkocht, een jong gezin uit Harlingen trekt erin.

Friesland heeft ze in haar hart gesloten. „Op mijn afscheidsfeest zette de boer met een paar mensen die hij optrommelde de feesttent voor mij op. De mentaliteit hier is: de schouders eronder!”

Lees ook ‘Hier bij dit lieve kerkje wil ik later liggen’, over de verhuizing van de stedelingen naar het platteland in 2006.
Foto Sake Elzinga

Otto Oskam. Foto Sake Elzinga

‘Je kunt beter vanuit de rust de drukte opzoeken dan andersom’

Natuurmens Otto Oskam (51), zijn toenmalige vrouw en drie kinderen verruilden tien jaar geleden de stad Groningen voor het dorp Heiligerlee. Beiden groeiden op in een dorp en ze wilden terug naar het platteland. „Groningen was oergezellig, maar het leven is er hectisch. In een dorp hebben mensen nog tijd voor een praatje. Je leeft er minder langs elkaar heen.”

Hun oog viel op het nieuwbouwproject Blauwe Stad in Oost-Groningen. Ze streken er neer in een woonpand op een schiereiland. Oskam woont er nog steeds – inmiddels met zijn nieuwe partner en haar kinderen. „Het woont hier nog altijd geweldig. Middenin de natuur en aan het water. Vanuit huis kunnen we met onze boot het water op. De kinderen surfen en ik ben vaak aan het suppen [staand op een surfboard peddelen – red.].

Mijn motto is: je kunt beter vanuit de rust de drukte opzoeken dan andersom. De herten staan hier ’s morgens in de tuin, de vossen huppelen rond. De eerste buren wonen op een halve kilometer. Maar we zitten toch binnen een half uur in de stad Groningen.”

Het gezin zal de komende vijftien jaar zeker nog in Blauwe Stad blijven, verwacht hij. Oskam is coach en recruiter en wil op den duur een eigen praktijk aan huis opzetten. „Dit is absoluut onze droomplek. Al sluit ik niet uit dat we ooit vertrekken als we er een heel goede prijs voor kunnen krijgen. Dan pakken we weer andere kansen. Maar ja, eigenlijk willen we niet weg.”

Foto Jordy Rietbroek

De familie Spierts. Foto Jordy Rietbroek

‘Als ik twee uur in Amsterdam ben, word ik gek van de drukte’

Hij heeft vier carnavalspruiken gemaakt en geniet nu van Noord-Brabant. Igor Spierts (46) woont alweer negen jaar in Oosterhout, na een kortstondig avontuur in Friesland. In 2006 verhuisde hij met vrouw en dochter van Rhenen, in de provincie Utrecht, naar een dorp bij Joure. „De weidsheid van Friesland trok me aan. Als kind wilde ik al emigreren naar Canada. Als ik twee uur in Amsterdam ben, word ik gek van de drukte. Ik ben een natuurmens.”

Bioloog Spierts werd bedrijfsleider op een viskwekerij. Maar die droom duurde niet lang. „Het werk was niet wat ik ervan verwacht had”, vertelt hij. „We woonden in een bedrijfswoning en dat hield in dat we moesten verhuizen. Uiteindelijk besloot ik terug te gaan naar de veiligheid van mijn eigen roots in het Zuiden.”

Het gezin belandde in Oosterhout en woont nu in een rustige wijk, aan de rand van het bos. „Ik ben een geboren Limburger en het bourgondische past beter bij mij. We vieren weer carnaval met het gezin. Heerlijk!” Spierts werkt nu als aquatisch ecoloog bij een milieuadviesbureau. De provincie Friesland noemt hij nog steeds „fantastisch”. „Vooral de totale rust en de uitgestrekte weilanden.” Wat hij mist? „Het picknicken aan het Tjeukemeer met een fles wijn erbij. Dat deden we vaak.”

Na zijn pensioen wil hij met zijn vrouw naar Schotland verhuizen. „Dan komt onze oorspronkelijke droom toch nog uit. In een klein huisje in de natuur wonen. Totale rust, geen prikkels, heerlijk!”